De curator is, met machtiging van de rechter-commissaris, deze procedure gestart. Daarin vordert hij in woorden van gelijke strekking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om:
I. voor recht te verklaren dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder van [bedrijf] onbehoorlijk heeft verricht en dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van [bedrijf] ;
II. voor recht te verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [bedrijf] en de gezamenlijke schuldeisers van [bedrijf] ;
III. [gedaagde] , bij toewijzing van het hiervoor gevorderde tot een civielrechtelijk bestuursverbod te veroordelen voor de maximaal toegestane termijn, ingaand zodra het vonnis van de rechtbank in deze procedure in kracht van gewijsde is gegaan;
IV. [gedaagde] te veroordelen:
a.
primair, tot betaling van het tekort in het faillissement van [bedrijf] aan de curator nadat dit zal blijken aanwezig te zijn na een te houden verificatievergadering, te vermeerderen met het bedrag aan boedelschulden waaronder het door deze rechtbank vast te stellen salaris van de curator en zijn overige kosten, te voldoen binnen zeven dagen nadat de curator een afschrift van het proces-verbaal van de verificatievergadering alsmede een concept (eind)salarisbeschikking kenbaar heeft gemaakt aan [gedaagde] ;
b.
subsidiair, tot betaling van een schadevergoeding aan de curator binnen zeven dagen na betekening van het vonnis van een bedrag van € 200.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf datum faillissement tot de dag van algehele voldoening en te vermeerderen met de kosten van het gelegde conservatoir beslag;
c.
meer subsidiair, tot betaling van een schadevergoeding aan de curator, nader op te maken bijstaat en te vereffenen volgens de wet;
V. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een voorschot aan de curator van € 100.000,00, te voldoen uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van het vonnis van deze rechtbank inzake de onder IV. genoemde primaire dan wel subsidiaire vordering tot betaling van het tekort in het faillissement van [bedrijf] ;
VI. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding, inclusief de nakosten en de kosten van het conservatoir beslag;
VII. althans zodanig uitspraak te doen als deze rechtbank juist acht.