WBO Wonen vordert ontruiming van een huurwoning die sinds april 2025 wordt bewoond door een huurder onder bewindvoering. Diverse meldingen van overlast en vernielingen, waaronder het gooien van een parasolvoet van het balkon en het vernielen van de woning, leidden tot politieoptreden en aangiften.
De bewindvoerder van de huurder betoogt dat ontruiming tot maatschappelijke ontwrichting leidt en pleit voor vervangende woonruimte. De kantonrechter oordeelt dat de tekortkomingen van de huurder ernstig zijn en dat met redelijke zekerheid kan worden aangenomen dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen.
De kantonrechter benadrukt dat de huurder zich als goed huurder moet gedragen en dat vernielingen en gevaar voor omwonenden dit niet toestaan. Het belang van WBO Wonen en omwonenden bij bescherming weegt zwaar. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen en de bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.