ECLI:NL:RBOVE:2026:147

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
11723039 CV EXPL 25-966
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen en benoeming deskundige

In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen een eiser, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. van Zutphen, en een gedaagde, vertegenwoordigd door mr. W.S. Oostveen-Kouwenhoven. De eiser, die als productiemedewerker bij de gedaagde B.V. werkzaam was, heeft twee arbeidsongevallen meegemaakt en stelt de gedaagde aansprakelijk voor de gevolgen hiervan. De rechtbank heeft een onderzoek bevolen en een deskundige benoemd om de medische situatie van de eiser te beoordelen. De eiser heeft lichamelijke klachten en psychische problemen, waaronder PTSS, die hij aan de arbeidsongevallen toeschrijft. De gedaagde erkent de aansprakelijkheid voor de ongevallen, maar betwist de schade en stelt dat er al eerder klachten waren. De rechtbank heeft bepaald dat de deskundige, dr. G.A.A. Sprenkels, het onderzoek zal uitvoeren en dat de eiser zijn medische dossier en gegevens over ziekteverzuim aan de deskundige moet verstrekken. De gedaagde moet een voorschot betalen voor de kosten van het onderzoek. De zaak is verwezen naar de rolzitting van 20 januari 2026 voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 11723039 CV EXPL 25-966
Vonnis van 13 januari 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonend te [woonplaats],
eisende partij,
hierna ook wel te noemen [eiser],
gemachtigde mr. H.G.M. van Zutphen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V. h.o.d.n. [gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen [gedaagde],
gemachtigde mr. W.S. Oostveen-Kouwenhoven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de mondelinge behandeling op 29 september 2025,
- de akte van 11 november 2025 van [eiser],
- de akte van 11 november 2025 van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] produceert in een fabriek in [vestigingsplaats] onder meer vleeswaren, soepen en vegetarische producten.
2.2.
[eiser] is op 24 september 2007 bij [gedaagde] in dienst getreden als productiemedewerker.
2.3.
Tijdens het dienstverband zijn [eiser] twee arbeidsongevallen overkomen.
2.3.1.
Op 11 september 2018 is [eiser] uitgegleden op de gladde vloer. Kort daarvoor was door een extern bedrijf een nieuwe bovenlaag op de vloer aangebracht. Daarbij zijn fouten gemaakt waardoor de vloer op sommige plaatsen te glad was. Bij de val kwam [eiser] op zijn rug en linker bil terecht. Per 15 oktober 2018 was hij hersteld en weer volledig bij [gedaagde] aan het werk.
2.3.2.
Op 15 maart 2019 kwam er tijdens het werk een zware balk (hefboom) op het hoofd van [eiser] terecht. Hij is naar het ziekenhuis gebracht en is gedurende een dag opgenomen geweest op de Acute Opname afdeling. De bediening van de hefboom is daarna aangepast.
2.4.
Op 13 mei 2019 heeft de toenmalige belangenbehartiger van [eiser] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de twee arbeidsongevallen.
2.5.
Per 1 juli 2021 is de arbeidsovereenkomst beëindigd omdat er geen passend werk meer beschikbaar is voor [eiser].
2.6.
Bij besluit van 18 juli 2022 van het UWV is [eiser] volledig arbeidsongeschikt verklaard voor zijn eigen werk bij [gedaagde]. Hij ontvangt op grond van dat besluit tot op heden een volledige WIA/IVA-uitkering.
2.7.
[gedaagde] heeft de aansprakelijkheid voor de twee arbeidsongevallen erkend.
De aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde], AXA XL, heeft Groeneveld & Partners aangewezen om de schaderegeling ter hand te nemen.
2.8.
Groeneveld heeft verschillende keren medisch advies op laten stellen door haar medisch adviseur, voor het laatst op 13 december 2023.

