ECLI:NL:RBOVE:2026:1555

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/08/344717 / KG ZA 26-28
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • H. Bottenberg - van Ommeren
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Exclusief gebruik van voormalige echtelijke woning na echtscheiding toegekend aan vrouw

Partijen zijn gescheiden en de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, waaronder de verdeling van de echtelijke woning, staat nog open. De vrouw was op grond van de echtscheidingsbeschikking gerechtigd tot 24 december 2025 in de woning te verblijven, maar woont daar nog steeds met de minderjarige kinderen. De man vordert in kort geding het exclusieve gebruik van de woning aan hem toe te kennen, terwijl de vrouw in reconventie hetzelfde vordert voor zichzelf.

De voorzieningenrechter overweegt dat de vrouw reeds lange tijd in de woning woont met de kinderen, die hun hoofdverblijf daar hebben. Het belang van de kinderen bij continuïteit in hun woonomgeving weegt zwaar. De vrouw heeft aannemelijk gemaakt geen alternatieve woonruimte te hebben, ondanks haar inspanningen. De man heeft geen vaste verblijfplaats en betaalt de lasten van de woning, maar zijn belang weegt minder zwaar.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de man af en wijst de vorderingen van de vrouw toe, met een dwangsom gematigd tot €100 per dag tot een maximum van €10.000. Tevens wordt de man verboden de woning en de achtertuin zonder schriftelijke toestemming van de vrouw te betreden. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vrouw krijgt het exclusieve gebruik van de voormalige echtelijke woning toegewezen tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, met een verbod voor de man om zonder toestemming de woning te betreden.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/344717 / KG ZA 26-28
Vonnis in kort geding van 23 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. S.A. Isik-Altundag,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. G. van Lent.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 februari 2026 met producties 1 tot en met 4,
- de akte producties in conventie en reconventie tevens houdende eis in reconventie met producties 1 tot en met 17,
- de aanvullende producties 18 tot en met 20,
- de mondelinge behandeling van 9 maart 2026, waar partijen zijn verschenen, bijgestaan door de advocaten. Namens de vrouw zijn pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen.
- het tijdens de mondelinge behandeling door de man overgelegde e-mailbericht.
1.2.
Tot slot is vonnis bepaald.

2.Waar de zaak over gaatPartijen zijn gescheiden. De huwelijkse voorwaarden moeten nog worden afgewikkeld, waaronder de verdeling van de echtelijke woning. Op grond van de echtscheidingsbeschikking en de inschrijving daarvan in de openbare registers, was de vrouw gerechtigd om tot 24 december 2025 in de woning te verblijven. De vrouw verblijft daar tot heden nog steeds, met de kinderen. De man vordert in kort geding onder meer om het exclusieve gebruik van de woning aan hem toe te kennen. De vrouw vordert in reconventie onder meer het exclusieve gebruik van de woning aan haar toe te kennen.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen in conventie van de man af en de reconventionele vorderingen van de vrouw toe. Zij motiveert haar beslissing als volgt.

3.De feiten in conventie en in reconventie

3.1.
Partijen zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn twee (op dit moment nog minderjarige) kinderen geboren.
3.2.
Bij beschikking van 24 juli 2024 van deze rechtbank is bepaald dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] . De man moest de woning verlaten.
3.3.
Bij beschikking van [datum] 2025 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. In deze beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de vrouw jegens de man bevoegd is om de echtelijke woning te bewonen en gebruiken gedurende zes maanden vanaf de inschrijving van de echtscheiding in de openbare registers van de burgerlijke stand.
3.4.
Op 24 juni 2025 is de echtscheidingsbeschikking ingeschreven in de openbare registers.
3.5.
De vrouw was gerechtigd om tot 24 december 2025 met uitsluiting van de man in de echtelijke woning te verblijven.
3.6.
De man heeft zijn verblijf in ieder geval vanaf juli 2024 elders gehad, wisselend bij zijn ouders, vrienden of op werk. De vrouw verblijft momenteel nog steeds in de woning, met de twee kinderen.

