Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2023

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
C/08/345156 / KG ZA 26-45
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 438 RvArt. 130 lid 1 RvArt. 611a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing tenuitvoerlegging vonnis inzake verstrekking bescheiden en dwangsommen

Multiwagon is bij een eerder vonnis veroordeeld om bepaalde bescheiden aan de tegenpartij te verstrekken, op straffe van dwangsommen bij niet-naleving. De tegenpartij stelde dat Multiwagon niet tijdig en volledig had voldaan, waardoor dwangsommen waren verbeurd en startte executiemaatregelen.

Multiwagon startte een kort geding om deze executie te verbieden en subsidiar de tenuitvoerlegging te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat Multiwagon niet aan de veroordeling had voldaan en dat dwangsommen waren verbeurd. De schorsing van de tenuitvoerlegging werd daarom toegewezen.

De rechter overwoog dat de documenten tijdig waren verzonden, dat het niet verstrekken van documenten over een periode zonder omzet niet leidt tot dwangsommen, en dat de gevorderde inzage niet zo ver strekt dat volledige administratie, zoals grootboekrekeningen, moet worden verstrekt. De proceskosten werden aan de tegenpartij opgelegd.

Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst omdat niet aannemelijk is dat dwangsommen zijn verbeurd.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/345156 / KG ZA 26-45
Vonnis in kort geding van 10 april 2026
in de zaak van
MULTIWAGON B.V.,
te Holten,
eisende partij,
hierna te noemen: Multiwagon,
advocaat: mr. M.B. Bollen,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. T.H.I.M. Pierik.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 6 van Multiwagon,
- de producties 1 t/m 4 van [gedaagde],
- de mondelinge behandeling van 31 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling zijn door mr. Bollen en mr. Pierik spreekaantekeningen overgelegd.

2.De zaak in het kort

2.1.
Multiwagon is bij incidenteel (herstel)vonnis van deze rechtbank (locatie Zwolle) veroordeeld om bepaalde bescheiden aan [gedaagde] te verstrekken, op straffe van het verbeuren van dwangsommen als zij dat nalaat. Volgens [gedaagde] heeft Multiwagon niet tijdig en niet volledig aan die veroordeling voldaan, reden waarom hij heeft aangezegd dat Multiwagon dwangsommen heeft verbeurd en hij executiemaatregelen is gaan treffen. Multiwagon is het daar niet mee eens en is dit kort geding gestart.
2.2.
Naar oordeel van de voorzieningenrechter is het in dit kort geding niet aannemelijk geworden dat Multiwagon niet (volledig) aan de veroordeling heeft voldaan en zij dus dwangsommen heeft verbeurd. De voorzieningenrechter schorst daarom de tenuitvoerlegging van het vonnis van deze rechtbank en veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van dit kort geding. De motivering van deze beslissing volgt hierna.

3.De feiten

3.1.
Tussen partijen loopt momenteel een bodemprocedure bij deze rechtbank, locatie Zwolle, onder zaaknummer C/08/325774 / HA ZA 24-475. De bodemprocedure houdt verband met een geschil van partijen over een eerder gesloten overeenkomst van opdracht/agentuur.
3.2.
[gedaagde] heeft in die procedure een incidentele vordering ingesteld om inzage te krijgen in de gerealiseerde omzet die Multiwagon met BBQ Stone City Smokers producten heeft behaald in de periode vanaf 1 oktober 2022, met daarbij afschrift van de daarbij behorende (verkoop)facturen en administratie, zoals grootboekrekeningen en voorraadlijsten. Voor het geval Multiwagon daaraan niet voldoet, heeft [gedaagde] een dwangsom gevorderd.
3.3.
De rechtbank heeft in het incident vonnis gewezen op 21 mei 2025, waarna dat vonnis vanwege een kennelijke fout hersteld is bij herstelvonnis van 9 juli 2025 (hierna zullen de vonnissen samen ‘het Vonnis’ genoemd worden). In het Vonnis is, voor zover hier van belang, het volgende beslist:

