De zaak betreft een boete van €250,- opgelegd door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan een intermediair en transporteur van dierlijke meststoffen wegens het niet tijdig doen van een namelding aan het digitale systeem rVDM na het lossen van 25 vrachten op 10 en 11 september 2024.
De minister stelde dat ondanks kortdurende storingen in het rVDM-systeem op 10 september 2024, de namelding binnen de wettelijk gestelde termijn van zeven dagen had moeten plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende bewijs heeft geleverd dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat de boete terecht is opgelegd.
De rechtbank verwierp het betoog van de eiseres dat sprake zou zijn van onlosmakelijke samenloop met een andere boete voor het niet gebruiken van rVDM, omdat het nalaten van de namelding een afzonderlijke verplichting betreft die na het vervoer geldt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A. Oosterveld.