3.Het geschil

3.1.
De vordering
[eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:
  • € 311.541,25 voor schadevergoeding;
  • smartengeld volgens de geldende richtlijnen,
  • vergoeding van de kosten van de medische adviseur voor de medische rapportage door werkgever opgesteld,
  • vergoeding van de kosten van rechtsbijstand,
  • alles verhoogd met wettelijke rente,
  • de kosten van deze procedure.
3.2.
Ter onderbouwing voert [eiser] het volgende aan. Door het werk bij [gedaagde] en als direct gevolg van de ongevallen heeft [eiser] lichamelijke klachten. Ook heeft hij PTSS opgelopen; hij heeft nog steeds therapie en medicatie nodig voor psychische problemen en pijnklachten. De verzekeraar van [gedaagde] heeft wel aansprakelijkheid erkend maar betwist de schade, omdat er volgens haar al eerder sprake was van beperkingen. Volgens [eiser] bagatelliseert [gedaagde] de klachten. [eiser] had eerder wel klachten, maar daarvan was hij hersteld ten tijde van de ongevallen. Hij wijst erop dat hij voor het ongeval niet veel ziekteverzuim had, behalve in 2015 na het overlijden van zijn broer.
3.3.
Het verweer
[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. Voor [gedaagde] staat niet vast dat de arbeidsongeschiktheid van [eiser] het gevolg is van de arbeidsongevallen. Partijen zijn het niet eens over het medisch causaal verband tussen de klachten/beperkingen en de ongevallen. Een groot deel van de klachten was al voor de ongevallen aanwezig (pre-existent) en een deel kan geen verband houden met de ongevallen. Mogelijk houdt een deel van de klachten wel verband met ongeval 2; het letsel van ongeval 1 is geheel genezen. Het ontbreekt aan een onafhankelijk onderzoek naar de vraag welke klachten en beperkingen het gevolg zijn van de arbeidsongevallen en of [eiser] door die klachten in enige mate (blijvend) arbeidsongeschikt is geworden. Daarom lukt het partijen niet de schade onderling af te wikkelen.
[gedaagde] wijst erop dat uit de opgestelde medische adviezen blijkt dat [eiser] in 2015 psychische klachten had, namelijk een depressieve stoornis en een rouwreactie. Op 2018 scoorde hij op een vragenlijst hoog op depressie, suïcidaliteit en angst. Verder had [eiser] al voor het eerste ongeval last van slaapapneu en diabetes type II, is er ter hoogte van de schouder sprake van slijtage aan het AC-gewricht en sinds 2019 van carpaletunnelsyndroom in hand rechts.
Om tot een oplossing te komen stelt [gedaagde] voor om een verzekeringsarts te benoemen, die is opgenomen in het NVMSR register, en aan deze deskundige de aangevulde
IWMD-vraagstelling voor te leggen.

