Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De zaak in het kort
De huurovereenkomst is op 15 april 2025 buitengerechtelijk ontbonden.
3.De feiten
Per betaalperiode van 1 kalendermaand(en) bedraagt bij huuringangsdatum:
- de huurprijs € 2.800,-
- vergoeding voor lening € 40.000,- (geen BTW) € 400,-
- in geval van belaste huur de over de huurprijs en het voorschot w/e
verschuldigde omzetbelasting € 588,-
totaal € 3.788,-
Deze bedragen zijn op grond van artikel 4.10 van de overeenkomst in één bedrag bij vooruitbetaling verschuldigd in euro’s en moeten vóór of op de eerste dag van de periode waarop de betalingen betrekking hebben volledig zijn voldaan.
3.5. In artikel 11.10 van de overeenkomst zijn partijen overeengekomen dat huurder en verhuurder het volgende m.b.t. te verrichten werkzaamheden en de betaling van deze werkzaamheden overeenkomen:
Te verrichten werkzaamheden:
De bouwkundige werkzaamheden staan genoemd
in de offerte van [bedrijf 2] uit [vestigingsplaats 1] € 41.474,44
De installatie werkzaamheden staan genoemd in de offerte van
[bedrijf 3] uit [vestigingsplaats 2] € 38.329,29
post onvoorzien
€ 5.196,27totaal € 85.000,00
I [bedrijf 1] betaald [naam] een bijdrage in de verbouwing
voor aanvang van de werkzaamheden € 15.000,-
II [naam] neemt voor zijn rekening zonder verdere verrekening € 30.000,-
III [naam] neemt maximaal voor zijn rekening
(met verrekening in de toekomst)
€ 40.000,-totaal € 85.000,-
ad III
- bij lening bedrag € 40,000,- en geen aflossing, gaat de huur met € 400,-/mnd omhoog
4.Het geschil
5.De beoordeling
Gelet op deze kennis had [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst moeten nagaan of de gemeente de omgevingsvergunning zou verstrekken of bij het aangaan van de huurovereenkomst daarvoor een voorbehoud moeten maken. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan.
5.10. Tot slot wordt in aanmerking genomen dat de gemeente zich bereid heeft verklaard de exploitatie van het gehuurde als sportschool te gedogen. Het gehuurde kon daardoor ook zonder omgevingsvergunning als sportschool worden gebruikt. [gedaagde] stelt dat de kredietverstrekker alleen een financiering wilde verstrekken als een omgevingsvergunning zou worden afgegeven, maar dit kan hem niet baten. Dat [gedaagde] geen financiering kon krijgen, komt voor zijn rekening en risico en kan niet aan Just Bricks worden tegengeworpen.
€ 18.940,-. Ook maakt Just Bricks aanspraak op € 588,- aan btw over januari 2025.
€ 20.328,- (€16.800,- + € 3.528,-) heeft [gedaagde] reeds € 2.800,- aan Just Bricks betaald, zodat aan huur en btw een bedrag van € 17.528,- toewijsbaar is.
€ 40.000,- begrepen. Dit bedrag wordt niet toegewezen, omdat Just Bricks ook aflossing van de totale lening vordert. In artikel 11.10 van de huurovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat de huur enkel met € 400,- per maand omhoog gaat als de lening van
€ 40.000,- niet wordt afgelost. De vordering tot aflossing van de totale lening van € 40.000,- wordt hierna beoordeeld.
€ 15.000,- en € 40.000,- niet aan Just Bricks hoeft te voldoen en overweegt daarover het volgende.
het van belang is dat eerst de omgevingsvergunning er definitief opnieuw door is voordat we gaan verbouwen om te voorkomen dat we achteraf niet mogen doorgaan” en “
Daarin vraag ik nog even geduld tot de gemeente een terugkoppeling geeft.”. Vanaf dat moment had Just Bricks gelet op de vraag van [gedaagde] om geduld te hebben in geen geval een opdracht aan de aannemers mogen geven. Dat in de korte periode tussen het maken van de afspraken op
9 augustus 2024 tot het versturen van de e-mail op 3 september 2024 partijen hebben afgesproken dat de aannemers konden gaan verbouwen, is niet gebleken. Zoals hiervoor onder 5.20 is overwogen, is het Whatsbericht van 19 augustus 2024 daarvoor onvoldoende.
€ 15.000,- en € 40.000,- aan haar terug te betalen niet toewijsbaar is.
€ 144,00(plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing)