Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiseres] ,
2.
[eiser],
[bedrijf 1], in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eisers hebben van gedaagde een woning gekocht. Gedaagde was onder bewind gesteld en weigerde mee te werken aan de verkoop en levering van de woning. De kantonrechter verleende op 2 maart 2026 machtiging aan de bewindvoerder om de woning te verkopen en te leveren, onder de voorwaarde dat er vervangende woonruimte beschikbaar is voor gedaagde.
Inmiddels is gebleken dat vervangende woonruimte beschikbaar is gesteld door de gemeentelijke woningstichting en een stacaravan op het terrein van de ouders van gedaagde. Ondanks dit weigert gedaagde de woning te verlaten. Eisers vorderen dat de bewindvoerder de akte van levering ondertekent en de woning leeg en ontruimd aan hen ter beschikking stelt, en dat gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming.
De voorzieningenrechter constateert dat gedaagden niet zijn verschenen en verleent verstek. Er is een spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen. De vorderingen worden grotendeels toegewezen: de bewindvoerder wordt veroordeeld tot medewerking aan levering en ontruiming, en gedaagde tot ontruiming binnen drie werkdagen. Het gevorderde bevel tot ontruiming met inzet van de sterke arm wordt afgewezen als overbodig. De bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot medewerking aan levering en ontruiming van de woning, en gedaagde tot ontruiming binnen drie werkdagen.