ECLI:NL:RBOVE:2026:1674

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
08-078879-25
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 247 SrArt. 248 SrArt. 254 SrArt. 38v SrArt. 38z Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en veroordeling voor seksueel misbruik stiefdochter van twaalf tot zestien jaar

De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van zijn stiefdochter over een periode van meerdere jaren. De tenlastelegging omvatte zes feiten, variërend van seksueel binnendringen tot ontucht, gepleegd op verschillende locaties waaronder Curaçao, Nieuwegein en Haaksbergen.

De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en geloofwaardig was, mede ondersteund door expliciete chatberichten en zoekgeschiedenis op de telefoon van verdachte. Echter ontbrak voldoende steunbewijs voor de feiten die buiten de nacht van 12 op 13 maart 2025 plaatsvonden, waardoor verdachte voor die feiten werd vrijgesproken.

Voor de feiten in de nacht van 12 op 13 maart 2025 in Haaksbergen werd verdachte veroordeeld voor verkrachting en aanranding van een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar. De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier jaar op, met aftrek van voorarrest, en een gedragsbeïnvloedende maatregel ex artikel 38z Sr. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €15.171,96 aan het slachtoffer, inclusief immateriële schade.

De rechtbank wees de vordering tot een contact- en locatieverbod af en handhaafde de schorsing van de voorlopige hechtenis. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten en de impact op het slachtoffer, waarbij ook rekening werd gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en een gedragsbeïnvloedende maatregel voor verkrachting en aanranding van zijn stiefdochter, en vrijgesproken van overige feiten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-078879-25 (P)
Datum vonnis: 31 maart 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1975 op [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Burgerregistratie Personen (BRP) op het adres [adres 1] ,
nu verblijvende op het adres [adres 2] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 1 juli 2025 en 17 maart 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.C. Stam, advocaat in Borne, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de door [slachtoffer 1] en namens [slachtoffer 2] voorgedragen slachtofferverklaringen en van wat namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] door mr. J. Klomp, advocaat in Enschede, is aangevoerd.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 17 maart 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op meerdere momenten in de periode van [geboortedatum 2] 2020 tot en met 13 maart 2025 met zijn stiefdochter [slachtoffer 2] (hierna ook [slachtoffer 2] ) seksuele handelingen, onder meer bestaand uit seksueel binnendringen, heeft verricht vanaf haar achtste tot en met haar twaalfde.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
hij in of omstreeks “de periode van [geboortedatum 2] 2020 tot en met 30 juni 2024 in
Haaksbergen en/of Nieuwegein, in elk geval in Nederland en/of te
Curaçao, (telkens) met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, en zijnde zijn (stief)kind en/of een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten
- het in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen brengen van zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s);
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 9 november 2024 te Haaksbergen, in elk geval in Nederland, (telkens) met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, en zijnde zijn (stief)kind en/of een kind dat anderszins aan zijn zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen brengen van zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s);
3.
hij in of omstreeks de periode van [geboortedatum 2] 2024 tot en met 13 maart 2025 te Haaksbergen, in elk geval in Nederland, (telkens) met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, en zijnde zijn (stief)kind en/of een kind dat anderszins aan zijn zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen brengen van zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s);
4.
hij in of omstreeks de periode van [geboortedatum 2] 2020 tot en met 30 juni 2024 te Haaksbergen en/of Nieuwegein, in elk geval in Nederland en/of te Curacao, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, door
- het betasten van haar vagina en/of borsten en/of
- het door haar laten betasten van zijn penis;
5.
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 9 november 2024 te Haaksbergen, in elk geval in Nederland, (telkens) met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, en zijnde zijn (stief)kind en/of een kind dat anderszins aan zijn zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten van haar vagina en/of borsten en/of
- het door haar laten betasten van zijn penis;
6.
hij in of omstreeks de periode van [geboortedatum 2] 2024 tot en met 13 maart 2025 te Haaksbergen, in elk geval in Nederland, (telkens) met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, en zijnde zijn (stief)kind en/of een kind dat anderszins aan zijn zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten van haar vagina en/of borsten en/of
- het door haar laten betasten van zijn penis.

