11.1.De waardepeildatum betreft 1 januari 2022. Op dat moment was (nog) geen sprake van een onherroepelijk, definitief geworden bestemmingsplan. Toekomstige, onzekere ontwikkelingen kunnen mogelijk effect hebben op de waarde van woningen die zijn gelegen in een gebied waar ontwikkelingen plaatsvinden. Dat zal dan blijken uit toekomstige verkoopcijfers van referentiewoningen. De rechtbank oordeelt daarom dat voor zover de nieuwbouwplannen van de school een waardedrukkend effect hebben (gehad), dit potentieel waardedrukkend effect reeds is verdisconteerd in de verkoopprijzen van de referentieobjecten die de heffingsambtenaar heeft gehanteerd. Kortom, via de representatieve verkoopcijfers van de gehanteerde referentiewoningen is door kopers van die woningen al rekening gehouden met mogelijke nieuwbouw en die cijfers heeft de heffingsambtenaar terecht mogen hanteren bij de vaststelling van de WOZ-waarde van de woning. Dat er (ook) woningen langer te koop zouden (hebben ge)staan heeft belanghebbende niet met verifieerbare gegevens onderbouwd. Het doet ook geen afbreuk aan de verkoopcijfers van de wel verkochte, en daarmee bruikbaar geachte referentiewoningen.
12. In beroep heeft de heffingsambtenaar gecorrigeerd dat in 2010 de woning gerenoveerd zou zijn. Ten aanzien van de factoren onderhoud, kwaliteit, uitstraling en ligging heeft belanghebbende niet onderbouwd dat de heffingsambtenaar van een onjuiste waardering is uitgegaan.
13. Ter zitting heeft de taxateur nog aanvullend gesteld dat, anders dan vermeld in het oorspronkelijke plan en de betreffende eerste plattegrond, in de gecorrigeerde tweede plattegrond geen sprake meer is van een ontsluitingsweg naar de Keurkampstraat.
14. De rechtbank overweegt tot slot ten aanzien van het verzoek om een proceskostenvergoeding in bezwaar als volgt. Volgens artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen voor een vergoeding in aanmerking kosten van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Een werknemer die rechtsbijstand aan zijn werkgever verleent, kan ten opzichte van die werkgever niet worden aangemerkt als een derde in de zin van artikel 1, aanhef en onder a, van het Bpb.Gemachtigde van belanghebbende is zijn zoon en kantoorgenoot bij het advocatenkantoor van belanghebbende. Hij kan daarom niet als derde worden aangemerkt, en er is daarom geen sprake van kosten gemaakt door voor een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het betoog van belanghebbende dat zijn gemachtigde voor een ander bureau werkzaam is, volgt de rechtbank niet, gelet op het feit dat op de website van het advocatenkantoor De Mul Zegger beiden worden gepresenteerd als werkzaam voor het kantoor.
15. De beroepsgronden slagen niet.
16. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat een waarde van de onroerende zaak [adres 1] van € 521.000,- per waardepeildatum 1 januari 2022 niet te hoog is.