Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2031

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
11942712 \ CV EXPL 25-3201
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 143 RvArt. 46 RvArt. 54 lid 2 RvArt. 66 RvArt. 2.20 Wet hersteloperatie toeslagen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen verstekvonnis huurachterstanden Welbions wegens kinderopvangtoeslagaffaire

De huurster heeft twee keer een woning van Welbions gehuurd en werd bij verstek veroordeeld tot betaling van huurachterstanden, schade en incassokosten. Zij ging in verzet tegen dit verstekvonnis. De kantonrechter oordeelt dat het verzet tijdig is ingesteld, hoewel de oorspronkelijke dagvaarding openbaar is betekend terwijl het adres van de huurster bekend was.

De kantonrechter stelt vast dat de huurster slachtoffer is van de kinderopvangtoeslagaffaire en dat voor haar een afkoelingsperiode geldt op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Gedurende deze periode kunnen schuldeisers hun verhaal op haar goederen niet uitoefenen. Hierdoor kunnen de vorderingen van Welbions niet worden toegewezen.

De dagvaarding is niet nietig verklaard omdat de huurster niet onredelijk is benadeeld in haar verdediging; zij heeft haar verweer kunnen voeren in de verzetdagvaarding. Welbions had de dagvaarding aan het juiste adres moeten betekenen, maar dit gebrek leidt niet tot nietigheid omdat de verdediging niet is belemmerd.

De kantonrechter vernietigt het verstekvonnis en verklaart Welbions niet-ontvankelijk in haar vorderingen. Welbions wordt veroordeeld in de proceskosten van €720,00. De uitspraak is gedaan door mr. A.M.S. Kuipers op 14 april 2026.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en Welbions niet-ontvankelijk in haar vorderingen.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11942712 \ CV EXPL 25-3201
Vonnis van 14 april 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING WELBIONS,
gevestigd te Hengelo,
oorspronkelijke eiseres,
gedaagde in het verzet (geopposeerde),
hierna te noemen: Welbions,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis.
tegen
[partij B],
wonende te [woonplaats] ,
oorspronkelijke gedaagde,
eiseres in het verzet (opposant),
hierna te noemen: [partij B] ,
gemachtigde: mr. A. aan het Rot,

1.De zaak in het kort

1.1.
[partij B] heeft twee keer een woning van Welbions gehuurd. Inmiddels woont zij ergens anders. Welbions vorderde in de oorspronkelijke dagvaarding betaling van de huurachterstanden, schade, buitengerechtelijke incassokosten en rente. [partij B] is bij verstekvonnis veroordeeld tot betaling. Zij is tegen het verstekvonnis in verzet gegaan.
1.2.
De kantonrechter oordeelt dat het verzet tijdig is ingesteld. De oorspronkelijke dagvaarding van Welbions is openbaar betekend, maar had aan de werkelijke verblijfplaats van [partij B] moeten worden betekend, aangezien dit adres Welbions bekend was. Naar het oordeel van de kantonrechter is [partij B] echter niet onredelijk benadeeld in haar verdediging, aangezien zij in de verzetdagvaarding haar verweer heeft kunnen voeren. Tussen partijen staat vast dat [partij B] slachtoffer van de kinderopvangtoeslagaffaire is en dat voor haar op dit moment nog een “afkoelingsperiode” geldt op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Binnen deze periode kunnen schuldeisers hun bevoegdheid tot verhaal op of opeising van de goederen van [partij B] niet uitoefenen. Voor zover Welbions vorderingen op [partij B] heeft, kunnen deze dus niet worden toegewezen. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard. Het verstekvonnis wordt vernietigd en Welbions wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen.
2. De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 2 september 2025 onder zaaknummer 11824324 \ CV EXPL 25-2291,
- de verzetdagvaarding met producties,
- de conclusie van antwoord in oppositie met producties,
- de conclusie van repliek in oppositie.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Vanaf 15 september 2020 tot 2 januari 2023 huurde [partij B] de woning aan de [adres 1] van Welbions.
3.2.
Vanaf 13 september 2023 tot en met 31 maart 2025 huurde [partij B] de woning aan de [adres 2] van Welbions.
3.3.
Bij dagvaarding van 17 april 2025 heeft Welbions gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis – uitvoerbaar bij voorraad – [partij B] veroordeelt tot betaling van:
  • € 719,58 aan huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente in verband met de huur van de woning aan de [adres 1] , te vermeerderen met rente,
  • € 3.793,36 aan schade door een glasbreuk, huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente in verband met de huur van de woning aan [adres 2], te vermeerderen met rente,
  • de kosten van de procedure.
De dagvaarding is openbaar betekend.
3.4.
Bij verstekvonnis van 2 september 2025 (zaaknummer 11824324 \ CV EXPL 25-2291) is [partij B] veroordeeld tot betaling aan Welbions van een bedrag van € 519,58, een bedrag van € 3.793,36, rente en proceskosten.

