In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, op 14 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil over de forensenbelasting. De belanghebbende, eigenaar van een gemeubileerde woning in de gemeente Ommen, heeft een aanslag in de forensenbelasting voor het jaar 2023 ontvangen van € 1.151,-. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar van de belanghebbende ongegrond. De belanghebbende stelde dat hij in de maanden november en december 2023 hoofdverblijf had in de gemeente Ommen en daarom geen forensenbelasting verschuldigd zou zijn voor die maanden. De rechtbank oordeelde echter dat de belanghebbende gedurende meer dan 90 dagen in het belastingjaar de woning ter beschikking had, zonder dat hij hoofdverblijf had in de gemeente Ommen. De rechtbank volgde de argumenten van de belanghebbende niet en oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd conform de Verordening forensenbelasting Ommen 2023. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de aanslag in stand blijft en de belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.