Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Steenwijkerland.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
achtersteloods van 300 m2 met inbegrip van de extra grond in 2020 een huurprijs werd betaald van € 11.940,- per jaar. Dit is een vierkante meterprijs van € 39,80. Dat wil zeggen: € 995,- maandhuur x 12 maanden : 300 m2. De extra meeverhuurde grond is in dit huurcijfer reeds verdisconteerd. Belanghebbende heeft niet gesteld of de huurprijs in 2023 sedert 2020 is verhoogd respectievelijk geïndexeerd. De rechtbank overweegt daarom dat de vierkante meterprijs die de heffingsambtenaar heeft gehanteerd (€ 33,33) hoe dan ook lager is dan het eigen huurcijfer van belanghebbende in 2020. Hieruit volgt dat de heffingsambtenaar (zeker) niet van een te hoog huurcijfer is uitgegaan. Nu de
voorsteloods vrijwel even groot is, en de heffingsambtenaar bij de waardering hiervan van hetzelfde huurcijfer is uitgegaan, geldt ook hier, zonder gemotiveerde betwisting van het tegendeel door belanghebbende, dat de rechtbank het er voor houdt dat de heffingsambtenaar niet van een te hoog huurcijfer is uitgegaan. De heffingsambtenaar heeft verder terecht gesteld dat de bedrijfswoning niet door middel van de hwk-methode wordt gewaardeerd, maar door middel van de vergelijkingsmethode. Belanghebbende heeft geen, laat staan valide, beroepsgronden aangevoerd tegen de waarde van de bedrijfswoning, inclusief bijbehorende grond. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van deze waarde.