4.Het geschil

4.1.
[partij B] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  • [partij B] ontheft van de veroordeling in het verstekvonnis van 2 september 2025,
  • (primair) de dagvaarding van Welbions van 17 april 2025 nietig verklaart, dan wel (subsidiair) Welbions niet-ontvankelijk verklaart in haar vorderingen of de vorderingen van Welbions afwijst,
  • Welbions veroordeelt in de kosten van deze procedure.
4.2.
Welbions voert verweer. Welbions verzoekt het verstekvonnis te bekrachtigen en [partij B] niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzet, met veroordeling van [partij B] in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Verzet tijdig ingesteld
5.1.
Degene die bij verstek is veroordeeld, kan tegen het verstekvonnis in verzet gaan binnen vier weken nadat het vonnis in persoon aan hem of haar is betekend. Dit staat in artikel 143 lid 1 en Pro 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
5.2.
[partij B] heeft onbetwist gesteld dat het verstekvonnis op 19 september 2025 aan haar is betekend. Aangezien de verzetdagvaarding op 17 oktober 2025 is betekend, is het verzet tijdig ingesteld.
Dagvaarding niet nietig
5.3.
[partij B] stelt dat de dagvaarding van Welbions nietig is, omdat deze openbaar is betekend, terwijl de dagvaarding op haar woonadres, dan wel haar werkelijke verblijfplaats betekend had moeten worden. Zij woonde op dat moment aan de [adres 3] en dit was Welbions bekend. [partij B] stelt dat zij onredelijk in haar belangen is geschaad door de onjuiste betekening. Zij was daardoor niet op de hoogte van de dagvaarding en is daarom niet op de zitting is verschenen. Als zij wel op de juiste wijze was gedagvaard, was zij op de zitting verschenen en had zij verweer kunnen voeren.
5.4.
Welbions voert aan dat [partij B] op het moment van het betekenen van de dagvaarding nog ingeschreven stond op haar oude adres aan de [adres 2]. Welbions erkent dat [partij B] bij de huuropzegging een nieuw adres aan haar had opgegeven. [partij B] stond echter niet op dit nieuwe adres ingeschreven, terwijl het bij verhuizing verplicht is om je op je nieuwe woonadres in te schrijven op grond van de Wet basisregistratie personen. Volgens Welbions kon de deurwaarder daarom niet aannemen dat [partij B] op dit nieuwe adres woonde en was openbare betekening gerechtvaardigd.
5.5.
De kantonrechter overweegt dat een dagvaarding in beginsel moet worden betekend aan degene voor wie het bestemd is. Dat kan in persoon of aan diens woonplaats (artikel 46 Rv Pro). Op grond van artikel 54 lid 2 Rv Pro kan betekening in het openbaar plaatsvinden als de woonplaats en het werkelijk verblijf van de persoon onbekend zijn. Welbions heeft niet weersproken dat het adres aan de [adres 3] haar bekend was. Dit blijkt ook uit een brief van 2 april 2025 van Welbions aan [partij B] , die naar dit adres is verzonden vóórdat de dagvaarding is betekend (op 17 april 2025). Welbions kan zich er niet op beroepen dat [partij B] niet ingeschreven stond op dit adres. Aangezien het adres haar bekend was, had zij meer onderzoek moeten doen om te achterhalen of [partij B] op dit adres woonde. Nu niet is gebleken dat Welbions dit heeft onderzocht, had zij de dagvaarding niet openbaar mogen laten betekenen.
5.6.
Op grond van artikel 66 Rv Pro leidt onjuiste betekening van de dagvaarding tot nietigheid van de dagvaarding als [partij B] door dit gebrek onredelijk is benadeeld. Naar het oordeel van de kantonrechter is [partij B] niet onredelijk benadeeld in haar verdediging. Zij heeft in de verzetdagvaarding verweer kunnen voeren en is niet bemoeilijkt in het verweer dat zij heeft willen voeren. Dat blijkt uit het hierna volgende.