veroordeelt Multiwagon om binnen één week na betekening van dit vonnis inzage in en
afschrift van de gerealiseerde omzet (exclusief btw) te geven die door Multiwagon van Bbq
Stone City Smokers-producten is behaald in de periode 1 oktober 2022 tot 21 mei 2025‚ met de daarbij behorende (verkoop)facturen en administratie, grootboekrekeningen en
voorraadlijsten, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag of gedeelte daarvan dat
Multiwagon niet aan de veroordeling voldoet, met een maximum van € 25.000.-
3.4.
Het Vonnis is op 17 juli 2025 aan Multiwagon betekend.
3.5.
Multiwagon heeft de advocaat van [gedaagde] op 25 juli 2025 via WeTransfer een link met documenten gestuurd. De advocaat van [gedaagde] was toen op vakantie en heeft de link niet meteen geopend. Hierdoor is de link naar de documenten verlopen. Een kantoorgenoot van de advocaat van [gedaagde] heeft de advocaat van Multiwagon op
28 juli 2025 gemaild met de vraag om de documenten nogmaals toe te sturen. De advocaat van Multiwagon was toen op vakantie en heeft op 27 augustus 2025 gemaild dat hij dat zal doen. Op 18 september 2025 is er een nieuwe WeTransfer-link met documenten naar de advocaat van [gedaagde] gestuurd.
3.6.
Bij deurwaardersexploot van 22 december 2025 heeft [gedaagde] aan Multiwagon aangezegd dat er dwangsommen ter hoogte van € 25.000,00 zijn verbeurd en het bevel gegeven dat zij dit bedrag binnen twee dagen moet betalen. Omdat betaling uitbleef, heeft [gedaagde] op 2 februari 2026 executoriaal beslag laten leggen op een aantal roerende zaken van Multiwagon. Bij deurwaardersexploot van 4 februari 2026 is het proces-verbaal van de beslaglegging aan Multiwagon betekend en is de openbare verkoop van de roerende zaken aangezegd.