3. De bewijsmotivering

3.1
Inleiding
De verdenking tegen verdachte betreft zes zedenfeiten, alle gepleegd met zijn stiefdochter [slachtoffer 2] . De feiten 1, 2 en 3 hebben betrekking op het seksueel binnendringen van [slachtoffer 2] en de feiten 4, 5 en 6 op het plegen van ontucht dan wel aanranding.
De feiten zijn te onderscheiden naar de periode waarin zij zouden hebben plaatsgevonden (voor of na de wetswijziging van 1 juli 2024) en de leeftijd van het slachtoffer (jonger dan twaalf respectievelijk jonger dan zestien jaar).
Verdachte ontkent zich aan het ten laste gelegde te hebben schuldig gemaakt. Hij verklaart dat [slachtoffer 2] vier keer - twee keer op Curaçao, een keer in Nieuwegein en een keer in Haaksbergen - op eigen initiatief en tegen zijn wil zijn penis heeft aangeraakt.
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De verklaring van [slachtoffer 2] is betrouwbaar en vindt voldoende steun in andere bewijsmiddelen. Verdachte moet worden vrijgesproken van het gedachtestreepje ‘het door haar laten betasten van zijn penis’ in de feiten 4, 5 en 6.
3.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. De verklaring van [slachtoffer 2] kan niet als betrouwbaar worden bestempeld en daarom niet worden gebruikt voor het bewijs. Als deze verklaring toch betrouwbaar wordt geacht, dan is onvoldoende steunbewijs voorhanden.
3.4
Het oordeel van de rechtbank
3.4.1
Betwisting betrouwbaarheid verklaring slachtoffer
De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van het slachtoffer niet betrouwbaar is omdat deze te weinig gedetailleerd is en tegenstrijdigheden bevat.
De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daarbij het volgende.
De (enige) verklaring die [slachtoffer 2] bij de politie heeft afgelegd is als geheel specifiek en gedetailleerd over het seksueel binnendringen door verdachte met zijn penis in haar vagina. Zij koppelt het aan tijd en plaats met details die door verdachte bevestigd worden in
zijnlezing van de gebeurtenissen. Zij noemt Curaçao tijdens een culturele feestdag in de periode dat het gezin nog op Curaçao woonde, een eenmalige overnachting in Nieuwegein na aankomst in Nederland en Haaksbergen, als laatste keer, in de nacht van 12 op 13 maar 2025.
Zij verklaart hoe verdachte ten opzichte van haar in haar bed lag, doet die houding en zijn bewegingen voor, verklaart dat verdachte niet wilde stoppen en zei dat ze moest voelen hoe lekker het was (waarvoor steunbewijs is, zie hierna). Niet alleen verklaart zij over wat er gebeurde, maar ook over haar zintuigelijke waarnemingen en welk gevoel het bij haar opriep. Ze hoorde de hoest of nies van haar moeder waarna verdachte stopte, voelde pijn en ervoer angst. Angst na het ontvangen van berichtjes met seksuele inhoud die verdachte haar stuurde, angst voor een zwangerschap op zeer jonge leeftijd, waarbij zij zich probeert te herinneren wat ze daarover op school had geleerd. Angst ook voor wat er zou gebeuren als ze erover zou vertellen. De emotie bij [slachtoffer 2] werd ook zichtbaar voor haar moeder toen zij haar dochter vroeg of verdachte ‘aan haar had gezeten’. Ze raakte, zo verklaart moeder bij de politie, ‘helemaal overstuur’ en haar moeder zag ‘miljoenen emoties door elkaar’. [1] De geloofwaardigheid van haar verklaring wint aan kracht waar [slachtoffer 2] vertelt wat zij niet weet of kent. Zo weet ze niet wat klaarkomen is en heeft ze “de piemel” van verdachte maar één keer (in een niet seksuele setting) gezien toen verdachte onverhoeds naakt uit de douche kwam. Ze zag de penis niet bij zijn seksuele handelingen bij haar “omdat ze aan het liggen was”.
