Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1177

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
12042725 \ CV EXPL 26-5
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 6:119 BWArt. 139 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallig loon en verstrekking loonspecificaties toegewezen aan werknemer

De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon vanaf november 2025 tot het einde van de arbeidsovereenkomst, inclusief jaarlijkse loonsverhogingen en cao-indexeringen, alsmede de eindejaarsuitkering 2025, verstrekking van loonspecificaties, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. De werkgever, DHO Dienstverleningen B.V., is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

De kantonrechter verleende verstek tegen DHO en oordeelde dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De wettelijke verhoging over het loon wordt toegewezen tot maximaal 50% voor de maanden november 2025 tot en met februari 2026, omdat loon vanaf maart 2026 nog niet opeisbaar is. Loonspecificaties voor de genoemde maanden moeten binnen 14 dagen na betekening worden verstrekt, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €5.000.

De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform het toepasselijke Besluit, en de wettelijke rente wordt toegekend vanaf de opeisbaarheidsdatum, behalve voor incassokosten waar de rente vanaf de dagvaarding geldt. De proceskosten worden aan DHO opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

Uitkomst: De werknemer krijgt betaling van achterstallig loon, eindejaarsuitkering, loonspecificaties en incassokosten toegewezen met wettelijke rente en dwangsommen.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12042725 \ CV EXPL 26-5
Vonnis in kort geding van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. A.J.H. van den Elzen (FNV),
tegen
DHO DIENSTVERLENINGEN B.V.,
te Hengelo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: DHO,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2026,
- het tegen DHO verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, DHO veroordeelt:
I. tot betaling van het loon van € 2.894,40 euro bruto per maand vanaf november 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is beëindigd, waarbij [eiser] jaarlijks in januari een trede erbij krijgt en de cao-indexeringen worden meegenomen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging;
II. tot betaling van de eindejaarsuitkering (2025) ter hoogte van € 1.732,23;
III. tot het binnen twee weken na betekening van het vonnis verstrekken van deugdelijke loonspecificaties vanaf november 2025 tot einde dienstverband aan [eiser], op verbeurte van een door DHO aan [eiser] te betalen dwangsom van €100,00 per dag met een maximum van € 10.000,00;
IV. tot betaling van een bedrag van € 674,27 (exclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten;
V. tot betaling van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van voornoemde bedragen tot aan de dag van volledige betaling;
VI. in de kosten van deze procedure.
2.2.
DHO is niet verschenen. Van haar is geen inhoudelijk verweer bekend.

3.De beoordeling

3.1.
Ten aanzien van DHO zijn de voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping in acht genomen, zodat tegen haar verstek wordt verleend.
3.2.
Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Uit de stellingen van [eiser] en de aard van de vordering volgt dat deze spoed aanwezig is.
3.3.
In het geval van verstek wijst de kantonrechter de vordering toe, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering). Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met inachtneming van en behalve het volgende.
Wettelijke verhoging
3.4.
Het loon vanaf maart 2026 is op het moment van het wijzen van dit vonnis nog niet opeisbaar, zodat daarover (nog) niet de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) verschuldigd is. De wettelijke verhoging zal daarom alleen over de maanden november 2025, december 2025, januari 2026 en februari 2026 worden toegewezen.
3.5.
De wettelijke verhoging over het achterstallige salaris wordt toegewezen tot het maximum van 50%, aangezien geen gronden zijn gebleken voor matiging van dit percentage.
Verstrekken loonspecificaties
3.6.
DHO zal worden veroordeeld om deugdelijke loonspecificaties te verstrekken. Voor wat betreft de achterstallige loonbetalingen van november 2025, december 2025,
januari 2026 en februari 2026 moeten die binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis worden verstrekt en wordt hieraan een dwangsom gekoppeld van € 100,00 per dag met een maximum van € 5.000,00. Aan het verstrekken van loonspecificaties voor de maanden vanaf maart 2026 kan geen dwangsom verbonden worden, aangezien het loon voor die maanden nog niet opeisbaar is en dus nog geen loonspecificatie opgemaakt hoeft te worden.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.7.
[eiser] maakt aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: Besluit) van toepassing is en dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten valt binnen het in het Besluit bepaalde tarief en zal dan ook worden toegewezen.
Wettelijke rente
3.8.
Voor zover de kantonrechter begrijpt vordert [eiser] wettelijke rente over het verschuldigde loon, de wettelijke verhoging, de eindejaarsuitkering van 2025 en de buitengerechtelijke incassokosten vanaf de datum van opeisbaarheid. Dit zal worden toegewezen zoals gevorderd, behalve voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. Nu [eiser] niet heeft gesteld op welke datum de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn betaald, zal de kantonrechter de wettelijke rente daarover toewijzen vanaf de datum van de dagvaarding (13 januari 2026).
Proceskosten
3.9.
DHO is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,67
- griffierecht
265,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.141,67

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt DHO om aan [eiser] te betalen het loon van € 2.894,40 euro bruto per maand vanaf november 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is beëindigd, te vermeerderen met de periodieke loonsverhogingen en indexeringen waarop [eiser] volgens de cao recht heeft, de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro over het loon van de maanden november 2025, december 2025,
januari 2026 en februari 2026, en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt DHO om aan [eiser] te betalen de eindejaarsuitkering van 2025 van
€ 1.732,23, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt DHO om deugdelijke loonspecificaties aan [eiser] te verstrekken, voor wat betreft de loonspecificaties van november 2025, december 2025, januari 2026 en februari 2026 binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis en op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag dat DHO niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 5.000,00,
4.4.
veroordeelt DHO om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 674,27 (exclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling,
4.5.
veroordeelt DHO in de proceskosten van € 1.141,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als DHO niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.W. van Tol en in het openbaar uitgesproken op
4 maart 2026.