4.Het geschil

4.1.
Multiwagon vordert – kort samengevat – dat de voorzieningenrechter [gedaagde] verbiedt om de door hem aangekondigde executie van het tussen partijen gewezen Vonnis voort te zetten en om daartoe nog verdere executoriale maatregelen (zoals beslaglegging) te treffen, op straffe van een dwangsom bij overtreding van het verbod en met veroordeling van hem in de proceskosten. Tijdens de mondelinge behandeling van 31 maart 2026 heeft Multiwagon haar eis vermeerderd met het volgende. Voor het geval het gevorderde verbod niet toewijsbaar is, vordert zij subsidiair dat de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van het Vonnis schorst.
4.2.
Multiwagon legt aan haar vordering ten grondslag dat de executie van het vonnis onrechtmatig is en daarom niet mag worden voortgezet. Volgens haar heeft zij tijdig de informatie aangeleverd waarmee [gedaagde] kan achterhalen welke omzet zij heeft behaald met de BBQ Stone City Smokers en zijn er daarom geen dwangsommen verbeurd. Voor het geval er wel dwangsommen zijn verbeurd, is het volgens haar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [gedaagde] hierop een beroep doet.
4.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert dat de voorzieningenrechter onbevoegd is, dan wel dat de vorderingen van Multiwagon moeten worden afgewezen, met veroordeling van Multiwagon in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Spoedeisend belang
5.1.
Het spoedeisend belang is bij een executiegeschil als dit een gegeven. Multiwagon is dus in zoverre ontvankelijk in haar vordering.
Bevoegdheid voorzieningenrechter
5.2.
Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat de voorzieningenrechter onbevoegd is om dwangsommen te matigen en om het gevorderde verbod tot voortzetting van de executie van het Vonnis toe te wijzen.
5.3.
Multiwagon heeft in het petitum van de dagvaarding niet verzocht om matiging van de verbeurde dwangsommen, hoewel dat wel in het lichaam van de dagvaarding wordt genoemd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Multiwagon bevestigd dat zij daar niet om verzoekt. De matiging van dwangsommen kan daarom buiten beschouwing blijven.
5.4.
De onderhavige vordering van Multiwagon betreft een geschil dat is gerezen met betrekking tot de executie, meer specifiek met betrekking tot de vraag of aan de veroordeling is voldaan en of de opgelegde dwangsommen zijn verbeurd. Dat betekent dat de vordering haar grondslag vindt in artikel 438 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), welke bepaling gaat over geschillen in verband met de executie. Op grond van lid 3 van dit artikel is aan de voorzieningenrechter met betrekking tot de executie een bevoegdheid tot het treffen van de daar genoemde voorzieningen toegekend. Door [gedaagde] is terecht opgemerkt dat tot die voorzieningen niet het opleggen van een verbod tot executie van het vonnis behoort [1] . Om die reden is het primair door Multiwagon gevorderde verbod niet toewijsbaar. Dit artikel biedt wel de mogelijkheid om de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen.
Vermeerdering van eis
5.5.
Op grond van artikel 130 lid 1 Rv Pro – dat in beginsel ook voor de kort geding procedure geldt – is de eiser bevoegd zijn eis te veranderen of te vermeerderen zolang er nog geen eindvonnis is gewezen, tenzij dat in strijd is met de eisen van de goede procesorde. Uit dat artikel volgt dat de eis schriftelijk, bij conclusie of akte ter rolle, gewijzigd moet worden, maar deze bepaling geldt in kort geding slechts voor zover zij niet onverenigbaar is met de aard van het kort geding en de daarin vereiste spoed [2] .
5.6.
In dit geval heeft Multiwagon haar eis tijdens de mondelinge behandeling (mondeling) vermeerderd in die zin dat de subsidiair gevorderde ‘voorziening die de voorzieningenrechter het meest geraden voorkomt’ moet worden ingevuld als een schorsing van de tenuitvoerlegging van het Vonnis. [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen deze vordering.
5.7.
