Achmea vordert betaling van een premieachterstand van gedaagde, vermeerderd met rente en kosten, voortvloeiend uit een zakelijke verzekeringsovereenkomst voor een bedrijfsauto. Gedaagde betwist de vordering vanwege onduidelijke specificatie en bezwaar tegen proceskosten, omdat hij pas door de dagvaarding op de hoogte was van de procedure.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde een adreswijziging heeft doorgegeven, maar Achmea en haar incassobureau ook aanmaningen naar het oude adres hebben gestuurd. Betalingsherinneringen zijn ook naar het nieuwe adres verzonden, en gedaagde heeft niet concreet betwist dat hij deze heeft ontvangen. De premieachterstand is onderbouwd met polisblad en overzicht van openstaande premies.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de specificatie onduidelijk is en wijst de vordering tot betaling van de premieachterstand van € 775,60 toe. Tevens wordt de wettelijke handelsrente over € 716,51 vanaf 22 februari 2024 toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten van € 130,05 en de proceskosten van € 853,97 worden eveneens toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.