Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
17 december 2025 opgeroepen om ter zitting van 23 februari 2026 om 10:30 uur te worden gehoord op zijn verzoek schuldsanering.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Verzoeker heeft bij de rechtbank Overijssel verzocht om toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op zittingen van 15 december 2025 en 23 februari 2026.
Verzoeker is bij beide zittingen niet verschenen, ondanks oproepen en herinneringen, waaronder contact van de bewindvoerder en de griffier. De rechtbank concludeert dat verzoeker bewust heeft gekozen niet te verschijnen en daardoor geen toelichting heeft gegeven op zijn verzoek.
Door het niet verschijnen heeft verzoeker niet aannemelijk gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Ook is niet aannemelijk dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen, mede omdat hij door zijn afwezigheid de inlichtingenplicht heeft geschonden.
Op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro b en c van de Faillissementswet wijst de rechtbank het verzoek af. Verzoeker kan binnen acht dagen hoger beroep instellen bij het gerechtshof.
De uitspraak is gedaan door rechter S.J.S. Groeneveld-Koekkoek te Almelo op 2 maart 2026.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet verschijnen en niet aannemelijk maken nakoming verplichtingen.