Naar oordeel van de voorzieningenrechter vloeit de vermeerdering van eis in dit geval logisch voort uit het debat tussen partijen en is het verweven met de diverse aspecten van de zaak. Het subsidiair gevorderde is feitelijk een minder verstrekkende variant van het primair gevorderde. Beide vorderingen hebben tot doel de executie door [gedaagde] te staken. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling voldoende gelegenheid gehad om hierop te kunnen reageren en is dan ook niet in zijn verdediging geschaad. Aan de schriftelijkheidseis zullen in dit geval geen consequenties worden verbonden, gelet op de spoed van dit kort geding wegens de dreigende executoriale verkoop van de roerende zaken van Multiwagon. De voorzieningenrechter zal de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het Vonnis daarom beoordelen.
Juridisch kader
5.8.
[gedaagde] beschikt met het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis over een executoriale titel om dwangsommen te innen als Multiwagon nalaat binnen één week na betekening van het vonnis aan de daarin gegeven veroordeling te voldoen. Vast staat namelijk dat het Vonnis op 17 juli 2025 aan Multiwagon is betekend (artikel 611a lid 3 Rv).
5.9.
Bij de beoordeling van dit executiegeschil stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop [3] . In een executiegeschil kan aan de orde komen of dwangsommen zijn verbeurd. De executierechter dient in dat geval te beoordelen of de voorwaarden waaronder de dwangsom is verschuldigd zijn vervuld, waarbij de executierechter nadrukkelijk niet tot taak heeft de door de bodemrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen. De beantwoording in een executiegeschil van de vraag of dwangsommen zijn verbeurd, dient (wanneer sprake is van een veroordeling om iets te doen) plaats te vinden door een toetsing van de handelingen die ter uitvoering van het veroordelend vonnis zijn verricht aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Bij die uitleg dient de rechter het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer te nemen, in die zin dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. De rechter mag bij zijn uitleg van de veroordeling de maatstaven van redelijkheid en billijkheid hanteren.
5.10.
De stelplicht en bewijslast dat dwangsommen zijn verbeurd, rusten volgens vaste rechtspraak op de executerende partij, in dit geval dus op [gedaagde]. Het is dus [gedaagde] die in deze procedure aannemelijk moet maken dat de dwangsommen zijn verbeurd doordat Multiwagon niet (volledig) heeft voldaan aan de veroordeling. In kort geding zijn de wettelijke regels van bewijsrecht niet van toepassing, in die zin dat er in beginsel geen plaats is voor nadere bewijslevering. Voldoende is dat feiten aannemelijk zijn. Wanneer in kort geding moet worden beoordeeld of al dan niet dwangsommen zijn verbeurd en in dat kader of gedragingen hebben plaatsgevonden die onder het verbod of gebod vallen, is het dan ook voldoende dat die feiten aannemelijk zijn gemaakt.
Zijn er dwangsommen verbeurd?
5.11.
Volgens [gedaagde] heeft Multiwagon tot op heden niet aan de veroordeling uit het Vonnis (zie 3.3) voldaan. Hij stelt dat de door Multiwagon gestuurde documenten pas op
18 september 2025 geopend konden worden en daarmee te laat zijn verstrekt. Daarnaast stelt hij dat Multiwagon geen volledig inzicht heeft gegeven in haar administratie. Volgens [gedaagde] kan hij met de aangeleverde documenten niet verifiëren welke BBQ smokers Multiwagon heeft verkocht en voor welke prijs. Hij heeft navraag gedaan bij drie verschillende accountantskantoren, maar die zeggen dat de aangeleverde documenten geen volledig inzicht geven in de administratie en de daarbij behorende grootboekberekeningen. Multiwagon heeft daarom volgens [gedaagde] niet aan het Vonnis voldaan en moet de dwangsommen ter hoogte van het maximum van € 25.000,00 betalen. Dit wordt door Multiwagon betwist.
5.12.
Allereerst is het de vraag of Multiwagon de documenten tijdig, te weten binnen één week na betekening van het vonnis, aan [gedaagde] heeft verstrekt. De betekening van het vonnis heeft op 17 juli 2025 plaatsgevonden. Vervolgens heeft Multiwagon op 25 juli 2025 de documenten gestuurd via WeTransfer. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de documenten daarmee tijdig zijn verzonden. Dat de link na een paar dagen niet meer door [gedaagde] te openen was, doet daaraan niet af. Het te lang ongeopend laten van een e-mail (of de daarin opgenomen link) behoort voor rekening en risico van [gedaagde] te blijven. Hetzelfde geldt voor het feit dat daardoor niet meer beoordeeld kan worden welke documenten Multiwagon op dat moment heeft verstrekt. De oorzaak is immers gelegen in een onvoldoende waarneming van de e-mail in een vakantieperiode waarbinnen [gedaagde] wist dat de documenten verstrekt moesten worden door Multiwagon.
