ECLI:NL:RBOVE:2026:1767
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet verschijnen en niet aanleveren stukken
Verzoeker heeft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. Zij is tweemaal opgeroepen voor zittingen op 17 november 2025 en 20 januari 2026, maar is op beide data niet verschenen. De beschermingsbewindvoerder was wel aanwezig en verklaarde dat verzoeker mogelijk in het ziekenhuis lag.
Na de eerste zitting is telefonisch contact gelegd waarbij verzoeker aangaf uit het ziekenhuis te worden ontslagen. Verzoeker werd opgedragen een uittreksel uit het BRP en een verklaring over haar ziekenhuisopname aan te leveren, maar heeft dit niet gedaan. De beschermingsbewindvoerder heeft verzoeker meerdere malen aangemaand en zelfs geld overgemaakt om het uittreksel te betalen, zonder resultaat.
De rechtbank concludeert dat verzoeker kennelijk geen belang heeft bij het verzoek, gezien haar afwezigheid zonder bericht en het niet aanleveren van stukken. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker te goeder trouw is geweest ten aanzien van haar schulden. Op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro b en c Faillissementswet wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet verschijnen en niet aanleveren van gevraagde stukken.