De verklaring van [slachtoffer 2] is in de kern consistent, betrouwbaar en geloofwaardig over de aard van de seksuele gedragingen. Anders dan de verdediging stelt, doet daaraan niet af dat het slachtoffer geen specifieke kenmerken van verdachtes geslachtsdeel weet. Het slachtoffer was aan het begin van de periode die zij beschrijft acht jaar en aan het eind nog maar twaalf jaar. Over de omstandigheden waaronder een en ander in Curaçao en Nieuwegein zou hebben plaatsgevonden is niet veel bekend omdat de ondervraging daarover is tekortgeschoten. Maar met wat wel bekend is over de hoogslaper in Haaksbergen, wekt het geen verbazing dat in deze relatief krappe ruimte het slachtoffer alleen daarom al de penis van verdachte niet gezien zal hebben. Daarbij hecht de rechtbank waarde aan de verklaring van moeder dat het voor verdachte eenvoudig mogelijk moet zijn geweest in de hoogslaper te klimmen waarmee het verweer dat dat niet kon wordt verworpen. [2]
De rechtbank acht de verklaring geloofwaardig, betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.
3.4.2
Steunbewijs
De verklaring van het slachtoffer vormt het uitgangspunt van de bewijsvoering.
Het bewijs dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan kan echter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige, in dit geval het slachtoffer. Hoewel de rechtbank op geen enkel onderdeel twijfelt aan de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer, ontbreekt voldoende steunbewijs voor een groot deel van de feiten.
3.4.2.1 Curaçao, Nieuwegein en andere keren in Nederland
Er zijn bij de feiten 1, 2, 4 en 5 ruime pleegperiodes ten laste gelegd. Hoewel de gebeurtenissen op Curaçao en in Nieuwegein naar een meer specifieke periode kunnen worden teruggebracht is over de ‘meer dan tien keer in Nederland’ geen verder informatie bekend behalve dat het ‘bijna altijd hetzelfde ging’, zoals alleen het slachtoffer heeft verklaard. Over pleegdata of een meer specifieke context heeft [slachtoffer 2] niet verklaard en de verhoorders hebben niet doorgevraagd.
Het onderzoek aan zowel de telefoon van verdachte als de telefoon van [slachtoffer 2] levert bewijs op voor de nacht van 12 op 13 maart 2025, maar de aangetroffen informatie kan niet naar momenten in het verleden worden geëxtrapoleerd. Met andere woorden: deze berichten en verdachtes zoekgeschiedenis vanaf 10 maart 2025 bevatten geen informatie die de verklaring van verdachtes stiefdochter over de eerdere incidenten kunnen ondersteunen.
Verdachte verklaart wel dat het slachtoffer uit eigener beweging zijn penis heeft aangeraakt: twee keer op Curaçao, een keer in Nieuwegein en een keer in Haaksbergen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat het meisje in de leeftijd van acht tot twaalf jaar meerdere keren uit zichzelf aan de penis van haar stiefvader zat volkomen ongeloofwaardig. Gelet op deze ongeloofwaardigheid kan de verklaring van verdachte niet gebruikt worden als steunbewijs voor het ten laste gelegde seksueel binnendringen waarover [slachtoffer 2] verklaart.
De rechtbank zal, ondanks de betrouwbare verklaring van [slachtoffer 2] , verdachte moeten vrijspreken van het ten laste gelegde seksueel misbruik op Curaçao, in Nieuwegein en in Nederland vanwege het ontbreken van voldoende wettig (steun)bewijs, behalve voor de keer in de nacht van 12 op 13 maart 2025.
3.4.2.2 Haaksbergen, 12 op 13 maart 2025
De rechtbank gebruikt als steunbewijs voor het seksuele contact dat volgens de verklaring van [slachtoffer 2] in de nacht van 12 op 13 maart 2025 in Haaksbergen heeft plaatsgevonden de verklaring van moeder, de berichten die verdachte het slachtoffer stuurde en zijn zoekgeschiedenis op internet.
Op de telefoon van verdachte zijn expliciete seksueel getinte appberichten aan zijn stiefdochter aangetroffen die hij vanaf 10 maart 2025 naar haar verzonden heeft.
