Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1:in de periode van 17 maart 2019 tot en met 2 januari 2024 als bestuurder van
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 maart 2019 tot en
met 2 januari 2024 te [plaats 1], [plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], althans in
Nederland,
als (feitelijk) bestuurder van een of meerdere rechtspersonen, te weten:
- [bedrijf 1] B.V., welke rechtspersoon op 17 maart 2020 door de rechtbank
Noord-Nederland in staat van faillissement was verklaard, en/of
- [bedrijf 2] B.V., welke rechtspersoon op 1 september 2020 door
de rechtbank Noord-Nederland in staat van faillissement was verklaard,
voor of tijdens het faillissement van die rechtspersonen,
desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende
wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen
gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden
en/of andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de
hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de
curator heeft verstrekt,
en/of
opzettelijk niet heeft voldaan en/of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de
wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en/of het bewaren
van de daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, ten
gevolge waarvan de afhankelijk werd bemoeilijkt,
immers heeft hij, verdachte, niet de (gehele) administratie waaronder (DOC-027):
a. grootboekkaarten 2017, 2018 2019 en 2020 van [bedrijf 1] B.V. (tot datum
faillissement) en/of
b. memoriaalboekingen 2017, 2018 en 2019 van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2]
[bedrijf 2] B.V. en/of
c. verzamelloonstaten 2017, 2018 en 2019 van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2]
[bedrijf 2] B.V. en/of
d. bankafschriften van [bedrijf 1] B.V. voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020
(tot datum faillissement) en/of
e. loonstroken van [naam 1] en/of
f. arbeids-, of managementovereenkomsten met de aandeelhouder(s) en/of
g. rekening-courantoverzichten met aandeelhouder(s) en/of
h. stukken die betrekking hebben op de lening aan [bedrijf 1] B.V. en
[bedrijf 2] B.V. en/of
i. activa overeenkomst [naam 2],
gevoerd en/of doen voeren en/of bewaard en/of doen bewaren en/of aan de curator
van [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V. verstrekt;
art. 344a lid 2 onder 1° Wetboek van Strafrecht
art. 344a lid 2 onder 2° Wetboek van Strafrecht
( art 344a lid 2 ahf/ond 1° Wetboek van Strafrecht, art 344a lid 2 ahf/ond 2° Wetboek
van Strafrecht )
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en
met 1 september 2020 te [plaats 1], [plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], althans
in Nederland,
als (feitelijk) bestuurder van een of meerdere rechtspersonen, te weten:
- [bedrijf 1] B.V., welke rechtspersoon op 17 maart 2020 door de rechtbank
Noord-Nederland in staat van faillissement was verklaard, en/of
- [bedrijf 2] B.V., welke rechtspersoon op 1 september 2020 door
de rechtbank Noord-Nederland in staat van faillissement was verklaard,
voor het faillissement,
A. ten aanzien van [bedrijf 1] B.V.
((een) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer)):
