De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om vervangende toestemming te verkrijgen voor medische behandeling van twee minderjarigen die in een gezinshuis verblijven. De vader weigert toestemming te geven voor diagnostisch onderzoek dat noodzakelijk wordt geacht om de gezondheid van de kinderen te waarborgen.
De kinderrechter overweegt dat het diagnostisch onderzoek valt onder de definitie van medische behandeling zoals bedoeld in de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst en noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de kinderen af te wenden. De vader heeft geen onderbouwde redenen gegeven voor zijn weigering, waardoor de kinderrechter vervangende toestemming verleent voor het diagnostisch onderzoek.
Voor de eventuele vervolgbehandeling wordt geen vervangende toestemming verleend omdat het behandelplan nog niet bekend is. Indien een vervolgbehandeling wordt geadviseerd en ouders niet instemmen, kan de GI opnieuw een verzoek indienen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.