In het eerste bericht op 10 maart 2025 om 05:30 uur wordt in het Papiaments verwezen naar ‘totochi’ dat doosje/poesje/vaginaatje betekent en volgens de moeder van [slachtoffer 2] een woord is dat bij kleine kinderen wordt gebruikt. [3] Verdachte stuurt een emoticon van een aubergine en zegt daarover dat hij daar straks helemaal mee naar binnen gaat. Het gaat een klein beetje pijn doen, maar daarna zal ze alleen voelen dat het lekker is. Deze emoticon is een symbool voor een penis, zoals verdachte weet en ter terechtzitting heeft uitgelegd. Dit past precies bij wat verdachte zei volgens [slachtoffer 2] toen hij zijn penis in haar vagina deed: “Toen wou ik dat hij stopt en hij zei: nee je moet voelen hoe lekker het voelt. Ja toen ging hij door”.
Hierna heeft verdachte een bericht gestuurd dat door hem is verwijderd, direct gevolgd door de tekst “kijk hoe lekker deze aan het genieten is”. Ook dit bericht wijst op een seksuele context.
Op 12 maart 2025 om 22:13 uur bericht verdachte [slachtoffer 2] “doe die roze japon aan”. Dit bericht ondersteunt de verklaring van [slachtoffer 2] dat zij een ‘nachtjurkje’ (nachtpon) droeg toen verdachte haar seksueel misbruikte. Moeder heeft op de dag dat de politie onderzoek deed in de woning een langer hemdje, een soort jurkje, in de kleur roze in de wasmand zien liggen dat door verdachte voor [slachtoffer 2] was gekocht. [4]
Om 22:15 uur stuurt verdachte het bericht: “vandaag gaan wij tweeën elkaar beffen/zuigen en tegelijkertijd klaarkomen”. Om 22:24 stuurt hij twee berichten. Het eerste bericht is verwijderd door verdachte. Het tweede bericht bevat een verwijderde afbeelding en de tekst “Zo halen wij vandaag onze melk/sperma eruit”. Om 22:49 verstuurt hij twee berichten waarvan het eerste door hem is verwijderd. Het tweede bericht bevat een link naar een pornovideo met de omschrijving “Hot black stepdaughter gets boned by her stepdad’s huge black cock – ebony porn”. Op de afbeelding bij deze link is vaginale penetratie door een penis te zien.
De berichten die vanaf 22:15 verstuurd zijn verwijzen alle naar seksuele handelingen die volgens verdachte die dag zullen plaatsvinden. Verder is er sprake van een specifieke verwijzing naar de familiaire band die verdachte en [slachtoffer 2] met elkaar hebben, namelijk die van stiefvader en stiefdochter. De door verdachte verwijderde internetgeschiedenis van zijn telefoon laat zien dat verdachte op 12 maart 2025 tussen 22:18 uur en 22:48 uur – dus in het tijdsbestek waarin hij de chatberichten op 12 maart 2025 verstuurde – zestien websites bezocht. De titels van deze websites bevatten termen als ‘hot black teen’, ‘black stepdad gets into bath’, ‘black teen and stepfather’ en ‘hot black couple doing amazing 69’. Een van de titels is ‘Shower with sexy ebony stepdaughter’.
De verklaring van verdachte dat hij de berichten per ongeluk naar zijn stiefdochter stuurde, maar dat ze voor een onbekend gebleven (volwassen) vrouw bedoeld waren, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig, alleen al omdat de berichten verwijzen naar jonge meisjes, de nachtkleding van [slachtoffer 2] en de band van stiefdochter en stiefvader.
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 2] over het seksueel binnendringen en aanranden in de nacht van 12 op 13 maart 2025 in voldoende mate en op wezenlijke onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen.
3.4.3
Conclusie
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde onder 3 en 6 in de periode van 12 tot en met 13 maart 2025.
Van het ten laste gelegde onder 1, 2, 4 en 5 zal verdachte worden vrijgesproken.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
3.
hij in
of omstreeksde periode van 12 maart 2025 tot en met 13 maart 2025 te Haaksbergen,
in elk geval in Nederland, (telkens)met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012,
enzijnde zijn (stief)kind
en/of een kind dat anderszins aan zijn zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meerseksuele handelingen die bestonden uit
of mede bestonden uithet seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het in haar vagina en
/oftussen haar schaamlippen brengen van zijn, verdachtes, penis
en/of vinger(s);
6.
