Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
Heb jij nog werk geld uit een van de enveloppen gehaald?Ik mis 1050 euro. Ik denk dat het handiger is dat je hier enveloppe met contanten neerlegt.”
“Hoeveel geld had jij mij van de week in de enveloppe gedaan?.”
“we moeten echt even zitten voor dat contante geld wantij heb echt geen idee meer. Vind k niet fijn.”
“alle contanten die je me terug had gedaan voor 11 juni (700 en 1600) (…) wil je dit even checken?”
- Ondanks dat tussen partijen is afgesproken dat [partij A] geen gelden uit de kas of de afstortenveloppen zou pakken voor privédoeleinden en/of voor zijn eigen onderneming, heeft hij dit toch gedaan; in oktober 2025 stond in dat kader een bedrag open van € 4.309,73;
- [partij A] had [naam 3] op 17 en 19 oktober 2025 al tikkies (van in totaal € 670,-) voor een betaling naar zijn privérekening gestuurd voor de door [naam 3] bij [partij B] gekochte kleding. Dit terwijl [partij A] op 18 oktober 2025 per WhatsApp aan [naam 1] had laten weten dat [naam 3] de betaling rechtstreeks aan [partij B] zou voldoen;
- [partij A] heeft kleding meegenomen naar [naam 2] en de daarmee gemoeide omzet niet aan [partij B] afgedragen. Bovendien stond die kleding nog steeds op voorraad in het systeem bij [partij B] ;
- Tot slot zijn twee jassen van in totaal € 469,85 verkocht aan [naam 4] en heeft [partij A] [naam 4] een ongeoorloofde korting gegeven, waardoor de klant maar € 300,- heeft betaald. Ook is de daarmee gemoeide omzet niet aan [partij B] afgedragen. Ook deze jassen stonden nog steeds op voorraad bij [partij B] .
Hierop is [partij A] door [naam 1] aangesproken en is hem medegedeeld dat hij voortaan zelf moest zorgen voor contant geld voor de pakketten van zijn eigen bedrijf. Deze mededeling is destijds ook aan mij gedaan.”
4.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
- De invoerrechten van de bestellingen en de cash-on-delivery bestellingen van zijn webshop die – met toestemming – bij [partij B] werden geleverd, mocht [partij A] afrekenen met geld uit de afstortenveloppen van [partij B] . [partij A] betaalde de kosten vervolgens aan [partij B] terug.
- De geldbedragen die [partij A] van [naam 3] heeft ontvangen zijn door [partij A] niet direct doorbetaald, omdat hij in die periode in scheiding lag en zijn hoofd er niet bij had. Op 22 oktober 2025 had [partij A] al aan [naam 1] laten weten dat dit geld nog aan haar toekomt. Hij verklaarde ter zitting dat hij die dag nog niet wist dat [naam 3] de tikkies al had betaald. Ook had [partij A] al bij [naam 3] verzocht om foto’s van de kaartjes, zodat deze in het systeem konden worden verwerkt. Door zijn privésituatie is het daar niet van gekomen. Hij heeft [naam 3] een standaard korting van 5% gegeven.
- [naam 4] heeft op 26 september 2025 voor € 469,85 aan kleding gekocht. [naam 4] heeft € 289,85 contant betaald. Dit zou in het kassasysteem zichtbaar moeten zijn. Nadat [naam 4] de tikkie van € 180,- heeft betaald, heeft [partij A] dat naar zijn weten aan [partij B] afgedragen.
- Aan [naam 2] heeft [partij A] 10% korting gegeven, terwijl [naam 1] zelf altijd 20% (of meer) korting aan hen gaf. Het aankoopbedrag is verrekend met zijn verblijfskosten. Dit bedrag komt [partij B] nog toe. Hij heeft nooit de intentie gehad om zich dit geldbedrag toe te eigenen.
- [naam 1] heeft [partij A] geen toestemming gegeven om geld uit de afstortenveloppen of de kassa te halen om de levering van goederen van zijn eigen webshop te betalen. Wel heeft zij dit – zoals in het verweerschrift wordt geschreven – een lange tijd oogluikend toegestaan.
- Nadat [naam 1] bij [partij A] vroeg of er op 26 september 2025 kleding was verkocht, vertelde [partij A] dat [naam 3] voor € 670,- aan kleding had uitgezocht. [naam 3] zou de week erna komen betalen. Op 18 oktober 2025 heeft [partij A] per WhatsApp aan [naam 1] laten weten dat [naam 3] bij [naam 1] komt betalen en dat dat bedrag niet via hem is gegaan. Later bleek echter dat [partij A] de dag daarvoor al een tikkie van € 300,- aan [naam 3] had gestuurd. Een dag later heeft hij nog een tikkie van € 370,- aan [naam 3] gestuurd.
- Dat [naam 4] op 26 september 2025 kleding had gekocht bij [partij B] moest [naam 1] na 22 oktober 2025 van [naam 3] horen; dit had [partij A] niet verteld en stond ook niet op het Exceloverzicht van [partij A] vermeld. Zoals blijkt uit de verklaring van [naam 4] , had [naam 4] die avond € 120,- aan [partij A] betaald. Er is in de kassa van die avond echter niks terug te vinden van contante betalingen. Ook de door [partij A] aan [naam 4] gestuurde tikkie van € 180,- heeft [partij A] niet aan [partij B] afgedragen.
- [partij A] heeft kleding aan [naam 2] verkocht. [partij A] heeft deze verkoop niet op het Exceloverzicht vermeld. [naam 1] kwam achter deze verkoop toen zij contact had met [naam 2] . [naam 2] vertelde dat het door hen betaalde bedrag is verrekend met de persoonlijke verblijfskosten van [partij A] . Het geld heeft [partij A] niet aan [partij B] afgedragen.
5.De beoordeling van de verzoeken
Roadstore-betalingen
Klant ‘ [naam 3] ’
Klant ‘ [naam 4] ’
Klant ‘ [naam 2] ’
tussenconclusie
Naaste voornoemde bewezen gevallen van diefstal zijn er nog veel meer (concrete) vermoedens van diefstal en is het onderzoek hiernaar nog steeds gaande”. Uit het nadere onderzoek zijn ook nog meer kwesties gekomen, die ten grondslag zijn gelegd aan het tweede ontslag op staande voet.
6.De beoordeling van de tegenverzoeken
Resterend bedrag uit afstortenveloppen
Overige vorderingen van betalingen door klanten