4.Het geschil

in conventie
4.1.
De man vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad:
1. het exclusieve gebruik van de woning aan de man toekent;
2. de vrouw veroordeelt om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen en de sleutels in te leveren;
3. de vrouw verbiedt de woning te betreden zonder voorafgaand toestemming van de man;
4. een dwangsom bepaalt van € 250,00 per dag indien de vrouw de woning niet binnen de gestelde datum heeft verlaten, met een maximum van € 5.000,00;
5. bepaalt dat de man gerechtigd is na het verbeuren van de maximale dwangsom de woning binnen te treden;
6. de vrouw veroordeelt in de kosten van het geding.
4.2.
De vrouw voert verweer.
in reconventie
4.3.
De vrouw vordert – samengevat en na wijziging van eis – dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad:
A. het exclusieve gebruik van de voormalig echtelijke woning aan de vrouw toewijst met ingang van de datum van dit vonnis tot het moment dat de woning -alsnog voor zover de man de financiering op basis van een nieuwe taxatie rond heeft- wordt geleverd aan de man, dan wel indien de man de woning niet kan financieren, na verkoop en levering aan een derde partij als de koper, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00;
B. de man verbiedt om de echtelijke woning en de toegang daartoe, alsmede de daaraan grenzende achtertuin te betreden zonder schriftelijke toestemming van de vrouw, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00;
C. de man veroordeelt in de proceskosten.
4.4.
De man voert verweer.
5. De standpunten van partijen en de beoordeling daarvan in conventie en in reconventie
Spoedeisend belang
5.1.
Partijen hebben over en weer voldoende gesteld en onderbouwd dat zij een spoedeisend belang hebben bij de beoordeling van hun vorderingen. Gelet hierop zijn zij allebei ontvankelijk in hun vorderingen en zal de voorzieningenrechter de vorderingen hierna inhoudelijk behandelen.
Inhoudelijke beoordeling5.2. De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.
Exclusief gebruik van de voormalig echtelijke woning5.3. Deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juli 2024 aan de vrouw het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] (hierna: de woning) toegekend. Bij beschikking van 12 maart 2025 heeft de rechtbank het voortgezet gebruik van de woning toegekend aan de vrouw, voor de duur van zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Deze termijn is geëindigd op 24 december 2025, aangezien de beschikking is ingeschreven in de registers op 24 juni 2025. Voor verlenging van dit voortgezet gebruik bestaat geen wettelijke grondslag. Partijen kunnen wel het exclusief gebruik van de woning vorderen en hebben dat in deze procedure over en weer gedaan.
5.4.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat zij in deze procedure slechts een voorlopig oordeel geeft over het geschil tussen partijen over het exclusief gebruik van de woning. Deze beslissing geldt tot het moment dat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan (of partijen samen iets anders overeenkomen).
Belangenafweging
5.5.
Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning en dat betekent in beginsel dat zij beiden gelijke rechten hebben. Zoals tijdens de mondelinge behandeling uiteen is gezet, moet de voorzieningenrechter ter beantwoording van de vraag wie het exclusief gebruik van de woning krijgt toegewezen, de belangen van partijen tegen elkaar afwegen. Bij die belangenafweging zal de voorzieningenrechter de huidige omstandigheden van partijen betrekken.
5.6.
De man heeft ter onderbouwing van zijn belang bij het exclusief gebruik van de woning naar voren gebracht dat hij geen mogelijkheden meer heeft om te verblijven bij zijn ouders/vrienden: zijn netwerk is uitgeput. Steeds een paar dagen ergens anders verblijven geeft geen vastigheid. De omgang met de kinderen wordt bovendien ook beperkt, omdat de man geen mogelijkheden meer heeft om met zijn kinderen ergens te verblijven. Als de situatie blijft zoals het nu is, zal de omgangsregeling met de kinderen weer aangepast moeten worden naar twee dagdelen. Volgens de man heeft de vrouw wel opties die nog niet zijn uitgeprobeerd. Ook heeft de man naar voren gebracht dat hij de lasten van de echtelijke woning betaalt en dat hij niet in staat is om een andere woning te betalen. Ten slotte heeft de man naar voren gebracht dat hij de woning nog steeds zou willen kopen, maar dat kan pas als er duidelijkheid is over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.
5.7.
De vrouw heeft ook haar belang bij het exclusief gebruik van de woning naar voren gebracht. De vrouw brengt naar voren dat zij geen alternatieve woonruimte heeft: zij kan niet, zoals de man stelt, bij haar moeder en stiefvader terecht. Evenmin kan zij bij haar zus terecht. Ook heeft de vrouw geen netwerk waar zij op terug kan vallen. De vrouw reageert op elke huurwoning die beschikbaar komt, maar tot op heden heeft dat geen gewenst resultaat opgeleverd. De vrouw heeft de hoofdzorg voor de kinderen en de kinderen hebben het hoofdverblijf bij de vrouw. Zodra de vrouw een alternatieve woonruimte kan aanvaarden, zal zij dat doen.
