ECLI:NL:RBOVE:2026:1132

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
11440994 \ CV EXPL 24-3972
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige en regeling voorschotkosten in civiele procedure

In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagden heeft de kantonrechter op 3 maart 2026 een deskundige benoemd om onderzoek te verrichten naar de in een eerder vonnis gestelde vragen. Na een tussenvonnis waarbij een eerdere deskundige was voorgesteld, is op verzoek van eiser een andere deskundige voorgedragen die het onderzoek tegen een lager bedrag kan uitvoeren.

De kantonrechter heeft P. Schalk benoemd als deskundige en het voorschot op de kosten vastgesteld op €4.900,50 inclusief btw, waarbij partijen ieder de helft moeten betalen. De deskundige mag het onderzoek pas starten na ontvangst van het voorschot en moet het onderzoek zelfstandig uitvoeren, met inachtneming van de gedragscode en leidraad voor gerechtelijk deskundigen.

Partijen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek en moeten elkaar informeren over schriftelijke opmerkingen aan de deskundige. De deskundige moet een schriftelijk rapport binnen drie maanden na betaling van het voorschot indienen, waarin ook de reacties op conceptrapporten van partijen worden verwerkt. De zaak wordt op 30 juni 2026 opnieuw op de rol geplaatst voor verdere behandeling.

Uitkomst: De kantonrechter benoemt P. Schalk als deskundige en regelt dat partijen ieder de helft van het voorschot betalen, met nadere instructies voor het onderzoek en rapportage.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11440994 \ CV EXPL 24-3972
Vonnis van 3 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
handelend onder de naam
[bedrijf 1],
wonende en gevestigd te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.F. Vanhommerig,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2.
[gedaagde 2],
beiden wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 28 oktober 2025
  • de akte uitlating van [eiser]
  • het mailbericht van P. Schalk van Schalk Linde10 VOF van 14 januari 2026, en
  • het mailbericht van [bedrijf 2] B.V. van 29 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 28 oktober 2025 is ing. P.B.J.M. Elfrink, [adres 1] als deskundige voorgesteld. Vanwege de hoogte van het gevraagde voorschot van € 8.234,05 (inclusief btw) heeft de kantonrechter partijen de mogelijkheid geboden om een andere deskundige voor te stellen die het onderzoek voor een lager bedrag kan uitvoeren.
[eiser] heeft vervolgens P. Schalk van Schalk Linde 10 VOF (verder: Schalk) als deskundige voorgesteld, omdat volgens hem deze deskundige het onderzoek (zoals telefonisch aan de gemachtigde van [eiser] doorgegeven) voor een lager bedrag kan uitvoeren. Ter begroting van zijn voorschot heeft de griffie Schalk het tussenvonnis van 8 juli 2025 doen toekomen. Schalk heeft bij mailbericht van 14 januari 2026 laten weten dat hij vrij staat ten opzichte van partijen en in staat en bereid is binnen redelijke termijn de vragen te beantwoorden. Het gevraagde voorschot bedraagt € 4.050,00 (exclusief btw).
Partijen zijn in de gelegen gesteld hierop te reageren. [gedaagden] en [gedaagde 2] hebben niet gereageerd. Namens [eiser] is bericht dat hij akkoord gaat met de benoeming van Schalk als deskundige.
Daarom zal de kantonrechter Schalk tot deskundige benoemen. In het vonnis van 8 juli 2025 is al aangekondigd en toegelicht dat partijen ieder de helft van het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen.
2.2.
[eiser] heeft zich gerefereerd aan de in het tussenvonnis van 8 juli 2025 voorgestelde aan de deskundige te stellen vragen en [gedaagden] hebben zich hier verder niet over uitgelaten. Zij hebben geen aanvullende vragen voorgesteld. Aan de deskundige zullen daarom de in het vonnis van 8 juli 2025 onder 4.7 en 4.12 vermelde vragen worden voorgelegd.
2.3.
De kantonrechter wijst partijen erop dat zij wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.4.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de in het vonnis van 8 juli 2025 onder 4.7 en 4.12 vermelde vragen,
de deskundige
3.2.
benoemt tot deskundige:
P. Schalk van Schalk Linde10
[adres 2]
[adres 3]
telefoon: [telefoonnummer]
e-mailadres: [e-mailadres]
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vooralsnog vast op € 4.900,50 (inclusief btw),
3.5.
bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot moeten overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.7.
bepaalt dat [eiser] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
3.8.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.9.
wijst de deskundige erop dat:
  • de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
  • de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
  • de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
  • de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan, en
  • als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.10.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.11.
draagt de deskundige op om
uiterlijk drie maandenna het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.12.
wijst de deskundige erop dat:
  • uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd, en
  • hij een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.14.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van
30 juni 2026,
3.15.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
  • als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
  • na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van partijen op een termijn van vier weken,
3.16.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en in het openbaar uitgesproken door
mr. J.M. Marsman op 3 maart 2026.