Partijen sloten een zorgverzekeringsovereenkomst waarbij gedaagde betalingsachterstanden opliep vanaf augustus 2019. VGZ vordert betaling van deze achterstanden vermeerderd met bijkomende kosten. Gedaagde betwist de hoogte van de bijkomende kosten en stelt dat hij betalingsverplichtingen heeft nageleefd en actief heeft meegewerkt aan betalingsregelingen.
De rechtbank constateert dat gedaagde niet volledig heeft betaald en in verzuim is geraakt. De wettelijke rente is verschuldigd. VGZ vordert buitengerechtelijke incassokosten, maar kan niet aantonen dat een aanmaning van 8 september 2025 is ontvangen, waardoor slechts een deel van de incassokosten wordt toegewezen.
De kantonrechter matigt de proceskosten omdat VGZ verwarring heeft veroorzaakt door enerzijds een betalingsregeling aan te bieden en anderzijds deze af te wijzen na een lange reactietermijn. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.167,62 plus wettelijke rente en proceskosten van € 486,14. Een betalingsregeling kan niet door de rechter worden opgelegd.