ECLI:NL:RBOVE:2026:1770
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens niet-saneerbare ontnemings- en schadevergoedingsschuld
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. [Verzoeker] was veroordeeld voor beleggingsfraude en kreeg een ontnemings- en schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De resterende schuld aan het CJIB bedroeg ruim 23 miljoen euro, welke niet saneerbaar is volgens artikel 358 lid 4 Faillissementswet Pro.
Het verzoekschrift was ingediend door het Budget Adviesbureau Deventer (BAD), dat tevens verzocht om ontslag van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schuld aan het CJIB. De rechtbank oordeelde dat een verzoek tot schuldsanering niet kan worden toegewezen indien alleen niet-saneerbare schulden bestaan, zoals strafrechtelijke ontnemings- en schadevergoedingsvorderingen.
De rechtbank wees het verzoek af zonder behandeling ter zitting, omdat het verzoek op voorhand niet toewijsbaar was. Tevens merkte de rechtbank op dat het verzoek kennelijk voortkwam uit een gebrek aan kennis van het insolventierecht bij het BAD, aangezien hoofdelijke aansprakelijkheid niet in een schuldsaneringsprocedure kan worden gewijzigd.
De rechtbank benadrukte dat het toewijzen van schuldsanering in deze situatie zou leiden tot misbruik van de procedure. Het vonnis werd uitgesproken op 9 maart 2026 en is openbaar.
Uitkomst: Het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen omdat de resterende schuld niet saneerbaar is volgens de Faillissementswet.