hij in
of omstreeksde periode van 12 maart 2025 tot en met 13 maart 2025 te Haaksbergen,
in elk geval in Nederland, (telkens)met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012,
enzijnde zijn (stief)kind
en/of een kind dat anderszins aan zijn zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd,
een of meerseksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het betasten van haar vagina
en/of borsten en/of- het door haar laten betasten van zijn penis.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 247, 248 en 254 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
De voortgezette handeling van:
feit 6
het misdrijf: aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaar, begaan jegens een kind dat wordt verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van diegene.
en
feit 3
het misdrijf: verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaar, begaan jegens een kind dat wordt verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van diegene;

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft het volgende gevorderd. Verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van de tijd die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast moet de maatregel van artikel 38v Sr voor de duur van vijf jaren worden opgelegd inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 2] en een gebiedsverbod voor [plaats 2] voor het geval [slachtoffer 2] en haar moeder in de woning in [plaats 2] kunnen blijven wonen. Tot slot moet de maatregel van artikel 38z Sr worden opgelegd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, geen strafmaatverweer gevoerd.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting en aanranding van zijn stiefdochter [slachtoffer 2] , destijds een meisje van twaalf jaar oud. In de dagen voorafgaand aan de feiten heeft verdachte [slachtoffer 2] sterk seksueel geladen chatberichten gestuurd waarin hij aankondigde wat hij met haar van plan was. Deze berichten alleen al joegen [slachtoffer 2] angst aan. Die nam nog toe toen zij, slapend in haar eigen bed, een plek die veilig moet zijn voor iedereen maar zeker voor een kind, wakker werd doordat haar stiefvader haar kamer binnenkwam, in haar hoogslaper klom en met zijn penis in haar kwam. De verdediging heeft er een punt van gemaakt dat het slachtoffer niet heeft willen meewerken aan forensisch onderzoek aan haar lichaam en de suggestie gewekt dat dit zou zijn gebeurd omdat daardoor de valsheid van haar verklaring aan het licht zou kunnen komen (de raadsman gebruikt de wat neutralere term falsificeren). De rechtbank benadrukt dat zij zich alles kan voorstellen bij de weigering van dit jonge slachtoffer om – kort na de eerder ondergane schending van haar seksuele integriteit – mee te werken aan een ingrijpend lichamelijk onderzoek door een arts in aanwezigheid van (een) derde(n). En dat ook nog op een leeftijd – twaalf jaar – waarop gevoelens van gêne over geslachtelijke ontwikkeling toch al de boventoon voeren. Zij weegt mee het in nadeel van verdachte dat hij door zijn strafbare gedrag zijn stiefdochter, die hij als een eigen dochter beschouwde, door zijn al direct ontkennende houding in de positie heeft gebracht dat zij moest beslissen of zij aan een dergelijk invasief onderzoek mee wilde werken of niet. Een beslissing bovendien waarvan zij op dat moment de reikwijdte niet kon overzien.
Verdachte heeft, ook afgaand op zijn chatberichten en zoekgeschiedenis, de weloverwogen keuze gemaakt – en het door hem geplande moment zelfs aan het meisje aangekondigd - om zijn jonge stiefdochter seksueel te misbruiken. Door op deze wijze rücksichtlos zijn seksuele wensen en behoeftes te laten prevaleren boven de belangen van het kind, heeft hij geen enkele rekening gehouden met de desastreuze gevolgen daarvan voor [slachtoffer 2] . Algemeen bekend is immers dat seksueel misbruik in de regel ingrijpend en langdurig beschadigend is voor de seksuele ontwikkeling van jongeren, zeker in deze kwetsbare leeftijdscategorie. De toelichting op de vordering tot schadevergoeding en de inhoud van het door moeder, ook namens haar dochter, uitgeoefende spreekrecht laten helaas zien dat dit in het geval van [slachtoffer 2] niet anders is.
Verdachte neemt op geen enkele wijze verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. Sterker: hij beschuldigt [slachtoffer 2] ervan dat zij het initiatief nam tot seksueel contact. Dat zou over een periode van jaren zijn gebeurd, maar tot ingrijpen en overleg met moeder kwam hij niet. Ook deze ongefundeerde en ongeloofwaardige beschuldiging is pijnlijk en beschadigend voor [slachtoffer 2] .
