In deze civiele zaak staat de vraag centraal of partij B 1 met de bedrijfsactiviteiten van partij B 2 het non-concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst met partij A schendt. Bij tussenvonnis is partij A opgedragen bewijs te leveren van deze schending.
Partij A heeft aangegeven bewijs te willen leveren door het horen van getuigen, het overleggen van schriftelijke bewijzen en het inschakelen van een deskundige van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau (NFO). Partij B heeft hiertegen bezwaren gemaakt, onder meer omdat het NFO niet gespecialiseerd is in commerciële software en het onderzoek te ver zou gaan, met risico op inbreuk op bedrijfsgeheimen en privacy.
De kantonrechter wijst het verzoek van partij A om een door haar aangewezen NFO-deskundige toe te laten af vanwege de bezwaren van partij B. Wel wordt een onafhankelijke deskundige benoemd, gespecialiseerd in informatica, die toegang krijgt tot de systemen van partij B 2 voor het onderzoek. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de deskundige, onderzoeksvragen en toegangsrechten. De zaak wordt aangehouden tot 14 april 2026 voor verdere procedure.
De kosten van de deskundige worden voorlopig door partij A voorgeschoten, met een beslissing over de uiteindelijke kostenverdeling in het eindvonnis.