Partijen sloten een mondelinge aannemingsovereenkomst voor een uitbouw aan de woning van eisers. Na uitvoering constateerden eisers meerdere gebreken en verloren het vertrouwen in de aannemer. Zij stelden de aannemer in gebreke en schakelden een deskundige in die vijf gebreken vaststelde, waaronder een verkeerde constructiebalk.
De aannemer betwistte aansprakelijkheid voor alle gebreken en stelde niet in verzuim te zijn omdat hij geen gelegenheid had gekregen tot herstel. Eisers vorderden vervangende schadevergoeding, terwijl de aannemer betaling van de laatste factuur eiste. De kantonrechter oordeelde dat de aannemer niet aansprakelijk is voor gebreken aan het dak, omdat eisers een andere dakdekker inschakelden. Voor de boeien en loodslabben was de aannemer niet in verzuim omdat hij bereid was de werkzaamheden af te maken, maar geen kans kreeg.
De aannemer erkende de verkeerde balk en het herstel daarvan. De kantonrechter stelde vast dat de aannemer in verzuim is en kende schadevergoeding toe voor het vervangen van de balk, gebaseerd op een concrete offerte. De overige herstelkosten van eisers werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De kosten van het deskundigenrapport werden toegewezen als vermogensschade. De vordering van de aannemer tot betaling van de laatste factuur werd verrekend met de toegewezen schadevergoeding, waardoor de aannemer geen resterende vordering had. Proceskosten werden gecompenseerd.