4.De beoordeling

4.1.
Tijdens de zitting zijn partijen het eens geworden dat de kantonrechter een verzekeringsarts zal benoemen die is opgenomen in het NVMSR register. Partijen zullen gezamenlijk met een voorstel komen. Als dat niet lukt zal de rechtbank een deskundige benoemen, die in het NVMSR-register staat.
Ook over de vraagstelling zullen partijen zich gezamenlijk uitlaten. Daarnaast is afgesproken dat [eiser] zijn volledige medische dossier aan de deskundige zal sturen. Ook zal hij informatie over zijn ziekteverzuim aan de deskundige verstrekken nadat [gedaagde] hem deze informatie heeft gegeven.
4.2.
Bij akte heeft [eiser] namen van een revalidatie-arts en een pijnspecialist als mogelijke deskundige gegeven. Verder voegt hij een voorstel voor een vragenlijst bij.
4.3.
Bij akte wijst [gedaagde] op de meest recente versie (1 november 2025) van de IWMD-vraagstelling. Zij vraagt de kantonrechter deze vraagstelling integraal aan de deskundige voor te leggen, met als aanvulling daarbij de vraag om bij de beantwoording steeds aan te geven om welk ongeval het gaat als gesproken wordt over een ongeval. Zij wijst erop dat uit het huisartsenjournaal blijkt van de volgende ongevallen:
I 24-03-2016: ‘nekklachten bij ongeval, bij depressie en schouderklachten’
II 07-09-2018: ‘maand geleden gesprongen van 2-3 meter hoogte’
III 11-09-2018: ‘uitgegleden op het werk”
IV 15-03-2019: ‘dhr heeft bedrijfsongeval gehad (ongeval met balk)’,
4.4.
Het is partijen niet gelukt om samen een deskundige aan te wijzen. De griffier heeft daarom de verzekeringsartsen die in het NVMSR register staan per e-mail benaderd.
Dr. J.P.G.A. Kurris heeft laten weten niet vrij te staan in deze zaak, omdat hij in het verleden partner was bij GENAS, het adviesbureau dat heeft geadviseerd aan Groeneveld en Partners. Dr. A.C.L. Grubben was één van de andere partners bij GENAS en hij heeft verschillende adviezen uitgebracht over [eiser].
Dr. F.M. Brouwer en dr. J.A.F. Leunisse hebben laten weten niet beschikbaar te zijn dan wel geen tijd te hebben om op het verzoek in te gaan.
Dr. G.A.A. Sprenkels, werkzaam bij Expertise Centrum Medilibra, is wel in staat en bereid om het onderzoek uit te voeren. Zij heeft een indicatie van het voorschot gegeven van
€ 10.633,72 inclusief BTW, die als bijlage bij dit vonnis is gevoegd. De deskundige heeft aangegeven dat het onderzoek naar verwachting 32 uur gaat kosten tegen een tarief van
€ 257,00 per uur exclusief btw, vermeerderd met 4 uur secretariaatskosten van € 128,75 exclusief BTW per uur, en diverse kosten.
De kantonrechter zal in dit vonnis dr. Sprenkels als deskundige benoemen.
4.5.
Het is partijen niet is gelukt om samen een vragenlijst op te stellen. Zowel [eiser] als [gedaagde] hebben zich uitgelaten over wat zij belangrijk vinden in de vragenlijst.
De kantonrechter bepaalt, mede op grond van de aktes, de onderstaande vraagstelling, die bestaat uit de IWDM-vraagstelling met een toevoeging onder het kopje Algemeen.:
Algemeen
Wilt u bij de beantwoording van de vraagstelling duidelijk aangeven over welk ongeval het gaat als u spreekt van ‘ongeval’. Wilt u daarbij onderscheid maken tussen het ongeval in september 2018, waarbij [eiser] is uitgegleden op de vloer, en het ongeval uit 2019, waarbij een hefboom op zijn hoofd is gekomen?
Vermelding van eerdere incidenten alleen indien en voor zover u dat relevant acht.
1. De situatie met ongeval(len)
Anamnese
a. Hoe luidt de anamnese? Welke behandelingen heeft onderzochte gehad? Wat was het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u vermelden welke belemmeringen betrokkene ervaart in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), bij het werk, bij werkzaamheden in, aan en om de woning, en bij het uitoefenen van hobby’s en bezigheden in recreatieve sfeer?
Medische gegevens
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van de medische voorgeschiedenis (dat wil zeggen voor het ongeval) van de onderzochte op uw vakgebied? Wat is de medische behandeling geweest van de klachten en/of ervaren verschijnselen in gevolg op het ongeval en het resultaat daarvan?
Medisch onderzoek
c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij onderzoek?
Consistentie
d. Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt? NB Confrontatie met gevonden inconsistenties is wel nodig: een betrokkene moet namelijk de kans krijgen om hier persoonlijk en verbaal op te reageren, dit is een ethisch punt.
Diagnose
f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?
Beperkingen
g. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit de ongevallen? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?
Medische eindsituatie
h. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van de ongevallen mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde letsel mogelijk?
i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
j. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
k. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?
l. Welke huidige mate van functieverlies (impairment) kunt u vaststellen op uw vakgebied als gevolg van het ons aangelegen ongeval? Wilt u dit uitdrukken in een percentage volgens de richtlijnen van de American Medical Association (AMA-guides, 6e druk), aangevuld met de meest recente richtlijnen/ leidraad van uw eigen beroepsvereniging?
2. De situatie zonder ongevallen
Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.
Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongevallen
a Bestonden voor de ongevallen bij de onderzochte reeds klachten en/of afwijkingen op uw vakgebied? Zo ja, zijn die klachten er nog steeds? Bestaan er andere klachten en/of afwijkingen die wel relevant zijn voor uw vakgebied? Kunt u hierbij onderscheid maken tussen de gegevens bij anamnese verkregen en informatie op basis van de medische broninformatie verkregen?
b. Zo ja, kunt u zo mogelijk aangeven welke beperkingen voor de ongevallen uit deze klachten en/of afwijkingen voortvloeiden en nu nog steeds uit deze klachten en/of afwijkingen voortvloeien? Kunt u hierbij aangeven, of deze gegevens anamnestisch zijn of gebaseerd op medische broninformatie?
Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongevallen
c. Zijn er bij de onderzochte op uw vakgebied aanwijzingen dat hij ook zonder ongevallen de huidige klachten en/of afwijkingen op uw vakgebied zou hebben ontwikkeld? Wilt u hierbij de algemene gezondheidstoestand van betrokkene meewegen? Kunt u daarbij aangeven of deze vraag wordt beantwoord op basis van anamnese of dat dit wordt afgeleid uit het medisch dossier?
d. Zo ja (dus zonder ongevallen ook klachten), kunt u dan een inschatting geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en/of afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?
e. Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden kunnen zijn voortgevloeid? Kunt u deze beperking zo uitgebreid mogelijk beschrijven en op semi kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten? Indien dit niet mogelijk is graag aangeven.
f. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalgerelateerde klachten en afwijkingen?
g. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?
h. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?
i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?
3 Overig
Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?
Acht u eventueel nog een expertise op een ander vakgebied geïndiceerd? Zo ja wilt u dat aangeven en tevens aangeven op welk vakgebied de aanvullende expertise dient plaats te vinden?
stukken voor de deskundige
4.6.
De rechtbank zal bepalen dat [eiser] de deskundige voorziet van zijn medisch dossier en van gegevens over verzuim, nadat die hem door [gedaagde] zijn verstrekt.
blokkeringsrecht
4.7.
Nu het onderzoek door de deskundige een medisch onderzoek is waarvoor geen geneeskundige behandelingsovereenkomst bestaat, heeft [eiser] het inzage- en blokkeringsrecht heeft als bedoeld in artikel 7:464 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit betekent dat [eiser] als eerste het conceptrapport van de deskundige moet ontvangen en vervolgens, als bij dat rapport het blokkeringsrecht niet is uitgeoefend, ook als eerste het definitieve rapport van de deskundige moet ontvangen. De deskundige zal daarom moeten handelen als hierna in de beslissing is opgenomen. De rechtbank wijst er bovendien op dat als [eiser] van het blokkeringsrecht gebruik maakt de rechtbank daaraan de conclusies kan verbinden die zij passend vindt.
4.8.
De kantonrechter beslist dat [gedaagde] het voorschot moet betalen. Zij heeft de aansprakelijkheid voor twee arbeidsongevallen erkend.
4.9.
Partijen krijgen een termijn van twee weken om eventuele bezwaren kenbaar te maken tegen de begroting. Indien partijen niet of niet tijdig reageren, zal de rechtbank het voorschot conform de begroting vaststellen. Indien (een van) partijen tijdig bezwaar maken tegen de begroting, zal daarop afzonderlijk worden beslist.
4.10.
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij gerade acht, ook in het nadeel van de betreffende partij.
4.11.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken

