Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1812

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2500750:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de schuldsaneringsregeling (Wsnp) en tevens verzocht om een eerdere ingangsdatum van de regeling. De rechtbank Overijssel heeft het verzoek tot toelating toegewezen omdat verzoekster aannemelijk heeft gemaakt dat zij de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen en de verplichtingen uit de regeling zal nakomen.

Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum, namelijk 1 juli 2025, werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een hoge mate van verwijtbaarheid bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden, waardoor verzoekster niet in aanmerking komt voor een eerdere ingangsdatum.

De rechtbank stelde de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf de uitspraakdatum. Tevens werden een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd, met specifieke opdrachten en bevoegdheden. Alle gelegde beslagen komen te vervallen door deze uitspraak.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraakdatum.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2500750:R-RK
Vonnis van dinsdag 27 januari 2026
op het verzoek van
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1] ,
wonende te [adres 1]
verzoekster, hierna te noemen [verzoekster] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van dinsdag 20 januari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster] ;
- mevrouw mr. S.G.H. Langeweg, FTWadvocaten
- mevrouw [naam] , RA Bewindvoering Nederland B.V.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoekster] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
3.3.
[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 1 juli 2025, zijnde de datum waarop het verzoek moratorium in verband met een dreigende ontruiming van de woning van [verzoekster] voor een periode van 9 weken is toegewezen. De rechtbank is in het geval van [verzoekster] echter van oordeel dat nu er sprake is van een hoge mate van verwijtbaarheid ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schuldenlast, [verzoekster] niet in aanmerking komt voor het bepalen van een eerdere ingangsdatum. De rechtbank wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum dan ook af.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum 2] 1990 te [geboorteplaats 2] ,
wonende te [adres 1] ;
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak;
4.3.
wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af [1] ;
4.4.
benoemt tot rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis;
4.5.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder] , [adres 2] ;
4.6.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.7.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.8.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen door mr. M.M. Verhoeven, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.