- € 146.094,00 overgeboekt naar [bedrijf 3] B.V.(DOC-030) en/of
- € 63.881,00 overgeboekt naar [medeverdachte] (DOC-032) en/of
-€ 396.972,00 overgeboekt naar [bedrijf 4] B.V. (DOC-030),
B. ten aanzien van [bedrijf 2] B.V.
((een) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer)):
- € 85.793,00 over naar [medeverdachte] (DOC-031) en/of
- € 537.823,00 over naar [bedrijf 4] B.V. (DOC-031),
althans enig geldbedrag en/of goed aan de boedel heeft onttrokken en/of
(telkens) buitensporig middelen van de rechtspersoon heeft verbruikt, uitgegeven of
vervreemd, dan wel hieraan heeft meegewerkt of daarvoor zijn toestemming
gegeven,
terwijl hij, verdachte, wist dat hierdoor een of meer schuldeisers van voornoemde
rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld;
art. 343, onder 1° en/of onder 2° Wetboek van Strafrecht
( art 343 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 343 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 mei 2019 tot en
met 17 juni 2020 te [plaats 1], [plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], in elk geval
in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,
opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer valse en/of vervalste geschrift(en)
dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de/het
navolgende document(en) (ZD-003-01):
- een arbeidsovereenkomst van [bedrijf 1] B.V. d.d. 20 december 2018 ten
name van [medeverdachte] (DOC-056), en/of
- een arbeidsovereenkomst van [bedrijf 2] B.V. d.d. 13 maart 2020
ten name van [medeverdachte] (DOC-060), en/of
- een werkgeversverklaring van [bedrijf 2] B.V. d.d. 27 februari
2019 ten name van [medeverdachte] (DOC-059), en/of
- een factuur van [bedrijf 5] d.d. 1 juni 2019 ten name van [medeverdachte]
[medeverdachte] met factuurnummer [nummer 1] (DOC-011), en/of
- een factuur van [bedrijf 5] d.d. 16 oktober 2019 ten name van
[medeverdachte] met factuurnummer [nummer 2] (DOC-012), en/of
- een factuur van [bedrijf 5] d.d. 29 juli 2019 ten name van [medeverdachte]
[medeverdachte] met factuurnummer [nummer 3] (DOC-014), en/of
- een factuur van [bedrijf 5] d.d. 11 augustus 2019 ten name van
[medeverdachte] met factuurnummer [nummer 4] (DOC-015),
als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst,
dan wel vorenbedoelde geschrift(en) opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden
heeft gehad, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift
bestemd is voor zodanig gebruik,
bestaande het gebruik maken hierin dat hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte
dat/die (ver)vals(t)e geschrift(en) ter beschikking heeft/hebben gesteld en/of
heeft/hebben laten stellen aan ABN AMRO Bank N.V.;
art. 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht
art. 47 Wetboek van Strafrecht
( art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
hij in of omstreeks de periode van 28 februari 2019 tot en met 4 augustus 2020 te
[plaats 1], [plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen,
hierin bestaande dat hij, verdachte,
(sub b)
een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld, althans enig(e) geldbedrag(en), te
weten
A. een geldbedrag van in totaal 56.480,70 euro (DOC-011, DOC-012, DOC-014 en
DOC-015), en/of
B. een geldbedrag van in totaal 450.000,00 euro (DOC-143 en DOC-013), en/of
C. een geldbedrag van in totaal 64.545,71 euro (DOC-033),
heeft verworven en/of voorhanden heeft (gehad) en/of heeft overgedragen en/of
heeft omgezet en/of van een voorwerp gebruik heeft gemaakt,
A. door dit/deze geldbedrag(en) te (laten) gebruiken voor aankoop en/of de
verbouwing van de woning aan de [adres] te [plaats 4], en/of
B. door dit/deze geldbedrag(en) te (laten) gebruiken voor aankoop en/of de
verbouwing van de woning aan de [adres] te [plaats 4], en/of
C. door dit/deze geldbedrag(en) over te boeken naar aan verdachte en/of zijn
medeverdachte(n) gelieerde bedrijven,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) dat dit/deze
geldbedrag(en) –onmiddellijk of middellijk- (deels) afkomstig was/waren uit
enig(e) misdrij(f)(ven);
en/of
hij in of omstreeks de periode van 28 februari 2019 tot en met 4 augustus 2020 te
[plaats 1], [plaats 2], [plaats 3], [plaats 4], althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
zich schuldig heeft gemaakt aan eenvoudig witwassen, hierin bestaande dat hij,
verdachte,
(een) voorwerp (en), te weten een hoeveelheid geld, althans enig(e) geldbedrag(en),
te weten
- een geldbedrag van in totaal 56.480,70 euro (DOC-011, DOC-012, DOC-014 en
DOC-015), en/of
- een geldbedrag van in totaal 450.000,00 euro (DOC-143 en DOC-013), en/of
- een geldbedrag van in totaal 64.545,71 euro (DOC-033),
heeft/hebben verworven en/of voorhanden (hebben) gehad, terwijl verdachte en/of
medeverdachte(n) wist(en) dat dat/deze voorwerp(en) onmiddellijk geheel of
gedeeltelijk afkomstig was/waren uit enig(e) eigen misdrij(f)(ven);
art 420bis lid 1 onder a en/of b Wetboek van Strafrecht en/of art. 420bis.1 Wetboek van
Strafrecht
art. 47 Wetboek van Strafrecht
( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b
Wetboek van Strafrecht, art 420bis.1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1
Wetboek van Strafrecht )
3.De voorvragen
(tot datum faillissement), loonstroken van [naam 1], arbeids-, of managementovereenkomsten met de aandeelhouder(s), rekening-courantoverzichten met aandeelhouder(s), stukken die betrekking hebben op de lening aan [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. en activa overeenkomst [naam 2] –
[verdachte] was verantwoordelijk voor de aanlevering en volledigheid van de administratie maar hij bleef in gebreke. Ik kreeg niet de informatie waar ik om vroeg. [verdachte] heeft mij bewust gegevens niet verstrekt, denk hierbij aan openstaande posten zoals onder andere de rekening van [bedrijf 7].” [20]
red flags), maar een concreet aanknopingspunt ontbreekt. Deze
red flagsbrengen naar het oordeel van de rechtbank niet met zich dat helder kan worden vastgesteld vanaf welk moment een faillissement van een van de bedrijven voorzienbaar was.
