Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de raad van bestuur van de stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)
Samenvatting
Procesverloop
5 november 2025 heeft het CIZ een correctiebesluit uitgereikt waarbij in verband met de verlenging van de tijdelijke indicatie het bezwaar deels gegrond is verklaard en een proceskostenvergoeding is toegekend.
Beoordeling door de rechtbank
12 december 2024 een aanvraag ingediend voor een Wlz-indicatie voor zorgprofiel VG03. In het kader van die aanvraag heeft een onderzoeker van het CIZ op 18 december 2024 een huisbezoek afgelegd en daarover gerapporteerd. Op basis van de dossierstukken is op
28 januari 2025 een advies opgesteld door de medisch adviseur. Daarna heeft het CIZ het primaire besluit van 5 februari 2025 afgegeven, waarbij de aanvraag is afgewezen. Wel is de tijdelijke zorgindicatie LVG02 verlengd tot 31 maart 2025. In de bezwaarfase heeft eiseres diverse zorgplannen ingediend en rapporten die zijn opgesteld door Wolting, GGZ-psycholoog bij [stichting] en behandelaar van eiseres. Op 19 september 2025 heeft een telefonische hoorzitting plaatsgevonden. Daarna is het dossier voorgelegd aan de medisch adviseur van het CIZ die een aanvullend medisch advies geschreven heeft op 29 september 2025.
24-uurs zorg in de nabijheid ontstaat ontregeling, verwaarlozing en een reëel risico dat eiseres in onveilige relaties en situaties terechtkomt die zij zelf niet kan overzien of begrenzen.
Overwegingen
6 maart 2025, blijkt dat eiseres met oefening diverse praktische vaardigheden heeft aangeleerd. Met de juiste dagelijkse structuur is ze in staat te werken en op tijd op haar werk te verschijnen. Ook kan eiseres zelfstandig reizen mits de trajecten haar bekend zijn. Het lukt eiseres om op haar kleine zusje te passen, huishoudelijke taken te verrichten (zoals met een lijstje boodschappen doen) en met vrienden naar de stad te gaan. Het CIZ heeft deze omstandigheden terecht van belang geacht. De zorg rondom de aansturing die eiseres nodig heeft bij onder meer het voor zichzelf zorgen en het op tijd op belangrijke afspraken verschijnen is planbaar. Uit de stukken en wat op zitting is toegelicht blijkt weliswaar dat niet alle zorg planbaar is en dat eiseres in nieuwe situaties overleg met anderen nodig heeft, maar ook blijkt dat zij in staat is om bij haar begeleiding of haar netwerk daadwerkelijk om die ondersteuning te vragen. Het is daarbij wel belangrijk dat zij vertrouwd is (geraakt) met de mensen die haar begeleiden en dat zij haar (dus) regelmatig zien.
Bij ‘ernstig nadeel voor de verzekerde’ moet sprake zijn van een te verwachten risico dat de verzekerde het ernstig nadeel zal overkomen. Dat wil zeggen dat het om een reëel risico moet gaan, dat gebaseerd is op onderbouwde verwachtingen. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar bestaat of dat een bepaald gevaar relatief vaak voorkomt bij mensen met een bepaalde aandoening, is op zichzelf niet genoeg. Met het criterium van het ernstig nadeel is dan ook niet beoogd een voorzorgsbeginsel in het leven te roepen waarbij een ‘nul-risico’ wordt nagestreefd. Dat zou ook een vertekend beeld geven van de risico’s die in het leven bestaan (…).” [1]