Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2032

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
11786257 \ CV EXPL 25-1985
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugbetaling te veel betaalde huur en kosten door huurder toegewezen

Eiser vorderde terugbetaling van te veel betaalde huur en andere kosten aan gedaagde. De kantonrechter stelde vast dat eiser € 1.410,00 te veel kale huur had betaald en dat gedaagde de kosten van riool- en afvalstoffenheffingen niet mocht doorberekenen omdat eiser deze rechtstreeks had voldaan.

De vordering tot terugbetaling van de waarborgsom werd afgewezen omdat eiser geen bewijs leverde van betaling. De gevorderde hoofdsom van € 2.345,00 werd toegewezen, bestaande uit te veel betaalde huur en de rechtstreeks betaalde heffingen.

Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van € 425,62 inclusief btw toegewezen, evenals wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 722,50. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde huur en kosten met rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11786257 \ CV EXPL 25-1985
Vonnis van 14 april 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna ook wel te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. E.A. Stegehuis, advocaat te Enschede,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam [bedrijf],
kantoorhoudende te [woonplaats 2],
gedaagde partij, hierna ook wel te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 februari 2026,
- het e-mailbericht van [eiser] van 4 maart 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het tussenvonnis van 17 februari 2026 dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
2.2.
Bij dat tussenvonnis is [eiser] in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat zij de waarborgsom van € 805,00 aan [gedaagde] heeft betaald.
2.3.
[eiser] heeft afgezien van voormelde bewijslevering. De vordering van [eiser] van een bedrag van € 805,00 in verband met de waarborgsom dient daarom te worden afgewezen.
2.4.
Bij tussenvonnis van 17 februari 2026 is vastgesteld dat [eiser] een bedrag van € 1.410,00 aan (kale)huur teveel heeft betaald (in plaats van het door haar gevorderde bedrag van 1.510,00).
2.5.
Daarnaast heeft de kantonrechter geoordeeld dat, nu [eiser] de riool- en afvalstoffenheffingen rechtstreeks heeft betaald, [gedaagde] deze kosten niet bij haar in rekening kon brengen. [gedaagde] heeft de grondslag van de vordering van [eiser] (ongerechtvaardigde verrijking) niet betwist. Het door [eiser] in verband hiermee gevorderde bedrag van € 935,00 kan daarom worden toegewezen.
2.6.
Gelet op het bovenstaande kan worden toegewezen een hoofdsom van € 2.345,00 (€ 1.410,00 terzake teveel betaalde huur en een bedrag van € 935,00 terzake door [eiser] rechtstreeks betaalde riool- en afvalstoffenheffingen). De gevorderde rente zal worden toegewezen over de hoofdsom van € 2.345,00 vanaf de dag van dagvaarding (10 juni 2025) tot de dag van volledige betaling.
2.7.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. [eiser] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eiser] de btw niet kan verrekenen, dient [gedaagde] ook de btw te vergoeden. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar tot een bedrag van € 425,62 inclusief btw omdat niet de gehele gevorderde hoofdsom wordt toegewezen en de hoogte van vergoeding afhankelijk is van de hoogte van de toegewezen hoofdsom. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling.
2.8.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
Totaal
722,50

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.345,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 10 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 425,62 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 10 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 722,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.