Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van Taxi Personeelsdiensten.
2.De feiten
’).
in dienst te blijven’).
Vooralsnog is er géén sprake van beëindiging van het dienstverband van de heer [eiser] . De arbeidsovereenkomst met Taxi Personeelsdiensten B.V. blijft onverminderd van kracht. Er is derhalve geen sprake van een onregelmatige of onrechtmatige opzegging. De heer [eiser] blijft gehouden beschikbaar te zijn voor arbeid.
Uit navraag bij de heer [naam 1] blijkt echter dat de heer [eiser] op 26 september 2025 zelf heeft aangegeven niet langer voor Taxi Personeelsdiensten B.V. te willen werken, nadat hem was meegedeeld dat de werkzaamheden bij Connexxion niet uitsluitend betrekking zouden hebben op het rijden in personenauto’s. De heer [eiser] weigerde het aangeboden werk bij Connexxion, omdat hij niet ook op een bus wilde rijden naast het rijden in personenauto’s. Zijn letterlijke reactie was; “dan ga ik wel wat anders doen.”
3.Het geschil
.
4.De beoordeling
het risicoloopt dat zijn loon niet zal worden betaald. Daarbij is geen laatste kans gegeven het werk aldaar alsnog te aanvaarden.
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op: