Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en/of
niet of onvoldoende heeft opgelet op het overige verkeer en/of het overstekende verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse belemmerd, beperkt of gehinderd werd door bosschages en/of
terwijl een toen aldaar rijdende fietser zeer dicht was genaderd en/of
terwijl verdachte het centrum via de Grotestraat, een gebied dat is aangeduid als erf, verliet richting de kruising van de Grotestraat met de Maximastraat en/of
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 15 kilometer per uur, die bij het oprijden van het kruispunt Grotestraat met Maximastraat overging in 30 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer gelegen tussen de 43 kilometer per uur en 52 kilometer per uur en/of
- bij het verlaten van de erf en vervolgens het oprijden van de weg, zijnde een bijzondere manoeuvre als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zich niet of in onvoldoende mate ervan te overtuigen of verkeer naderde en/of
- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers was hij niet in staat het door hem bestuurde voertuig (tijdig) tot stilstand te brengen, bij nadering van de bestuurster van de fiets en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurster van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en/of
niet of onvoldoende heeft opgelet op het overige verkeer en/of het overstekende verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl een toen aldaar rijdende fietser zeer dicht was genaderd door bosschages en/of
terwijl verdachte het centrum via de Grotestraat, een gebied dat is aangeduid als erf, verliet richting de kruising van de Grotestraat met de Maximastraat en/of
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 15 kilometer per uur, die bij het oprijden van het kruispunt Grotestraat met Maximastraat overging in 30 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer gelegen tussen de 43 kilometer per uur en 52 kilometer per uur en/of
- bij het verlaten van de erf en vervolgens het oprijden van de weg, zijnde een bijzondere manoeuvre als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zich niet of in onvoldoende mate ervan te overtuigen of verkeer naderde en/of
- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers was hij niet in staat het door hem bestuurde voertuig (tijdig) tot stilstand te brengen, bij nadering van de bestuurster van de fiets en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurster van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
3.3. De voorvragen
4.De bewijsmotivering
bij het verlaten van de erf en vervolgens het oprijden van de weg, zijnde een bijzondere manoeuvre als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zich niet of in onvoldoende mate ervan heeft overtuigd of verkeer naderde en
zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers was hij niet in staat het door hem bestuurde voertuig (tijdig) tot stilstand te brengen, bij nadering van de bestuurster van de fiets en
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
150 (honderdvijftig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
75 (vijfenzeventig) dagen;
ontzegtde verdachte de
bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor de duur
6 (zes) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen;
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
weer naar rechts beschreef.
Verkeersbord Al van bijlage 1 van het RVV 1990;
passeerde, aangewezen als erf;