ECLI:NL:RBOVE:2026:1789
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gokverslaving en onvoldoende stabiliteit
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. De rechtbank beoordeelt dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest met betrekking tot het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, die grotendeels zijn veroorzaakt door een gokverslaving en drugsgebruik na het beëindigen van een relatie in 2019.
Tijdens de zitting was verzoeker niet aanwezig, maar de schuldhulpverlener was telefonisch aanwezig en gaf aan dat een onderbewindstelling was aangevraagd maar nog niet uitgesproken. Uit bankafschriften blijkt dat de gokverslaving nog niet onder controle is en dat verzoeker niet voldoet aan zijn sollicitatieplicht. Een nagezonden verklaring van verzoeker stelt dat hij zijn verslaving onder controle heeft en actief op zoek is naar werk, maar de rechtbank acht dit onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat de hardheidsclausule niet van toepassing is omdat de verslavingsproblematiek niet voldoende beheersbaar is en er geen bevestiging is van een hulpverlener. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling zal nakomen. Door het niet verschijnen op de zitting heeft verzoeker zijn inlichtingenplicht geschonden.
Gezien de instabiele situatie en het reële risico dat de regeling tussentijds beëindigd moet worden, wijst de rechtbank het verzoek af. Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid om bij een stabielere situatie een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw zijn en onvoldoende aannemelijkheid dat verplichtingen worden nagekomen.