ECLI:NL:RBOVE:2026:1679
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot doorhaling tweede hypotheek na uitwinning pandrecht en bevrijdende betaling
Partijen sloten een overeenkomst waarbij eiser € 65.000,- aan gedaagde leende, met een tweede hypotheekrecht op de woning van eiser als zekerheid. Gedaagde had op zijn beurt geld geleend van NVIG, die een pandrecht op de vordering van gedaagde op eiser verkreeg. Eind 2024 heeft NVIG haar pandrecht uitgewonnen, waarna eiser het geleende bedrag inclusief rente en kosten bevrijdend aan NVIG heeft voldaan.
Gedaagde weigerde mee te werken aan de doorhaling van het tweede hypotheekrecht in het kadaster, ondanks verzoeken daartoe. Eiser vorderde daarom in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld tot doorhaling van de hypothecaire inschrijving en dat eiser gemachtigd wordt dit zelf te doen indien gedaagde niet tijdig meewerkt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het pandrecht door NVIG rechtsgeldig was uitgewonnen en dat eiser bevrijdend had betaald. Hierdoor is het hypotheekrecht van gedaagde tenietgegaan. Gedaagde is op grond van artikel 3:274 lid 1 BW Pro verplicht mee te werken aan de doorhaling. De vorderingen van eiser zijn toewijsbaar, waarbij eiser gemachtigd wordt zelf door te halen bij nalaten van gedaagde. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot doorhaling van het tweede hypotheekrecht en eiser wordt gemachtigd zelf door te halen bij nalaten.