Eiser heeft in juni 2024 meerdere bezwaren ingediend tegen het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen, waarvan het merendeel niet-ontvankelijk werd verklaard. Het bezwaar tegen het besluit van 24 november 2023 werd afgewezen wegens te late indiening, terwijl de overige bezwaren niet gericht waren tegen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar tegen feitelijke handelingen.
Eiser stelde dat hij het besluit pas in juni 2024 ontving en dat het postbezorgingsbedrijf geen afhaalbericht had achtergelaten. De rechtbank oordeelde dat het besluit aangetekend was verzonden via een bij de ACM geregistreerd postbedrijf en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat geen afhaalbericht was achtergelaten. De gevolgen van het niet afhalen van het poststuk komen voor rekening van eiser.
De overige bezwaren betroffen onder meer het verharden van wegen, het aanleggen van een ontsluitingsweg, en het plaatsen van palen, welke geen bestuursrechtelijke besluiten zijn. De rechtbank stelde vast dat het college terecht deze bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook de stellingen over onvolledigheid van het hoorzittingsverslag en onjuistheden tijdens de hoorzitting werden verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.