Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1792

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2600184:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum

De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van verzoeker om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker stelde een schuldenlast te hebben die hij niet zelf kan aflossen en verzocht tevens om de ingangsdatum van de regeling op een eerdere datum te bepalen, namelijk 1 december 2023, de start van het minnelijk traject.

Na beoordeling van het verzoek en de bijbehorende stukken, alsmede de mondelinge toelichting tijdens de zitting, oordeelde de rechtbank dat verzoeker voldeed aan de voorwaarden voor toelating tot de schuldsaneringsregeling conform artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Er was geen grond voor afwijzing van het verzoek tot toelating.

Het verzoek tot bepaling van een eerdere ingangsdatum werd echter afgewezen. De rechtbank kon niet vaststellen dat verzoeker aan de inspanningsplicht had voldaan gedurende het minnelijk traject, noch dat er vanaf 1 december 2023 aflossingen aan schuldeisers konden worden gedaan. Verzoeker had verklaard dat hij 2,5 jaar geleden voor het laatst betaald werk had verricht en wel had gesolliciteerd, maar er was geen bewijs van afdracht aan schuldeisers.

De rechtbank stelde de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf 16 maart 2026, benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en bepaalde dat de bewindvoerder de post van verzoeker mag inzien en een voorschot op vergoeding mag opnemen. Tevens vervielen alle gelegde beslagen door deze uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2600184:R-RK
Vonnis van maandag 16 maart 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 2 maart 2026, waar [verzoeker] aanwezig was.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Dit is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsrege-ling te bepalen op 1 december 2023, zijnde de start van het minnelijk traject. In het verzoek is vermeld dat [verzoeker] stelt aan de inspanningsplicht te voldoen. In het verzoek is niet vermeld dat er tijdens het minnelijk traject is gespaard voor de schuldeisers. [verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat hij 2,5 jaar geleden voor het laatst betaald werk heeft verricht. Volgens [verzoeker] heeft hij wel gesolliciteerd. De rechtbank acht het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum onvoldoende onderbouwd om tot bepaling daarvan over te gaan. De rechtbank kan niet vaststellen of aan de inspanningsplicht is voldaan en of vanaf 1 december 2023 kon worden afgedragen voor de schuldeisers. De rechtbank wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum op grond van vorenstaande af.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1];
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf maandag 16 maart 2026;
4.3.
wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af [1] ;
4.4.
benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers;
4.5.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
4.6.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.7.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.8.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.