ECLI:NL:RBOVE:2026:2036
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering ontnemingsmaatregel wegens beperkte draagkracht veroordeelde
De veroordeelde is bij vonnis van 4 maart 2013 veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €863.121,90, onherroepelijk sinds 27 juli 2021. Op 10 januari 2026 diende zij een verzoek in tot kwijtschelding of vermindering van deze maatregel, vanwege haar beperkte draagkracht en persoonlijke omstandigheden.
Tijdens de openbare zitting van 25 februari 2026 werden de veroordeelde, haar raadsman en de officier van justitie gehoord. De officier van justitie handhaafde het standpunt dat de ontnemingsmaatregel moet worden betaald, omdat de veroordeelde medeverantwoordelijk is voor de criminele inkomsten. Het CJIB stelde dat de veroordeelde onvoldoende inzicht heeft gegeven in de besteding van het bedrag.
De politierechter oordeelde dat de veroordeelde nog toekomstige draagkracht heeft vanwege het bezit van onroerend goed op haar naam. Hoewel haar persoonlijke en financiële situatie moeilijk is, en zij een persoonsgebonden budget ontvangt vanwege de zorg voor haar zoon, acht de rechter het niet aannemelijk dat zij de volledige maatregel kan betalen. Daarom wordt het verzoek tot kwijtschelding afgewezen, maar het bedrag verminderd tot de opbrengst van het onroerend goed bij executie.
Uitkomst: Verzoek tot kwijtschelding afgewezen, vermindering van ontnemingsmaatregel tot executiewaarde onroerend goed toegewezen.