Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de verstekverlening tegen [gedaagde] .
Rechtbank Overijssel
In deze zaak stond een geschil omtrent een huurovereenkomst van een garagebox centraal. De eiser vorderde ontruiming van de garagebox en betaling van achterstallige huur. De gedaagde verscheen niet op de mondelinge behandeling, waardoor verstek tegen hem werd verleend.
De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst op 12 november 2025 was geëindigd en oordeelde dat de vordering van de eiser niet onrechtmatig of ongegrond was. Daarom werd de gedaagde veroordeeld om binnen drie dagen na betekening de garagebox te ontruimen en de achterstallige huur te voldoen, inclusief wettelijke rente.
Daarnaast werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over deze kosten indien niet tijdig betaald. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de eiser direct tot ontruiming kon overgaan.
Uitkomst: De gedaagde is veroordeeld tot ontruiming van de garagebox en betaling van achterstallige huur met rente en proceskosten.