Uitspraak
1.Het verzoek tot verbetering
2.De beoordeling
3.De beslissing
[gedaagde],
[gedaagde],
Rechtbank Overijssel
In deze zaak verzocht de verhuurder om verbetering van het vonnis van 17 februari 2026, omdat daarin onjuist was vermeld dat de huurder niet was verschenen, terwijl deze wel op de zitting aanwezig was. Daarnaast werd betwist dat de huurachterstand onjuist was vastgesteld, waarbij de verhuurder een andere berekening aanvoerde.
De kantonrechter oordeelde dat het onjuist vermelden van het niet verschijnen van de huurder een kennelijke fout was die eenvoudig kon worden hersteld. Uit het dossier bleek immers dat de huurder op de rolzitting van 21 oktober 2025 was verschenen om verweer te voeren. Daarom werd het vonnis aangepast om dit te corrigeren.
Ten aanzien van de huurachterstand werd geoordeeld dat er geen sprake was van een kennelijke fout. De kantonrechter had de huurachterstand gebaseerd op de oorspronkelijke huurprijs en de herberekening daarvan, zoals overgelegd in productie 12. De door de verhuurder aangevoerde herberekening conform het indexatiebeding (productie 11) was niet de basis geweest voor het vonnis. Daarom werd het verzoek tot verbetering van de huurachterstand afgewezen.
De kantonrechter bepaalde dat de verbetering van het vonnis met betrekking tot het verschijnen van de huurder op de minuut van het vonnis van 17 februari 2026 zou worden vermeld en wees het overige verzoek af. De uitspraak werd gedaan door mr. A. Smedes op 24 maart 2026.
Uitkomst: Het vonnis van 17 februari 2026 wordt verbeterd dat de huurder wel is verschenen, maar de huurachterstand blijft ongewijzigd.