5.13.
Vervolgens moet beoordeeld worden of Multiwagon heeft aangeleverd waartoe zij gehouden is op grond van het Vonnis. Daarbij is relevant wat het doel en de strekking is van de veroordeling. De rechtbank heeft in het vonnis van 21 mei 2025 overwogen dat uit de koopovereenkomst en de overeenkomst van opdracht/agentuur tussen partijen volgt dat [gedaagde] recht heeft op provisie over de door Multiwagon gerealiseerde omzet van de BBQ Stone City Smokers-producten. Daarnaast volgt uit de koopovereenkomst dat [gedaagde] recht heeft om een controle uit te (laten) voeren op de berekening van de vergoedingen en heeft hij daarbij recht op alle voor de controle redelijkerwijs relevante informatie, inclusief ondersteunende gegevens zoals administratie en voorraadinformatie. De rechtbank heeft vervolgens overwogen dat [gedaagde] daarom een rechtmatig belang heeft bij inzage in de relevante administratie van Multiwagon. Volgens de veroordeling gaat het daarbij om inzage in en afschrift van de gerealiseerde omzet die door Multiwagon met BBQ Stone City Smokers-producten is behaald in de periode van 1 oktober 2022 t/m 21 mei 2025, met de daarbij behorende (verkoop)facturen en administratie, grootboekrekeningen en voorraadlijsten.
5.14.
Tussen partijen staat vast dat Multiwagon aan [gedaagde] documenten met betrekking tot verkooptransacties (met bijbehorende facturen), inkooptransacties (met bijbehorende inkoopfacturen) en transactielijsten heeft verstrekt. Deze documenten zien volgens Multiwagon op alle verkopen van BBQ smokers, waaronder de BBQ Stone City Smokers waar het geschil van partijen betrekking op heeft. [gedaagde] stelt dat Multiwagon hiermee niet aan het vonnis voldoet. Multiwagon heeft namelijk geen documenten overgelegd die zien op de periode van 1 oktober 2022 tot 20 maart 2023. Daarnaast heeft zij geen grootboekrekeningen en geen voorraadlijsten verstrekt en de aangeleverde verkoopfacturen corresponderen volgens [gedaagde] niet met de overgelegde transactielijsten.
5.15.
Multiwagon betwist dat zij niet aan de veroordeling heeft voldaan. Er zijn volgens haar geen documenten over de periode van 1 oktober 2022 tot en met 20 maart 2023 overgelegd, omdat in die periode geen BBQ smokers (waaronder de BBQ Stone City Smoker) zijn verkocht. [gedaagde] stelt dat dit niet voldoende is, omdat hij dit niet kan controleren en hij Multiwagon niet op haar woord vertrouwt. Hij vindt dat daarom ook de grootboekberekeningen overgelegd hadden moeten worden die zien op alle transacties van Multiwagon. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter gaat dat te ver. [gedaagde] heeft gevorderd dat Multiwagon inzage moet geven in de gerealiseerde omzet die Multiwagon met BBQ Stone City Smoker-producten heeft behaald. Daartoe is Multiwagon dan ook veroordeeld door de rechtbank. De veroordeling strekt niet zo ver dat Multiwagon inzage moet geven in haar volledige administratie. Dat betekent dat als er in een bepaalde periode geen omzet is behaald, daarover ook geen documenten door Multiwagon hoeven te worden verstrekt en zij dus geen dwangsommen verbeurt. Het mag zo zijn dat [gedaagde] Multiwagon niet op haar woord vertrouwt, maar dat geeft [gedaagde] geen recht op inzage in de volledige administratie van Multiwagon, hetgeen de veroordeling te buiten zou gaan.
5.16.
Volgens [gedaagde] zijn er geen voorraadlijsten verstrekt, maar dat wordt door Multiwagon betwist. Volgens Multiwagon staat de voorraad op de verstrekte transactielijsten aangegeven. [gedaagde] heeft daar verder niets tegenin gebracht, reden waarom de voorzieningenrechter van oordeel is dat hij zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Dat er wel voorraadlijsten zijn verstrekt, wordt ondersteund door de door [gedaagde] in het geding gebrachte analyse van de heer [naam] van Moore MKW Accountants. De heer [naam] schrijft in zijn e-mail van 19 november 2025 namelijk het volgende:

Op uw verzoek hebben wij kennisgenomen van de documenten welke u op uw beurt heeft ontvangen van MultiWagon B.V.
Betreffende deze documenten, welke als bijlage aan de mail zijn toegevoegd onder de naam “Transactielijsten”, kunnen wij u het volgende mededelen:
De ontvangen documenten betreffen voorraadmutatielijsten van een viertal artikelen uit magazijn 1 — Holten, te weten:
  • MW-Smoker-1 — 1-kleps BBQ smoker
  • MW-Smoker-2 — 2-kleps BBQ smoker
  • MW-Smoker-3 — 3-kleps BBQ smoker
  • MW-Smoker-4 — 4-kleps BBQ smoker
De bedragen welke op de transactielijsten zijn weergegeven betreffen de voorraadwaarde.
De voorraadwaarde van een artikel is in aanvang niet hetzelfde als verkoopwaarde.
De genoemde aantallen betreffen de zichtbaar via de voorraadadministratie op- en afgeboekte aantallen.
Uit de aangeleverde stukken blijkt niet of magazijn 1 - Holten het enige magazijn in de administratie betreft en of de hierboven genoemde artikelen de enige artikelen zijn waarover u informatie behoort te ontvangen.
De ontvangen documenten geven alleszins geen volledig inzicht in de administratie en daarbij behorende grootboekrekeningen.
Zo is uit de transactielijsten bijvoorbeeld niet te achterhalen wat de verkoopprijzen van de verkooptransacties zijn geweest.
5.17.
Tussen partijen staat vast dat Multiwagon geen grootboekrekeningen aan [gedaagde] heeft verstrekt. Volgens Multiwagon hebben de grootboekrekeningen in dit geval geen toegevoegde waarde voor [gedaagde], omdat alle informatie waarmee de grootboekrekening wordt opgesteld, is verstrekt. Daardoor kan een accountant met de verstrekte documenten al precies achterhalen welke BBQ smokers (waaronder de BBQ Stone City Smokers) er zijn verkocht en kan deze een rondrekening maken. Dezelfde informatie staat ook in de grootboekrekeningen, maar Multiwagon wenst de grootboekrekeningen niet te verstrekken omdat zij daarmee haar hele onderneming blootgeeft. [gedaagde] is het daar niet mee eens. Hij wil de grootboekrekeningen hebben om alle verkopen van Multiwagon te controleren. De door hem benaderde accountantskantoren zeggen met de verstrekte documenten niet te kunnen vaststellen of [gedaagde] nog recht heeft op provisie en, zo ja, wat de hoogte daarvan is.
5.18.
Door Multiwagon is toegelicht dat een grootboekrekening niets meer is dan een verzameling van inkomsten en uitgaven binnen de onderneming in een bepaalde categorie. De voorzieningenrechter heeft eerder al geoordeeld dat de veroordeling van de rechtbank niet zo ver strekt dat Multiwagon volledige inzage in haar administratie aan [gedaagde] moet geven. Hoewel de grootboekrekeningen wel genoemd worden in de veroordeling van de rechtbank, is het de vraag of [gedaagde] recht heeft op inzage van (alle) grootboekrekeningen en alle daarin opgenomen transacties van Multiwagon. Daarbij is van belang of [gedaagde] de grootboekberekeningen nodig heeft om het doel van de veroordeling te bereiken, namelijk het krijgen van inzage in de omzet die Multiwagon met BBQ Stone City Smoker-producten heeft behaald, zodat [gedaagde] de hoogte van zijn provisie kan vaststellen. Uit de e-mail van de heer [naam] (zie 5.16) leidt de voorzieningenrechter af dat hij alleen de zogenoemde transactielijsten heeft gekregen en niet ook de door Multiwagon verstrekte verkoop- en inkoopfacturen. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij niet zeker weet of de accountants alle door Multiwagon gestuurde documenten hebben gekregen. Dat betekent dat niet duidelijk is of een accountant mede aan de hand van de andere documenten van Multiwagon (de inkoop- en verkoopfacturen) de provisie van [gedaagde] had kunnen berekenen en dus ook niet wat de toegevoegde waarde is van de grootboekrekeningen. [gedaagde] heeft desgevraagd geen duidelijkheid gegeven welke specifieke soort informatie nog mist om de berekening te kunnen maken. Hoewel in de veroordeling in het Vonnis wel staat dat Multiwagon [gedaagde] inzage in en afschrift van grootboekrekeningen moet geven, is onvoldoende gesteld dat [gedaagde] met de reeds verstrekte documenten het doel van de veroordeling niet kan bereiken. Naar oordeel van de voorzieningenrechter is het daarom niet aannemelijk geworden dat Multiwagon niet aan de veroordeling heeft voldaan.
5.19.
Ten slotte stelt [gedaagde] dat de verstrekte verkoopfacturen niet corresponderen met de verstrekte transactielijsten. Dit is door Multiwagon gemotiveerd betwist. Zij heeft in de dagvaarding een toelichting gegeven op het aantal transacties en aangegeven dat zij daarvan alle inkoop- en verkoopfacturen heeft verstrekt. Het had in het licht van deze betwisting op de weg gelegen van [gedaagde] om toe te lichten wat er volgens hem niet klopt of daarvan concrete voorbeelden te geven, maar dat heeft hij niet gedaan. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat [gedaagde] zijn stelling hierover onvoldoende heeft onderbouwd.
Conclusie
5.20.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat in dit kort geding niet aannemelijk is geworden dat door Multiwagon niet (volledig) aan de veroordeling uit het Vonnis is voldaan en zij dus dwangsommen heeft verbeurd. De voorzieningenrechter zal de tenuitvoerlegging van het Vonnis dan ook schorsen tot het moment dat dit wel in rechte vast is komen te staan.
Proceskosten
5.21.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Multiwagon worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
126,46
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.227,46

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van deze rechtbank van 21 mei 2025 (en het bijbehorende herstelvonnis van 9 juli 2025) met zaaknummer C/08/325774 / HA ZA 24-475, totdat in rechte vast komt te staan dat Multiwagon dwangsommen heeft verbeurd omdat zij niet aan de veroordelingen uit dat vonnis heeft voldaan,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.227,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.

Voetnoten

1.zie Hof ’s-Hertogenbosch 8 juni 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1662, r.o. 3.6.
2.zie Rb. Arnhem 4 maart 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT2987.
3.zie Hof Den Haag 16 mei 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:847, r.o. 6.2.