De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om vervangende toestemming te verkrijgen voor medische behandeling van twee minderjarigen die in een gezinshuis verblijven. De vader weigert toestemming te geven voor diagnostiek en behandeling. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen verlengd.
Tijdens de zitting is gebleken dat het diagnostisch onderzoek noodzakelijk is om zicht te krijgen op trauma's en hechtingsproblemen, en om passende hulp te kunnen bieden. De vader heeft geen onderbouwde redenen gegeven voor zijn weigering, enkel dat hij het niet eens is met het plan, zonder dit te specificeren.
De kinderrechter verleent daarom vervangende toestemming voor het diagnostisch onderzoek, omdat dit noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de kinderen af te wenden en hun positieve ontwikkeling voort te zetten. Vervangende toestemming voor een eventuele vervolgbehandeling wordt afgewezen omdat het behandelplan nog niet bekend is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.