Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1816

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2502433:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Art. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum

Verzoekster heeft bij de rechtbank Overijssel verzocht om toelating tot de schuldsaneringsregeling en tevens om vaststelling van een eerdere ingangsdatum van de regeling. De rechtbank heeft het verzoek tot toelating toegewezen omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan en er geen gronden voor afwijzing zijn gebleken.

Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum, namelijk 1 april 2025, is afgewezen. Dit omdat bij aanvang van het minnelijk traject weliswaar een bedrag van €7.162,99 is ingebracht, maar de maandelijkse spaarcapaciteit daarna niet is afgedragen. De beschermingsbewindvoerder verklaarde dat deze afdracht om onbekende redenen niet heeft plaatsgevonden. Volgens een overzicht van de Stadsbank Oost Nederland had er over de periode april 2025 tot en met oktober 2025 circa €1.750 moeten worden gespaard.

De rechtbank oordeelde dat de inbreng bij aanvang van het minnelijk traject niet kan worden toegerekend aan de daaropvolgende maanden en dat om een eerdere ingangsdatum te bepalen ook de spaarcapaciteit over die maanden had moeten worden afgedragen. Daarom is het verzoek tot een eerdere ingangsdatum afgewezen.

De rechtbank stelde de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf 13 januari 2026, benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en gaf de bewindvoerder diverse opdrachten, waaronder het inzien van de post van verzoekster en het mogen opnemen van een voorschot op vergoeding. Tevens vervallen alle gelegde beslagen door deze uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2502433:R-RK
Vonnis van dinsdag 13 januari 2026
op het verzoek van
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verzoekster, hierna te noemen [verzoekster],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van dinsdag 6 januari 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster];
- Mevrouw [naam], Schuldhulp Oost Nederland B.V.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 1 april 2025. Bij aanvang van het minnelijk traject is een bedrag van € 7.162,99 ingebracht. Vervolgens is de maandelijkse spaarcapaciteit niet meer afgedragen. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat die afdracht om haar onbekende redenen niet heeft plaatsgevonden. Volgens een overzicht dat de Stadsbank Oost Nederland heeft opgesteld, had er, afgezien van vakantiegeld en incidentele baten, over de periode april 2025 tot en met oktober 2025 reeds circa € 1.750 moeten worden gespaard voor de schuldeisers. Op grond van vorenstaande moet naar het oordeel van de rechtbank het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum worden afgewezen. De inbreng van € 7.162,99 bij aanvang van het minnelijk traject valt sowieso in de boedel en kan niet worden toegerekend aan de daarop volgende maanden van het minnelijk traject. Om een eerdere ingangsdatum te bepalen, had naast het bedrag van € 7.162,99 ook de spaarcapaciteit over de maanden april 2025 tot en met heden moeten worden afgedragen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats];
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 13 januari 2026;
4.3.
wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af [1] ;
4.4.
benoemt tot rechter-commissaris mr. D. van den Berg;
4.5.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2];
4.6.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.7.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.8.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.