Tussen eiseres en gedaagde is een huurovereenkomst gesloten voor een woonruimte met een maandelijkse huurprijs die per 1 september 2025 is verhoogd. De huurovereenkomst is per 30 november 2025 beëindigd. Er is een huurachterstand ontstaan over de maanden augustus, september en november 2025.
Eiseres en eiser vorderen betaling van de achterstallige huur, een contractuele verzuimboete, buitengerechtelijke incassokosten en rente. Gedaagde erkent de huurachterstand maar betwist de hoogte van de verzuimboete en stelt dat hij alleen een overeenkomst met eiseres heeft, niet met eiser.
De kantonrechter oordeelt dat eiser geen contractspartij is en wijst diens vorderingen af. De huurachterstand wordt toegewezen omdat gedaagde deze erkent. De gevorderde verzuimboete wordt afgewezen omdat de contractuele boete niet ziet op huurachterstanden maar op andere overtredingen. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform het toepasselijke Besluit. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.