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 13 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte op een zeer oud maar geen zedenfeit na, niet eerder is veroordeeld.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 18 juni 2025. De reclassering rapporteert het volgende. De voorlopige hechtenis van verdachte heeft gevolgen gehad voor zijn werk, inkomen en woonsituatie. De relatie tussen verdachte en de moeder van [slachtoffer 2] is beëindigd. Ten tijde van het opmaken van het rapport woonde verdachte tijdelijk bij zijn oom en had hij via een detacheringsbureau een nieuwe baan gevonden. Omdat verdachte het ten laste gelegde ontkent kunnen alleen mogelijke criminogene factoren worden geduid, is er beperkte ruimte voor reflectie op het eigen gedrag en ontbreekt inzicht in eventuele achterliggende problematiek die mogelijk kan hebben bijgedragen aan het ten laste gelegde. Er bestaan zorgen over de ernst van de verdenkingen en de afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en [slachtoffer 2] . Bij een veroordeling vindt de reclassering een diagnostisch onderzoek wenselijk om meer zicht te krijgen op de persoonlijkheidsstructuur van verdachte en eventuele risicofactoren op recidive. Verdachte wil hieraan meewerken. De voorlopige hechtenis van verdachte is sinds 1 mei 2025 geschorst. Sindsdien houdt hij zich aan de als voorwaarden geldende meldplicht en het contact- en locatieverbod. Verdachte zegt hulp fijn te vinden omdat hij kan sparren over alles wat op hem afkomt. Bij een veroordeling staat verdachte open voor continuering van het toezicht. De reclassering adviseert om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, diagnostiek en ambulante behandeling en een contact- en locatieverbod. Over de mogelijke strafmodaliteiten is gerapporteerd dat verdachte in staat is een werkstraf te voldoen.
Ter zitting is gebleken dat de echtscheidingsprocedure tussen verdachte en de moeder van [slachtoffer 2] bijna is afgerond. Verdachte woont niet langer bij zijn oom, maar verblijft bij een Leger des Heils locatie in [plaats 1] . Bij een veroordeling zal verdachte zijn baan bij het bedrijf waar hij nu werkzaam is verliezen.
De straf
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het taakstrafverbod van artikel 22b Sr en met de straffen die voor feiten als deze worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met een passend en geboden geachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, gelet op wat hiervoor is overwogen.
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van minder feiten dan de officier van justitie en zal daarom ook een lagere gevangenisstraf dan geëist opleggen, te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank zal geen voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden opleggen. De geformuleerde bijzondere voorwaarden zijn weinig specifiek en een duidelijk behandeldoel ontbreekt. Bovendien biedt de ernst van de feiten in combinatie met de houding van verdachte geen ruimte voor een voorwaardelijk strafdeel.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De maatregel ex artikel 38z Sr
De rechtbank zal de geëiste gedragsbeïnvloedende maatregel van artikel 38z Sr opleggen. Nu geen duidelijkheid bestaat over de drijfveren van verdachte en de oorzaak en achtergrond daarvan, is oplegging van de maatregel noodzakelijk, ter bescherming van de veiligheid van anderen. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van die maatregel is voldaan: verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en aan hem wordt daarvoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Door het opleggen van de maatregel is het mogelijk om ook na afloop van de gevangenisstraf langdurig toezicht uit te blijven oefenen op verdachte en hem zo nodig te ondersteunen.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een contact- of locatieverbod als bedoeld in artikel 38v Sr.
Voorlopige hechtenis
De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst voor onbepaalde tijd. De officier van justitie heeft verzocht om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. De raadsman heeft verzocht om bij een bewezenverklaring de schorsing door te laten lopen.
Omdat verdachte zich gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en de (zwaarwegende) persoonlijke belangen van verdachte sinds de schorsingsbeslissing onveranderd zijn gebleven, zal de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte niet opheffen maar het geschorste bevel wel.