De girale geldstromen die hebben plaatsgevonden in de tenlastegelegde periode naar en van [bedrijf 1], [bedrijf 2], [bedrijf 3] B.V., [medeverdachte] en [bedrijf 4] B.V. zijn (groten)deels verklaarbaar door de onderlinge verhoudingen en niet is vastgesteld dat deze geldstromen/vermeende onttrekkingen binnen de tenlastegelegde periode hebben geleid tot het faillissement. In de ten laste gelegde periode waren ook problemen met de buitenlandse leverancier Varola, maar ook hiervan kan niet worden vastgesteld dat dit op enig moment heeft geleid tot grote aantoonbare liquiditeitsproblemen. De verdediging heeft opgemerkt dat de aanmerkelijke kans op een faillissement voor [bedrijf 1] mogelijk begin 2020 voorzienbaar was, en voor [bedrijf 2] enige maanden na de uitbraak van COVID-19 in datzelfde jaar, maar het dossier biedt ook onvoldoende grondslag om dat tijdsbestek als uitgangspunt te kunnen nemen.
als (feitelijk) bestuurder van meerdere rechtspersonen, te weten:
- [bedrijf 1] B.V., welke rechtspersoon op 17 maart 2020 door de rechtbank
Noord-Nederland in staat van faillissement was verklaard, en
- [bedrijf 2] B.V., welke rechtspersoon op 1 september 2020 door
de rechtbank Noord-Nederland in staat van faillissement was verklaard,
voor of tijdens het faillissement van die rechtspersonen,
desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende
wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen
gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden
en/of andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de
hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de
curator heeft verstrekt,
en
opzettelijk niet heeft voldaan en/of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de
wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en/of het bewaren
van de daartoe behorende boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, ten
gevolge waarvan de afhandeling werd bemoeilijkt,
immers heeft hij, verdachte, niet de (gehele) administratie waaronder:
a. grootboekkaarten 2017, 2018 2019 en 2020 van [bedrijf 1] B.V. (tot datum
faillissement) en
b. memoriaalboekingen 2017, 2018 en 2019 van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2]
[bedrijf 2] B.V. en
c. verzamelloonstaten 2017, 2018 en 2019 van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2]
[bedrijf 2] B.V. en
d. bankafschriften van [bedrijf 1] B.V. voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020
(tot datum faillissement) en
e. loonstroken van [naam 1] en
f. arbeids-, of managementovereenkomsten met de aandeelhouder(s) en
g. rekening-courantoverzichten met aandeelhouder(s) en
h. stukken die betrekking hebben op de lening aan [bedrijf 1] B.V. en
[bedrijf 2] B.V. en
i. activa overeenkomst [naam 2],
gevoerd en/of bewaard en/of aan de curator van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. verstrekt.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon, desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekken
als bestuurder van een rechtspersoon, voor het faillissement van de rechtspersoon, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon, desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekken
als bestuurder van een rechtspersoon, voor het faillissement van de rechtspersoon, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroepvan statutair bestuurder of feitelijk bestuurder van enige rechtspersoon of vennoot van enig rechtspersoon als bedoeld in artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van
3 (drie)jaren;
openbaar gemaaktwordt door registratie in het
handelsregister van de Kamer van Koophandelen begroot de kosten daarvan op nihil;