ECLI:NL:RBOVE:2026:1188
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in schadeverzoek wegens niet geleverde zorg en pgb-aanvraag
Eiser verzocht de rechtbank om schadevergoeding omdat Stichting Zorgkantoor Menzis tijdens de coronaperiode de zorgplicht op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) zou hebben geschonden, waardoor hij en zijn vrouw zelf voor hun zoon moesten zorgen. Eerder was een pgb-aanvraag van eiser afgewezen en deze weigering was bevestigd door de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep.
Eiser stelde dat Menzis in verzuim was door niet tijdig te beslissen op een nieuw verzoek en dat de rechtbank Menzis moest veroordelen tot het alsnog beslissen en tot schadevergoeding. Menzis betoogde dat het verzoek van eiser geen aanvraag voor een pgb of verzoek tot herziening van eerdere besluiten was, maar een schadeverzoek dat niet onder de bestuursrechtelijke bevoegdheid valt.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van eiser niet kon worden opgevat als een aanvraag voor een pgb of een verzoek om terug te komen op eerdere besluiten. Ook was er geen sprake van een bestuursrechtelijk besluit waarop een dwangsom kon worden gebaseerd. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om te oordelen over het schadeverzoek en wees zij erop dat eiser zijn vordering tot schadevergoeding bij de civiele rechter moet indienen of een nieuwe pgb-aanvraag kan doen.
De rechtbank wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.T. de Kwaasteniet en griffier J.T. Boddeüs op 5 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te beslissen over het schadeverzoek en wijst het af.