5.De beslissing

De kantonrechter:
beveelt een onderzoek door de deskundige voor de beantwoording van de vragen zoals opgenomen in 4.5.;
benoemt tot deskundige:
dr. G.A.A. Sprenkels
verzekeringsarts
werkzaam bij Expertise Centrum MediLibra
correspondentieadres: Postbus 6005 , 5002 AA te Tilburg.
telefoon: 088-0062850
e-mailadres: expertises@medilibra.nl
het voorschot
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 20 januari 2026 en bepaalt dat partijen zich tot die datum via een akte kunnen uitlaten over de hoogte van het voorschot als opgenomen onder 4.4;
bepaalt dat als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige zal worden vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag;
bepaalt dat als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, de hoogte van het voorschot door de kantonrechter zal worden vastgesteld;
bepaalt dat [gedaagde] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
het onderzoek
bepaalt dat eiser zijn procesdossier en zijn medisch dossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen, inclusief rapporten die al voor deze procedure zijn gemaakt. Ook zal [eiser] de gegevens over zijn ziekteverzuim, die hij ontvangt van [gedaagde], aan de deskundige verstrekken;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
wijst de deskundige er op dat:
  • de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);
  • de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen;
  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
  • zij bij haar onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding moet worden gemaakt van de inhoud van zodanig opmerkingen en verzoeken.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;
blokkeringsrecht
Bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport eerst aan [eiser] zal toezenden en dat zij schriftelijk aan [gedaagde] zal laten weten dat zij het concept-rapport aan [eiser] heeft gezonden;
5.13.
bepaalt dat de deskundige, indien [eiser] het blokkeringsrecht niet binnen veertien dagen, of een andere door partijen overeengekomen termijn, heeft uitgeoefend, haar concept-rapport vervolgens aan [gedaagde] zal toezenden;
5.14.
bepaalt dat de deskundige partijen vervolgens in de gelegenheid zal stellen opmerkingen over het concept te maken en dat zij in haar rapport moet vermelden of aan dit voorschrift is voldaan en waaruit die opmerkingen bestaan, alsmede haar reactie daarop;
5.15.
bepaalt dat de deskundige haar definitieve rapport eerst aan [eiser] zal toezenden en dat zij schriftelijk aan [gedaagde] zal laten weten dat zij het definitieve rapport aan [eiser] heeft verzonden;
5.16.
bepaalt dat de deskundige, indien [eiser] het blokkeringsrecht niet binnen veertien dagen, of een andere door partijen overeengekomen termijn, heeft uitgeoefend, haar definitieve rapport vervolgens aan de rechtbank zal toezenden, met afschrift aan [gedaagde];
5.17
bepaalt dat de deskundige, indien [eiser] het blokkeringsrecht heeft uitgeoefend, daarvan schriftelijk bericht zal geven aan de rechtbank, met afschrift aan [gedaagde],
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de kantonrechter in te leveren, met een gespecificeerde declaratie;
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van
woensdag 1 april 2026;
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eiser] op een termijn van vier weken;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op
13 januari 2026.
(RS(O)