ECLI:NL:RBOVE:2026:1879

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
12084419 \ CV EXPL 26-209
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand met betalingsregeling

Tussen Domijn en de bewindvoerder bestaat een huurovereenkomst voor een woning waarbij een huurachterstand is ontstaan van €3.842,93 tot 1 februari 2026. Domijn vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand inclusief buitengerechtelijke incassokosten en rente.

De bewindvoerder erkent de betalingsachterstand en partijen sluiten een vaststellingsovereenkomst waarin een betalingsregeling wordt getroffen voor een totaalbedrag van €4.191,80, inclusief incassokosten en rente, minus reeds betaalde bedragen. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand en bijkomende kosten terecht zijn gevorderd en dat de bewindvoerder in verzuim is, waardoor ook de rente verschuldigd is.

De kantonrechter wijst de vorderingen toe, ontbindt de huurovereenkomst voorwaardelijk en legt een betalingsregeling op waarbij de bewindvoerder maandelijks €80,00 betaalt. Indien de bewindvoerder niet aan deze regeling voldoet of de huur niet tijdig betaalt, moet de woning binnen 14 dagen worden ontruimd. Tevens wordt de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en een vergoeding voor voortgezet gebruik bij eventuele ontruiming.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden met een voorwaardelijke ontruiming en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, rente en proceskosten met een betalingsregeling.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 12084419 \ CV EXPL 26-209
Vonnis van 7 april 2026
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING DOMIJN,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
eisende partij, hierna te noemen Domijn,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen
[bewindvoerder] (h.o.d.n. [bedrijf]), kantoorhoudende te [vestigingsplaats], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de gelden en goederen van
[gedaagde], wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen de bewindvoerder,
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 januari 2026,
- de conclusie van antwoord van 10 februari 2026,
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 10 februari 2026,
- de vaststellingsovereenkomst d.d. 27 februari 2026.
1.2.
De bewindvoerder is bij de vaststellingsovereenkomst in het geding verschenen. De bewindvoerder heeft daarmee deze procedure van de rechthebbende overgenomen waardoor de bewindvoerder als formele procespartij beschouwd dient te worden.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen Domijn en [gedaagde] (hierna: [gedaagde]) bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het adres [adres]. Uit hoofde van deze overeenkomst dient maandelijks, bij vooruitbetaling, een huurbedrag van € 668,79 te worden betaald.
2.2.
Er is een achterstand ontstaan in de betaling van de maandelijkse huurbedragen.

3.Het geschil

3.1.
Domijn vordert kort gezegd - ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke kosten en rente, en een veroordeling in de proceskosten.
3.2.
Domijn legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] haar verplichting om de huurbedragen te betalen niet is nagekomen. Tot 1 februari 2026 was sprake van een huurachterstand van € 3.842,93. Domijn heeft zich als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] genoodzaakt gezien haar vordering ter incasso uit handen te geven aan haar gemachtigde. De kosten daarvoor bedragen € 454,40 en komen net als de tot
6 januari 2026 berekende wettelijke rente van € 28,00, voor rekening van [gedaagde]. [gedaagde] heeft hierop reeds € 150,00 bij de gemachtigde van Domijn voldaan.
3.3.
Partijen hebben - onder verband van een vonnis – in een vaststellingsovereenkomst een betalingsregeling afgesproken voor een totaalbedrag van € 4.191,80 (huurachterstand t/m februari 2026 € 3.842,93 + buitengerechtelijke kosten € 454,40 + wettelijke rente tot
27 februari 2026 € 44,47 minus € 150,00 aan betalingen), te vermeerderen met de proceskosten. Een afschrift van de vaststellingsovereenkomst wordt aan dit vonnis gehecht.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
4.2.
De kantonrechter overweegt als volgt. Nu de bewindvoerder de verschuldigdheid van de door Domijn gestelde huurachterstand zoals gespecificeerd in de vaststellingsovereenkomst erkent, staat deze achterstand vast en zal de veroordeling tot betaling daarvan worden toegewezen.
4.3.
Vaststaat dat de bewindvoerder niet tijdig heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. Naar het oordeel van de kantonrechter is de bewindvoerder daarom ook de nadien in rekening gebrachte rente verschuldigd.
4.4.
Domijn heeft een bedrag van € 454,40 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Domijn heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
4.5.
Partijen zijn het eens over het volgende:
de betalingsachterstand tot en met februari 2026 inclusief rente en buitengerechtelijke kosten bedraagt € 4.191,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.842,93 vanaf 28 februari 2026 tot de dag van volledige betaling;
de bewindvoerder zal de betalingsachterstand en de proceskosten aan Domijn betalen in maandelijkse termijnen van € 80,00 ingaande 1 maart 2026;
de bewindvoerder zal de nieuwe huurtermijnen tijdig en volledig betalen.
4.6.
Domijn wijzigt haar vordering tot wat de bewindvoerder volgens deze afspraken verschuldigd is en verzoekt de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken. De bewindvoerder heeft zich niet verzet tegen toewijzing daarvan.
4.7.
De kantonrechter overweegt dat een tekortkoming van voldoende gewicht de andere partij het recht geeft op ontbinding van de overeenkomst. [1] De betalingsachterstand is van zodanige omvang, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in beginsel rechtvaardigt.
4.8.
Gelet op het woonbelang van [gedaagde] en de door partijen overeengekomen betalingsregeling zal de kantonrechter een voorwaardelijke ontbinding en ontruiming toewijzen.
4.9.
Dat betekent kort gezegd dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om de woning te verlaten als de bewindvoerder binnen één jaar:
  • de betalingsregeling niet nakomt; of
  • de lopende huur niet tijdig of volledig betaalt.
4.10.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal de bewindvoerder in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Domijn worden begroot op:
dagvaarding € 153,02
griffierecht € 529,00
salaris gemachtigde
€ 542,00(2 punten x tarief € 271,00)
totaal € 1.224,02

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt de bewindvoerder om aan Domijn te betalen een bedrag van € 4.191,80 wegens de tot en met februari 2026 verschuldigde huurpenningen inclusief buitengerechtelijke kosten en rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.842,93 vanaf 28 februari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten begroot op € 1.224,02;
5.3.
ontbindt de huurovereenkomsten tussen Domijn en [gedaagde] met betrekking tot de woning aan de [adres] en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege haar daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van Domijn te stellen, indien en zodra binnen één jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- de bewindvoerder betaalt niet of niet tijdig de maandelijkse termijnen van € 80,00, met ingang van 1 maart 2026;
- de bewindvoerder betaalt niet of niet tijdig de maandelijkse huur;
5.4.
veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;
5.5.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026. (PHR(O)

Voetnoten

1.Vgl. art. 6:265 BW Pro en o.m. ECLI:NL:HR:2018:1810.