Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
MEGAHOME.NL GROND B.V.,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie;
- de mondelinge behandeling van 10 februari 2026, ter gelegenheid waarvan de curator spreekaantekeningen heeft overgelegd en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
3.De feiten
de registergoederen, bestaande uit het vrijstaande woonhuis, met schuren, met ondergrond, bijbehorend erf en tuin, staande en gelegen aan de [adres] , en omliggende cultuurgronden, welke percelen kadastraal bekend zijn als gemeente [gemeente 2] , sectie [sectie] , nummers [nummers] , gezamenlijk ter grootte van 3.32.90 hectare” (hierna: de Onroerende Zaken) aan de gemeente [gemeente 1] hebben verkocht tegen een koopprijs van in totaal € 878.000,00. Artikel 9 van Pro deze koopovereenkomst luidt als volgt:
ten aanzien waarvan een voortgezet gebruik bestaat tot eenendertig december tweeduizend acht. Het voortgezet gebruik van verkoper als zorgvuldig schuldenaar na het tot stand komen van de koopovereenkomst tot aan het tijdstip van aflevering wordt geacht geen wijziging te hebben gebracht in de staat van het verkochte.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
“dat u de woning (…) mag blijven gebruiken tot (…).”Uit de tekst wordt duidelijk dat dit gebruik door [partij B] tijdelijk en eindig was. Dit wordt door [partij B] ook niet betwist. Vast staat dat [partij B] voor het gebruik geen maandelijks bedrag aan Megahome hoefde te betalen en dat [partij B] de kosten voor gas, water, licht en het gebruikersdeel OZB en waterschapslasten voor zijn rekening heeft genomen. De vraag ligt voor of met het betalen van het gebruikersdeel OZB- en waterschapslasten en het verzekeren van de woning tegen herbouwwaarde een tegenprestatie voor het gebruik is overeengekomen, zoals door [partij B] is betoogd en door de curator is betwist.
Indien Mega Projecten B.V. (hierna: Mega) de gronden zal gaan gebruiken, zal Mega dit 12 maanden voor het gebruik eindigt schriftelijk aangeven bij de gebruiker”.Daarbij voert [partij B] aan dat de curator niet heeft aangetoond dat de Onroerende Zaken na ommekomst van de opzegtermijn van een jaar zullen worden gebruikt. Volgens [partij B] is de planologische invulling van het gebied “ [locatie] ” en het daarbij behorende tijdspad nog steeds ongewis. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde voor beëindiging van de gebruiksovereenkomst, aldus [partij B] .