Geen verhaal en opeising gedurende afkoelingsperiode
5.7.
Naast dat [partij B] de door Welbions gevorderde bedragen gedeeltelijk betwist, stelt [partij B] dat zij door de Belastingdienst is erkend als slachtoffer van de kinderopvangtoeslagaffaire en dat zij daarom gebruik heeft kunnen maken van een “pauzeknop” (moratorium) op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Op grond daarvan hebben schuldeisers van [partij B] een jaar lang, tot en met 17 juni 2026, tijdelijk geen titel om haar een schuld te laten voldoen.
5.8.
Welbions voert aan dat de pauzeknop op het moment van dagvaarden nog niet van toepassing was. Daarnaast voert zij aan dat de door haar gevorderde bedragen niet zijn ontstaan in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 en dat deze bedragen daarom niet in aanmerking komen voor betaling via de Sociale Banken Nederland (SBN). Welbions verklaart dat zij de executie van het verstekvonnis zal opschorten tot na de periode van de pauzeknop.
5.9.
De pauzeknop waar partijen op doelen is een zogenaamde “afkoelingsperiode” die is vastgelegd in artikel 2.20 van de Wet hersteloperatie toeslagen. Tussen partijen is niet in geschil dat deze afkoelingsperiode voor [partij B] vanaf 17 juni 2025 tot en met 17 juni 2026 geldt. Op grond van lid 3 van het genoemde artikel kunnen schuldeisers in deze periode hun bevoegdheid tot verhaal op of opeising van de goederen van [partij B] niet uitoefenen. Dat geldt voor alle vorderingen die zijn ontstaan door een verzuim in de nakoming van een verbintenis door [partij B] vóór de afkoelingsperiode. Daarvoor is niet van belang of deze vorderingen voor vergoeding door de SBN in aanmerking komen.
5.10.
Voor zover de door Welbions gevorderde bedragen verschuldigd zijn, geldt dat deze vorderingen zijn ontstaan door een verzuim van [partij B] vóór 17 juni 2025. Ook als [partij B] deze bedragen verschuldigd is, kunnen de vorderingen gelet op de afkoelingsperiode dus niet worden toegewezen. Aangezien de afkoelingsperiode al is ingegaan vóórdat het verstekvonnis is gewezen, moet het verstekvonnis worden vernietigd. Dat de inleidende dagvaarding voor het ingaan van de afkoelingsperiode is uitgebracht, maakt dat niet anders. Nu gedurende de (inleidende) procedure de ontvankelijkheid Welbions in haar vorderingen is komen te vervallen, moet Welbions alsnog niet-ontvankelijk worden verklaard.
Proceskosten
5.11.
Welbions is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Hoewel de afkoelingsperiode pas ná betekening van de dagvaarding is ingegaan en de huurachterstand niet is betwist – zodat de dagvaarding in ieder geval niet geheel ten onrechte is uitgebracht – moeten de kosten van de oorspronkelijke dagvaarding voor rekening van Welbions blijven, omdat zij de dagvaarding niet op de juiste wijze heeft laten betekenen. Omdat [partij B] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Welbions niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [partij B] worden begroot op:
- griffierecht
0,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
totaal
720,00

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
verklaart het verzet van [partij B] gegrond en vernietigt het op 2 september 2025 tussen partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 11824324 \ CV EXPL 25-2291, en opnieuw beslissend:
6.2.
verklaart Welbions niet-ontvankelijk in haar vorderingen,
6.3.
veroordeelt Welbions in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.4.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.