7.De schade van benadeelde

7.1
De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer 2] , bijgestaan door mr. Klomp, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 15.171,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de post ‘nieuw bed’ ter hoogte van € 171,96. Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 15.000,00 gevorderd.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in het geheel kan worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vanwege de bepleite vrijspraak verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Er is geen inhoudelijk verweer gevoerd over de gevorderde bedragen.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
Materiële schade
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade daarom in het geheel toewijzen tot een bedrag van € 171,96, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Immateriële schade
Uit de onderbouwing bij de vordering blijkt dat het momenteel niet mogelijk is om (de precieze omvang van) het geestelijk letsel van [slachtoffer 2] vast te stellen. Aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan in dat geval volgen uit de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zo’n uitzonderlijke situatie, zodat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank zal het gevorderde daarom geheel toewijzen tot een bedrag van € 15.000,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente.
7.5
De schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.
Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met honderd dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
7.6
BEM-clausule
Omdat de benadeelde partij minderjarig is, zal de rechtbank bepalen dat de schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen). Een BEM-clausule dient ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen – tot de minderjarige achttien jaar is – alleen met toestemming van de kantonrechter over het geld op de rekening beschikken.
De rechtbank zal verder bepalen dat de raadsvrouw van de benadeelde partij binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis het openbaar ministerie op de hoogte dient te brengen van de gegevens van deze te openen bankrekening.

8.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op het artikel 56 en Pro 57 Sr.

9.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feiten 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder feiten 3 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
De voortgezette handeling van:
feit 6
het misdrijf: aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaar, begaan jegens een kind dat wordt verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van diegene.
en
feit 3
het misdrijf: verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaar, begaan jegens een kind dat wordt verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van diegene;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
maatregel
- legt aan de verdachte op de
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z Sr;
schadevergoeding
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van
€ 15.171,96, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf 13 maart 2025;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 15.171,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
honderd dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een op naam van [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, te openen bankrekening met een BEM-clausule;
- bepaalt dat de raadsvrouw van de benadeelde partij binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis het openbaar ministerie op de hoogte dient te brengen van de gegevens van de ten behoeve van [slachtoffer 2] geopende bankrekening.
opheffing bevel voorlopige hechtenis
- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. E. Venekatte en mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. Kroeze, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.
Buiten staat
Mr. Heijink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025114957 (onderzoek Vilder). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1.
Het proces-verbaal van bevindingen van 16 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 10, 11, 58, 62, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 75):
Op 14 maart 2025 werd gehoord [slachtoffer 2] .
V: Nou ik wil wel graag eerst van jou horen, goh waar gaat het nou over wat er gebeurd is.
A: Over, ik en mijn stiefvader.
V: Over jou en je stiefvader en wat is er dan tussen jou en je stiefvader?
V: Hoe noem jij dat?
A: ... Ja, seksen.
V: Wanneer is de laatste keer geweest dat er seks is geweest tussen jou en je stiefvader
A: Eergisteren. (….) Het was op woensdag gebeurd in de nacht.
V: En ging je dan dinsdagavond naar bed en gebeurde het of ging je woensdagavond naar bed en gebeurde het.
A: Woensdag
(de rechtbank begrijpt: in de nacht van woensdag 12 maart 2025 op donderdag 13 maart 2025)
A: Hij kwam in mijn kamer. En toen ging hij aanraken bij mijn vagina. Toen ging hij door. Mijn vagina aanraken en toen kwam hij op mijn bed en toen ging hij zijn piemel in mijn vagina doen.
A: Toen wou ik dat hij stopt en hij zei: nee je moet voelen hoe lekker het voelt. Ja toen ging hij door.
V: Wat had jij aan in bed?
A: Pyjamajurk.
V: Een soort nachtjapon?
A: Ja.
V: En toen zeg jij: ging die mijn vagina aanraken. Met wat ging die jouw vagina aanraken?
A: Met zijn hand.
V: Met de hand en wat deed die hand dan bij jouw vagina?
A: Hij ging gewoon een soort van spelen. Bij de vagina.
V: Misschien kun je met je hand een beetje voordoen wat die dan doet.
A: Ja hij ging zo doen.
O: Getuige maakt met haar rechterhand wat rondbewegingen.
V: Hij klimt bij jou in bed en dan? Op welke manier lig jij dan?
A: Ik lig op mijn rug.
V: En waar ligt hij dan?
A: Voor mij.
A: Hij zat op zijn knieën.
V: Hij zat op zijn knieën. Waar zijn die benen dan ten opzichte van jouw benen?
A: Hier.
