Uitspraak
[bedrijf],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 144,00
Rechtbank Overijssel
Werknemer trad op 7 januari 2025 in dienst bij werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 30 juni 2025. Na ziekmelding op 8 mei 2025 betaalde werkgever het salaris van april te laat en het salaris van mei en juni 2025 helemaal niet uit.
Werknemer vorderde betaling van achterstallig salaris, wettelijke verhogingen, wettelijke rente, vakantiegeld, niet-genoten verlofdagen, transitievergoeding en incassokosten. Werkgever vorderde in reconventie schadevergoeding wegens vermeend slecht functioneren en roekeloos handelen van werknemer, wat zou hebben geleid tot bedrijfsschade.
De kantonrechter oordeelde dat werkgever onvoldoende feiten had aangevoerd om opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer aan te tonen, waardoor aansprakelijkheid voor schade niet kon worden aangenomen. De vorderingen van werknemer tot salarisbetaling en bijkomende vergoedingen werden toegewezen, met matiging van de wettelijke verhoging over mei en juni vanwege financiële problemen van werkgever. De vordering tot schadevergoeding wegens slecht werkgeverschap werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schade en belemmering in herstel.
De kantonrechter veroordeelde werkgever tot betaling van de gevorderde bedragen binnen veertien dagen, inclusief een eindafrekening en loonstroken, en tot betaling van proceskosten aan werknemer. De vordering van werkgever werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten van werknemer.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris, wettelijke verhogingen, rente, vakantiegeld, transitievergoeding en incassokosten; vordering schadevergoeding werkgever wordt afgewezen.