Uitspraak
1.De zaken in het kort
2.De procedure
- de akte uitlating na tussenvonnis tevens vermeerdering van eis met producties van 20 januari 2026 aan de zijde van [partij A];
- de akte uitlating na tussenvonnis met producties van 20 januari 2026 aan de zijde van [partij B];
3.De verdere beoordeling
aanmerkelijk belang(box 2) betreft. Het is [partij A] die een onderneming drijft en niet [partij B]. Inkomen uit vermogen is inkomen in box 3 en daar is naar het oordeel van de kantonrechter niet van gebleken. Dat wat [partij A] naar aanleiding van deze stelling verder nog heeft aangevoerd, kan dan ook onbesproken blijven.
- het netto-inkomen van [partij A] over de relevante periode bedroeg € 278.986,00;
- het netto-inkomen van [partij B] over de relevante periode bedroeg € 107.197,00;
- de bijdrage van € 26.500,00 van [partij A] naar [partij B] is inbegrepen in het bedrag van € 206.120,00 aan kosten van de huishouding aan de zijde van [partij A].