Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:1932

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
ak_25_3591 mu
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bijstandsuitkering

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Almelo. Het college heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat niet aannemelijk is geworden dat het bezwaar tijdig is ingediend.

De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling vastgesteld dat het niet duidelijk is of het bezwaar via de brievenbus bij de gemeente is ingediend. Er is geen verschoonbare reden voor de overschrijding van de termijn gegeven door eiser.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser is vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3591
proces-verbaal van de openbare zitting en de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser (hierna te noemen: [eiser])

(gemachtigde: [gemachtigde 1]),
en
het college van burgemeester en wethouders van Almelo, verweerder (hierna te noemen: het college)
(gemachtigden: [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3]).
1. Zitting hebben: A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.A.H. Beenen-Oskam, griffier.
2. Aanwezig zijn: de gemachtigde van [eiser] en de gemachtigden van het college. [eiser] is niet verschenen.
3. De rechter opent het onderzoek ter zitting.
4. Het college heeft met een besluit van 18 juli 2025 de aanvraag van [eiser] om een bijstandsuitkering afgewezen. Het geschil gaat over de vraag of het college het bezwaar van [eiser] tegen deze afwijzing terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechter bespreekt met partijen het beroepschrift van [eiser] en het verweerschrift van het college. Partijen hebben vragen van de rechter beantwoord en hun standpunten toegelicht. De griffier heeft hiervan aantekeningen bijgehouden.
5. De rechter sluit hierna het onderzoek ter zitting en bepaalt dat hij onmiddellijk uitspraak zal doen.
6. De rechter doet de volgende uitspraak.

Uitspraak

7. De rechtbank bepaalt dat [eiser] wegens betalingsonmacht is vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
8. De rechter verklaart het beroep ongegrond. [eiser] krijgt geen gelijk.

Motivering

9. De rechter motiveert de uitspraak als volgt.
10. Het is niet duidelijk of via de brievenbus een bezwaar naar de gemeente is gestuurd. Dit is niet aannemelijk geworden. Er is geen verschoonbare reden voor termijnoverschrijding. Terecht is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.