Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2043

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
ak_24_4227
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:5 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakArt. 26 Invorderingswet 1990Wet waardering onroerende zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen aanslagen en aanmaningskosten gemeente- en waterschapsbelastingen

Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten en aanslagen gemeente- en waterschapsbelastingen voor de jaren 2023 en 2024. De heffingsambtenaar verklaarde deze bezwaren ongegrond. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij uitstel van betaling had gekregen voor de aanslag 2023, waardoor de aanmaningskosten terecht waren opgelegd. Daarnaast zagen de bestreden besluiten niet op een verzoek om kwijtschelding, zodat de rechtbank niet bevoegd was om daarover te oordelen.

Ook het verzoek om kwijtschelding in het beroepschrift werd afgewezen. De aanvullende gronden met een verzoek om uitstel onder zekerheidsstelling leidden niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de aanslagen en aanmaningskosten in stand blijven en belanghebbende geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen en aanmaningskosten wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/4227

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van het GBLT, de heffingsambtenaar

(gemachtigde : mr. K.M.H. de Boer).

Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 31 oktober 2024 en van 1 november 2024.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft belanghebbende op 24 februari 2023 voor het
belastingjaar 2023een aanslag gemeente- en waterschapsbelastingen opgelegd ten bedrage van € 1009,08 en hem op 29 juni 2024 een aanmaning gezonden, omdat belanghebbende de aanslag van 24 februari 2023 niet had betaald. Daarbij heeft de heffingsambtenaar € 19,- aan aanmaningskosten in rekening gebracht.
Belanghebbende heeft op 3 juli 2024 bezwaar gemaakt tegen de kosten van de aanmaning.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende met het besluit van 31 oktober 2024 ongegrond verklaard.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft belanghebbende op 24 februari 2024 voor het
belastingjaar 2024een aanslag gemeente- en waterschapsbelastingen opgelegd ten bedrage van € 674,47. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag van 24 februari 2024. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende met het besluit van
1 november 2024 ongegrond verklaard.
1.4.
Belanghebbende heeft tegen de besluiten van 31 oktober 2024 en van 1 november 2024 op 6 december 2024 beroep ingesteld. Hij heeft op 24 maart 2026 aanvullende gronden van beroep ingediend.
1.5.
De heffingsambtenaar heeft op 26 maart 2026 een verweerschrift ingediend.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2026 ter zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. De heffingsambtenaar heeft belanghebbende op 24 februari 2023 voor
belastingjaar 2023een aanslag gemeente- en waterschapsbelastingen opgelegd, onder aanslagnummer [nummer 1]. Belanghebbendes bezwaar is bij besluit van 20 juli 2023 ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft wegens niet-betalen van de aanslag € 19,- aanmaningskosten in rekening gebracht en heeft bij besluit van 31 oktober 2024 het bezwaar tegen de aanmaningskosten ongegrond verklaard.
3. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende op 24 februari 2024 voor
belastingjaar 2024een aanslag gemeente- en waterschapsbelastingen opgelegd, onder aanslagnummer [nummer 2]. Belanghebbendes bezwaar is bij besluit van 1 november 2024 ongegrond verklaard.
4. Belanghebbende heeft op 6 december 2024 beroep ingesteld tegen beide besluiten. Het beroepschrift betreft: ‘
afwijzing kwijtschelding aanslagnrs. [nummer 1] en [nummer 2]’.Uit het beroepschrift blijkt dat belanghebbende een langlopend geschil heeft met het GBLT. Hij verzoekt de rechtbank om hem in het gelijk te stellen en het GBLT op te dragen hem kwijtschelding te verlenen.
Belastingjaar 2023: aanslagnummer [nummer 1]
5. Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende tegen de aanmaningskosten ongegrond verklaard. Belanghebbende gaat in de gronden van zijn beroep niet in op de aanmaningskosten en stelt evenmin dat en waarom de heffingsambtenaar het bezwaar ten onrechte ongegrond heeft verklaard.
Belanghebbende heeft een bijlage (bijlage 3) ingediend op grond waarvan hij meent dat hij uitstel van betaling heeft gekregen van het GBLT.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar in het bestreden besluit terecht het standpunt inneemt dat belanghebbende met genoemde bijlage niet heeft aangetoond dat hij voor aanslagnummer [nummer 1] uitstel van betaling heeft gekregen. De brief in bijlage 3 ziet immers op aanslagnummer [nummer 3]. [1]
Nu belanghebbende niet heeft onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat hij voor aanslagnummer [nummer 1] uitstel van betaling heeft gekregen, heeft de heffingsambtenaar terecht aanmaningskosten in rekening gebracht.
5.2.
Met zijn beroep verzoekt belanghebbende de rechtbank tevens om het GBLT op te dragen hem kwijtschelding te verlenen. Het bestreden besluit is echter geen besluit dat ziet op een verzoek om kwijtschelding. Louter ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat, als het besluit wél een afwijzing van een kwijtscheldingsverzoek had ingehouden, de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van een beroep tegen zo’n besluit. [2]
Belastingjaar 2024: aanslagnummer [nummer 2]
6. Onder aanslagnummer [nummer 2] is aan belanghebbende opgelegd de aanslag gemeente- en/of waterschapsbelastingen voor belastingjaar 2024. In zijn bezwaarschrift van 25 maart 2024 heeft belanghebbende hiertegen bezwaar gemaakt en tevens een verzoek om kwijtschelding ingediend. De heffingsambtenaar heeft bij besluit van 1 november 2024 de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard. Naar aanleiding van het verzoek om kwijtschelding heeft de heffingsambtenaar aan belanghebbende een kwijtscheldingsformulier gestuurd.
6.1.
In beroep verzoekt belanghebbende aan de rechtbank om het GBLT op te dragen hem kwijtschelding te verlenen. Het besluit van 1 november 2024 is echter geen besluit dat ziet op een verzoek om kwijtschelding. Louter ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat, als het besluit wél een afwijzing van een kwijtscheldingsverzoek zou betreffen, de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van een beroep tegen zo’n besluit. [3]
De aanvullende gronden van beroep
7. In de aanvullende gronden van beroep doet eiser een verzoek om uitstel van betaling onder zekerheidsstelling. Dit leidt niet tot een ander oordeel.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en de aanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug en krijgt evenmin een vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.M. Timmerman, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De aanslag van 28 februari 2021 voor het jaar 2021.
2.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb, gelezen in samenhang met artikel 1 van Pro de in de Awb opgenomen Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak en artikel 26 van Pro de Invorderingswet 1990.
3.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb, gelezen in samenhang met artikel 1 van Pro de in de Awb opgenomen Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak en artikel 26 van Pro de Invorderingswet 1990.