Uitspraak
[eenmanszaak],
1.[partij B1] ,
2.
[partij B2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, met daarin een tegenvordering,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Overijssel
Partij A, een elektrotechnisch installateur, voerde bouwwerkzaamheden uit aan het bijgebouw van partij B. Er ontstond een geschil over de betaling van een aanvullende factuur en de kwaliteit van het werk. Partij B betaalde een eerste factuur vooraf, maar weigerde de tweede factuur te voldoen vanwege vermeende gebrekkige uitvoering.
De kantonrechter oordeelde dat partijen een vaste aanneemsom hadden afgesproken en dat partij A onvoldoende had aangetoond dat hij tijdig had gewaarschuwd voor kostenverhogende omstandigheden of meerwerk. Hierdoor werd de vordering tot betaling van de aanvullende factuur afgewezen.
Daarnaast stelde partij B dat partij A tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst. Op basis van deskundigenrapporten en het ontbreken van concrete weerlegging door partij A, stelde de rechter vast dat de gebreken aan partij A zijn toe te rekenen. Partij A werd veroordeeld tot herstel van de gebreken binnen een redelijke termijn en tot betaling van diverse schadeposten, waaronder expertisekosten, herstelkosten en incassokosten.
De vordering tot vervangende machtiging om herstel door derden te laten uitvoeren werd afgewezen wegens onbepaaldheid. De proceskosten werden verdeeld in het nadeel van partij A, die tevens wettelijke rente over de kosten moet betalen.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.
Uitkomst: Vordering tot betaling aanvullende factuur afgewezen; partij A veroordeeld tot herstel en betaling van schadevergoeding en incassokosten aan partij B.