Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties,
- de mondelinge behandeling op 26 maart 2026,
- de pleitnota van [eiser] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De huurder exploiteert sinds 21 december 2011 een cafetaria en heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd van €65.492,67 per 1 februari 2026. De verhuurder vordert ontruiming van het gehuurde, betaling van de achterstallige huur en een gebruikersvergoeding tot aan de ontruiming. De huurder erkent de achterstand maar beroept zich op verrekening wegens eigendom van inventaris en goodwill.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van meer dan een jaar een tekortkoming vormt die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. De persoonlijke en financiële omstandigheden van de huurder, waaronder corona en ziekte, ontslaan hem niet van zijn betalingsverplichtingen. Het beroep op verrekening faalt omdat de looptijd van de huurovereenkomst nog niet is verstreken en de huurder onvoldoende heeft onderbouwd dat hij een vordering heeft.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van de vorderingen van de verhuurder, die een spoedeisend belang heeft bij ontruiming. De huurder wil stoppen met exploitatie, waardoor voortzetting van de huur niet redelijk is. De kantonrechter verleent een ontruimingstermijn van 21 dagen na betekening. Tevens worden de proceskosten aan de huurder opgelegd en verklaart de rechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen 21 dagen en betaling van de huurachterstand met rente en gebruikersvergoeding.