5.8.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de situatie voor beide partijen heel lastig is en dat zij beiden belang hebben bij een spoedige afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en de verdeling van de boedel, waaronder de (mogelijke koop door de man van de) woning. Daarvoor zullen partijen de bodemprocedure af moeten wachten. Beide partijen hebben ondertussen een groot belang bij het kunnen wonen in de woning.
De voorzieningenrechter stelt verder vast dat deze rechtbank in eerdere procedures de belangen van partijen heeft gewogen en heeft beslist dat het belang van de vrouw bij de woning zwaarder weegt dan dat van de man. Ondanks dat beide partijen in beginsel gelijke rechten hebben op de woning, komt de voorzieningenrechter in deze procedure niet tot een andere uitkomst. Het belang van de vrouw bij instandhouding van de huidige situatie weegt zwaarder dan het belang van de man bij de wijziging daarvan, wat de voorzieningenrechter als volgt motiveert.
5.9.
De vrouw woont al lange tijd in de woning, samen met de minderjarige kinderen waar zij de hoofdzorg voor heeft. Het is in het belang van de kinderen dat zij in de voor hen vertrouwde woonomgeving blijven wonen. In die zin zijn het met name de belangen van de kinderen die de doorslag geven. De vrouw heeft verder voldoende aannemelijk gemaakt dat er niets is veranderd in de situatie dat zij geen alternatieve woonruimte heeft waar zij met de kinderen terecht kan: zij heeft onderbouwd uiteengezet dat zij niet bij haar moeder, stiefvader of zus terecht kan. Ook is duidelijk geworden dat de vrouw op elke beschikbare huurwoning reageert, in de hoop dat zij (snel) een woning toegewezen krijgt waar zij met de kinderen naar toe kan. Er is hoop, maar geen zekerheid, dat er binnen afzienbare tijd een huurwoning beschikbaar komt. Ook weegt de voorzieningenrechter mee dat er een aanbod ligt van de vrouw dat de man in de woning kan verblijven op de momenten van de omgangsregeling met de kinderen.
5.10.
Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vordering van de vrouw in reconventie grotendeels toewijzen, onder afwijzing van de vordering in conventie van de man. De door de vrouw gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als hierna te melden.
5.11.
De vordering van de man om de vrouw te bevelen de woning te ontruimen, wordt dan ook afgewezen.
Verbod betreden woning5.12. Zowel de man als de vrouw hebben gevorderd de ander te verbieden de woning (en de daaraan grenzende achtertuin) te betreden zonder voorafgaande (schriftelijke) toestemming. Zoals hierboven is overwogen, wijst de voorzieningenrechter het exclusief gebruikersrecht van de woning toe aan de vrouw. Dit betekent dat de man de woning en de daaraan grenzende achtertuin niet mag betreden. Het door de vrouw gevorderde verbod zal daarom worden toegewezen, en het door de man gevorderde verbod wordt afgewezen. De vrouw heeft voldoende onderbouwd dat zij er belang bij heeft dat de man de woning niet eigenhandig betreedt, tenzij zij daar zelf toestemming voor geeft, mede met het oog op de omgangsregeling met de kinderen. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat de man zich aan dit verbod zal houden en ziet geen aanleiding daaraan een dwangsom te verbinden.
Conclusie
5.13.
De voorzieningenrechter komt dus tot het oordeel dat de vrouw de woning exclusief mag gebruiken. De vorderingen van de man in conventie worden afgewezen, terwijl de vorderingen van de vrouw in reconventie -grotendeels- worden toegewezen.
Proceskosten5.14. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om van het uitgangspunt af te wijken dat de proceskosten tussen ex-partners worden gecompenseerd. Dit betekent dat partijen hun eigen proceskosten moeten betalen.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.15.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat volgt uit de aard van de voorziening.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
wijst de vorderingen af;
in reconventie
6.2.
wijst het exclusief gebruik van de gezamenlijk in eigendom van partijen toebehorende voormalige echtelijke woning aan de [adres] toe aan de vrouw, met ingang van heden tot het moment dat de woning -alsnog, voor zover de man de financiering op basis van een nieuw taxatie rond heeft- wordt geleverd aan de man, dan wel indien de man de woning niet kan financieren, na verkoop en levering aan een derde partij als de koper, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag tot een maximum van
€ 10.000,00;
6.3. verbiedt de man om de echtelijke woning en de toegang daartoe, alsmede de daaraan grenzende achtertuin te betreden zonder schriftelijke toestemming van de vrouw;
6.4.
verklaart dit vonnis voor wat betreft 6.2. en 6.3. uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in conventie en in reconventie:6.6. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bottenberg - van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026.