ECLI:NL:RBOVE:2026:1151

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
ak_25_344
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 2:24 APV ZwolleArt. 2:25 APV Zwolle
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen belanghebbende bij evenementenvergunning voor Zwolle Pride Festival

De burgemeester van Zwolle verleende een evenementenvergunning aan Stichting Mypodium voor het Zwolle Pride Festival op 24 augustus 2024, bestaande uit een parade en een muziekevenement. Eiser nam deel aan de parade en stelde dat het festival een demonstratie betrof, waardoor hij als demonstrant een persoonlijk belang had en belanghebbende was. De burgemeester verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende was.

De rechtbank beoordeelde of eiser als belanghebbende kon worden aangemerkt. Volgens vaste rechtspraak moet een belanghebbende een eigen, actueel en persoonlijk belang hebben dat hem onderscheidt van anderen en rechtstreeks wordt geraakt door het besluit. De rechtbank stelde vast dat het Zwolle Pride Festival voldoet aan de definitie van een evenement volgens de Algemene Plaatselijke Verordening en dat het feit dat het festival ook een pleidooi voor inclusiviteit is, dit niet verandert.

De rechtbank concludeerde dat eiser geen persoonlijk belang heeft dat hem onderscheidt van anderen en dat hij daarom geen belanghebbende is. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk, geen terugbetaling van griffierecht en geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser geen belanghebbende is en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/344

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats],

hierna: [eiser]
en

de burgemeester van Zwolle,

hierna: de burgemeester.

Samenvatting

1. De burgemeester heeft een evenementenvergunning verleend aan Stichting Mypodium voor het Zwolle Pride Festival op 24 augustus 2024. Bij het bestreden besluit heeft de burgemeester het bezwaar van [eiser] hiertegen niet-ontvankelijk verklaard omdat [eiser] geen belanghebbende zou zijn. [eiser] is het hier niet mee eens. Het Zwolle Pride Festival is volgens [eiser] namelijk geen evenement maar een demonstratie, waardoor [eiser] wel als belanghebbende dient te worden aangemerkt in verband met het recht om te demonstreren. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat [eiser] geen belanghebbende is. [eiser] krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten en procesverloop

2.1.
Stichting Mypodium (hierna: vergunninghouder) heeft op 23 juni 2024 een evenementenvergunning aangevraagd voor het Zwolle Pride Festival.
2.2.
Met het besluit van 13 augustus 2024 (het primaire besluit) heeft de burgemeester op basis van artikel 2:25 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle (hierna: APV) en de Beleidsregel Evenementen in de openlucht een evenementenvergunning verleend aan vergunninghouder voor de volgende activiteiten:
  • op 24 augustus 2024 van 13:30 tot 16:00 uur, een parade door de binnenstad van Zwolle;
  • op 24 augustus 2024 van 14:00 tot 24:00 uur, een muziekevenement op het Rodetorenplein.
2.3.
Het Zwolle Pride festival heeft op 24 augustus 2024 plaatsgevonden in Zwolle. [eiser] stelt dat hij als demonstrant heeft deelgenomen aan de aan dit evenement verbonden parade. De organisatie heeft [eiser], onder dreiging van de politie, verwijderd. Hiermee is zijn recht op vrije meningsuiting geschonden, stelt [eiser].
2.4.
[eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen de verlening van de evenementenvergunning.
2.5.
Met het besluit van 14 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester het bezwaar van [eiser] niet-ontvankelijk verklaard omdat [eiser] volgens hem niet als belanghebbende [1] kan worden aangemerkt.
2.6.
[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft een inhoudelijke reactie gegeven op het beroep.
2.7.
De rechtbank heeft het beroep op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hierbij was [naam] namens de burgemeester aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of het besluit van de burgemeester om het bezwaar van [eiser] niet-ontvankelijk te verklaren omdat hij geen belanghebbende zou zijn in stand kan blijven.
Belanghebbende
4. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Alleen een belanghebbende kan bezwaar indienen op grond van artikel 8:1 in Pro samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb.
5. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, moet een natuurlijk persoon volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. [2] Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling is het uitgangspunt dat diegene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die door een besluit wordt toegestaan, in dit geval de evenementenvergunning, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Er moet daarbij wel sprake zijn van gevolgen van enige betekenis. [3]
6. [eiser] voert aan dat het Zwolle Pride Festival geen evenement is maar een demonstratie dan wel protest. Hierdoor dient [eiser] als belanghebbende te worden aangemerkt in verband met het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op demonstratie. Ook als een commerciële partij een evenement organiseert met de naam ‘Pride’ blijft de Pride een demonstratie. De burgemeester had onderhavige aanvraag moeten beoordelen onder het regime van de Wet openbare manifestaties (Wom).
7. De burgemeester is van mening dat het Zwolle Pride Festival een evenement is en dat [eiser] als deelnemer van het evenement geen direct persoonlijk belang heeft bij het indienen van een bezwaarschrift tegen de verleende evenementenvergunning. De burgemeester baseert zich bij het verlenen van een evenementenvergunning op de informatie uit de aanvraag. De aanvrager heeft een vergunning aangevraagd voor het evenement Zwolle Pride Festival. De burgemeester kan onderhavige aanvraag daarom niet als melding in het kader van de Wom aanmerken.
8. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
8.1.
De burgemeester heeft onderhavige aanvraag naar het oordeel van de rechtbank terecht aangemerkt als een aanvraag voor een evenementenvergunning. De burgemeester mag zich bij vergunningverlening baseren op de informatie uit de aanvraag. Uit onderhavige aanvraag blijkt dat er sprake is van een ‘evenement’ zoals omschreven in artikel 2:24 van Pro de APV. Er wordt namelijk een hoofdpodium geïnstalleerd met muziek, het festival is gericht op amusement, het is tijdelijk en plaatsgebonden en het is voor publiek toegankelijk. Dat het evenement, zoals [eiser] aangeeft, tevens een pleidooi is voor inclusiviteit en aandacht wordt gevraagd voor mensenrechten maakt dit niet anders. De burgemeester heeft dan ook terecht beoordeeld of [eiser] belanghebbende is bij het indienen van een bezwaarschrift tegen de evenementenvergunning.
8.2.
De rechtbank is van oordeel dat [eiser] niet als belanghebbende bij onderhavige evenementenvergunning kan worden aangemerkt. Dat wat [eiser] heeft aangevoerd maakt niet dat er sprake is van een eigen, persoonlijk belang dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. [4] De burgemeester heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat [eiser] geen belanghebbende is en daarmee heeft hij het bezwaar van [eiser] terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiser] geen gelijk krijgt. [eiser] krijgt daarom het griffierecht niet terug. [eiser] krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Veelen, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A.G. Bulte, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.In de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Bijvoorbeeld de uitspraak van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1716.
3.Zie hierover bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271.
4.Bijvoorbeeld de uitspraak van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1716.