Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van verzoeker om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker stelde een schuldenlast te hebben die hij niet zelf kan aflossen en verzocht tevens om de ingangsdatum van de regeling op een eerdere datum te bepalen, namelijk 1 december 2023, de start van het minnelijk traject.
Na beoordeling van het verzoek en de bijbehorende stukken, alsmede de mondelinge toelichting tijdens de zitting, oordeelde de rechtbank dat verzoeker voldeed aan de voorwaarden voor toelating tot de schuldsaneringsregeling conform artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Er was geen grond voor afwijzing van het verzoek tot toelating.
Het verzoek tot bepaling van een eerdere ingangsdatum werd echter afgewezen. De rechtbank kon niet vaststellen dat verzoeker aan de inspanningsplicht had voldaan gedurende het minnelijk traject, noch dat er vanaf 1 december 2023 aflossingen aan schuldeisers konden worden gedaan. Verzoeker had verklaard dat hij 2,5 jaar geleden voor het laatst betaald werk had verricht en wel had gesolliciteerd, maar er was geen bewijs van afdracht aan schuldeisers.
De rechtbank stelde de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf 16 maart 2026, benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en bepaalde dat de bewindvoerder de post van verzoeker mag inzien en een voorschot op vergoeding mag opnemen. Tevens vervielen alle gelegde beslagen door deze uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.