O: Getuige wijst met haar hand naar haar bovenbeen, net boven haar knie.
V: Hoe moet hij dan bewegen om met zijn piemel in jouw vagina te komen.
A: Helemaal naar voren.
V: Hoe gaat dat dan?
A: Ik lig zo, met mijn voeten en hij ligt hier.
A: En hij houdt mijn voeten vast.
V: Wat voor houding hebben jouw benen dan als hij je voeten zo vast heeft?
A: Dan pakt die mijn voeten en dan doet die hem open.
O; Getuige heft haar beide armen, met de handen net boven heuphoogte, ze doet haar handen uit elkaar en verteld op die wijze dat met zijn handen haar voeten worden vastgehouden door hem.
V: Hij doet zijn piemel in jouw vagina? Doet die nog een beweging? Of doet, gaat die dan weer terug of anders?
A: Ja hij gaat naar achter en naar voren.
V: Wat beweegt er dan van hem?
A: Zijn lichaam.
V: Nu had jouw moeder gistermiddag jouw telefoon en wat stond daar in?
A: Video’s. Die hij naar mij heeft gestuurd.
A: Video’s die andere mensen... Aan het seksen zijn.
V: Stond er nog iets bij? Bij die filmpjes?
A: Ja er stond: “dat gaan we vannacht doen”.
A: In het Papiaments.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen van 11 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 101, 102 en 104):
Ik zag onderstaande communicatie, vanaf 9 maart 2025, door mij weergegeven in drie kolommen.
• Kolom [alias] gebruiker [nummer 1] (telefoon onder Verdachte [verdachte] inbeslaggenomen);
• Kolom [slachtoffer 2] gebruiker [nummer 2] (telefoon onder slachtoffer [slachtoffer 2] inbeslaggenomen);
• Kolom d.d. tijd Registratie van datum en tijdstip waarop bericht was verzonden
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Whatsapp verkeer van woensdag 12 maart 2025 en donderdag 13 maart 2025 tussen slachtoffer en verdachte;
Het Whatsapp verkeer dat ik las, van woensdag 12 maart 2025 en donderdag 13 maart 2025 tussen [slachtoffer 2] met “ [alias] ”, is hieronder vastgelegd.
[afbeelding]
[afbeelding]
3.
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 15 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 17):
V: Namens wie doe je aangifte?
A: Voor mijn dochter [slachtoffer 2] van 12 jaar.
V: Tegen wie doe je aangifte?
A: Tegen [verdachte] . Hij is mijn man sinds augustus 2019. Hij is niet de
biologische vader van [slachtoffer 2] .
A: Ik vroeg ik aan [slachtoffer 2] : Heeft hij (de rechtbank begrijpt: verdachte) aan jou gezeten, heeft hij jou iets aangedaan? Zij begreep die vraag en raakte helemaal overstuur. Wat ik toen zag waren miljoenen emoties door elkaar. Ze ging huilen en met haar handen naar achteren en sorry zeggen.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek aan inhoud telefoon [verdachte] van 16 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 106, 108, 109):
Gebruiker van het toestel:
Uit data van het toestel kwam als owner naar voren de gebruiker van het telefoonnummer [nummer 1] . Dit telefoonnummer en dit telefoontoestel werd gebruikt door [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ) [verdachte] .
Zoektermen op het internet:
Bij het doorzoeken van de zoekgeschiedenis op het internet las ik tussen 12 maart 2025, 18.26 uur en 13 maart 2025, 17.48 uur 22 bezochte unieke internetadressen (URL’s), die in de titel onder andere “[omschrijving].
Deze zoekgeschiedenis is vastgelegd in een fotoblad.
Op dit fotoblad staan de kolommen Last Visited, Titel en URL. Daar waar voor de regel een rood kruis staat, betekent dat deze pagina was verwijderd, maar nog wel opgeslagen was in veiliggestelde kopie van de inhoud van deze telefoon.
[afbeelding]
[afbeelding]

Voetnoten

1.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 15 maart 2025, p. 17.
2.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor van [slachtoffer 1] van 1 mei 2025, p. 30.
3.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 15 maart 2025, p. 20.
4.Het proces-verbaal van bevindingen van 2 mei 2025, p. 32.