Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de producties van [eisers]
- de producties van RD Vastgoed
- de mondelinge behandeling van 9 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eisers]
- de pleitnota van RD Vastgoed.
2.Samenvatting
3.De feiten
[…]
Beste [eiser 1],
[…]
[…]
4.De vordering en de standpunten van partijen
‘deze documenten voor koper niet conveniërend zijn’.
Informatie omtrent een onderwerp dat ook al onderdeel is geweest van het eerdere DD-onderzoek: de huurbetalingen.”, zoals RD Vastgoed zelf stelt in haar pleitaantekeningen. Dat is te laat. Indien en voor zover het voor RD Vastgoed van essentieel (doorslaggevend) belang was dat zij zich een beeld had moeten kunnen vormen van de wijze en de regelmatigheid van de huurbetalingen, alsmede over de courantheid en betrouwbaarheid van de huurders van de bedrijfsruime, dan had het op de weg van
ontbondendoor wilsgebreken.
of RD Vastgoed gehouden kan worden een inmiddels ontbonden koopovereenkomst na te komen wanneer er serieuze aanwijzingen bestaan dat bij het aangaan daarvan een onjuiste voorstelling van zaken is ontstaan en dat essentiële informatie onbetrouwbaar is gebleken”, wordt dan ook terzijde geschoven. Het heeft er veeleer de schijn van dat RD Vastgoed pas van de overeenkomst af wilde toen haar potentiële koper afhaakte. Dat maakt echter niet dat RD Vastgoed de overeenkomst met [eisers] niet meer hoeft na te komen.